Herstel van de bodem

Verontreinigde bodem wordt aangepakt wanneer de bodemkwaliteit niet (meer) geschikt is voor het gebruik en er sprake is van risico’s voor mens, plant en dier en voor verdere verspreiding van de verontreiniging. We maken de bodem geschikt door de risico’s weg te nemen en hierdoor het gewenste gebruik mogelijk te maken. De aanpak wordt in principe uitgevoerd door de veroorzaker van de verontreiniging of de eigenaar/erfpachter van de locatie. Wanneer deze niet in staat zijn de aanpak uit te voeren vindt de uitvoering plaats door de provincie.

Asbestbodemsanering in Twente

De provincie Overijssel werkt samen met zeven Twentse gemeenten aan het saneren van asbestverontreiniging in de bodem. Hiervoor is samen met de gemeenten een programma opgesteld. Voor de uitvoering is er een projectbureau: BodemAsbestSanering (BAS). BAS ruimt het asbest in de bodem op voor de provincie Overijssel en de gemeenten Wierden, Borne, Hellendoorn, Rijssen-Holten, Haaksbergen, Twenterand en Hof van Twente.

Waarom bodemasbestsanering?

Asbest in de bodem is ongevaarlijk zolang het onder de grond zit. Pas wanneer de grond opgestoven wordt, bijvoorbeeld door graven of spitten, kunnen kleine deeltjes asbest in de lucht terecht komen. Deze asbestvezels kunnen na inademen een risico vormen voor de gezondheid. Het verwijderen van asbest in de bodem is er op gericht om de leefomgeving schoon en veilig te maken. Denk bijvoorbeeld aan particuliere (volks)tuinen, speeltuinen en speelveldjes, schoolterreinen, kinderboerderijen, maneges, crossbanen, campings en recreatieterreinen. Provincie Overijssel werkt al vele jaren aan het opruimen van asbestbodemverontreiniging samen met andere overheden, burgers en bedrijven. Meer informatie over Asbestbodemsanering kunt u vinden op de website van het projectbureau BASVerwijst naar een andere website

Nazorgfonds

De provincie is wettelijk verantwoordelijk voor nazorg van stortplaatsen waar op of na 1 september 1996 afval is of wordt gestort. Gesloten stortplaatsen mogen geen of zo weinig mogelijk gevolgen voor het milieu hebben. De wet legt de financiële en bestuurlijke verantwoordelijkheid bij de provincie voor de altijd durende nazorg van stortplaatsen. De provincie moet erop toezien dat er maatregelen worden getroffen bij gesloten stortplaatsen zodat deze geen tot zo weinig mogelijk negatieve effecten op het milieu hebben.

Om aan deze verantwoordelijkheid te kunnen voldoen, legt de provincie een heffing op ter bestrijding van de kosten van de nazorg maatregelen aan de ondernemer van de stortplaatsen in Overijssel.

De provincie beheert en belegt deze nazorggelden in een provinciaal fonds, het Nazorgfonds, en keert de voor de uitvoering van de nazorg benodigde gelden uit aan de nazorgorganisatie.

Bij de uitvoering kan gedacht worden aan: het controleren, onderhouden en zo nodig vervangen van milieubeschermende voorzieningen. Na sluiting van de stortplaats kan het terrein een nieuwe bestemming krijgen. Als dit het geval is dan let de provincie, als bevoegd gezag, erop dat bij het nieuwe gebruik rekening wordt gehouden met de specifieke omstandigheden voor de nazorgwerkzaamheden.

Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen (WNT) 2020

Per 1 januari 2013 is de Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)Verwijst naar een andere website in werking getreden. Het Nazorgfonds valt onder de werking van de WNT. Daarom zijn hierna de topfunctionarissen vermeld met een bezoldiging van € 1.700 of minder. Aan hen is geen bezoldiging uitgekeerd.
Het Nazorgfonds heeft geen functionarissen in dienst. De administratie wordt gevoerd door de Provincie Overijssel.

Topfunctionarissen

  • T.A. de Bree – lid DB
  • G.H. Ten Bolscher – lid DB

Toezichthoudende topfunctionarissen