Overijsselse infrastructuur vraagt om flinke investeringen

Gepubliceerd op

Een groot deel van de Overijsselse wegen, bruggen en viaducten bereikt in het komende decennium het einde van de levensduur. Flinke maatregelen en investeringen zijn nodig, meldt Gedeputeerde Staten vandaag in een brief aan Provinciale Staten.

Onze infrastructuur is een belangrijke maatschappelijke pijler, voor de leefbaarheid, economie en het welzijn van onze inwoners. Daarom is het heel belangrijk dat we vooruit denken en nu maatregelen nemen en niet wachten tot de problemen zich voordoen.

Martijn Dadema Gedeputeerde Mobiliteit

Overijssel is niet de enige provincie die voor een grote opgave staat als het gaat om de staat van onderhoud van infrastructuur. Eerder dit jaar liet de minister van Infrastructuur en Waterstaat weten dat de Nederlandse infrastructuur op grote schaal het einde van haar levensduur bereikt. Ook de provincie heeft te maken met een forse groeiende onderhouds- en vervangingsopgave. Bestaande capaciteit en middelen zijn ontoereikend voor deze opgave en de ambities, zoals die op het gebied van woningbouw, economie en verstedelijking. Kosten zijn gestegen door prijsstijgingen, intensiever gebruik van de wegen en toegenomen complexiteit bij aanleg, onderhoud en vervanging. Veel wegen, bruggen en viaducten bereiken rond 2040 gelijktijdig het einde van hun technische levensduur.

Voorsorteren op toekomstige bereikbaarheid

Omdat een betrouwbare en veilige provinciale infrastructuur cruciaal is voor het functioneren van de maatschappij en voor het realiseren van de brede maatschappelijke ambities van Overijssel sorteert GS nu alvast voor. Met een aantal voorstellen wil de provincie ervoor zorgen dat de Overijsselse infrastructuur ook in de toekomst op orde is. Niet alleen het onderhoud vraagt meer, ook de omvang van de vervangingsopgave neemt in de jaren tot 2055 fors toe.

Urgentie is hoog

Er moeten scherpe keuzes gemaakt worden, aldus Gedeputeerde Staten. Dat betekent dat er geprioriteerd moet worden en dat de provincie kritisch moet kijken naar welke investeringen mogelijk zijn en welke niet. Het uitgangspunt is om de wegen, bruggen en viaducten die Overijssel op dit moment heeft, goed te onderhouden en tijdig te vervangen als dat nodig is. Veiligheid en bereikbaarheid staat voorop. Dat de budgetten en de uitvoeringscapaciteit omhoog moeten is onvermijdelijk.

Martijn Dadema benadrukt dat zonder maatregelen nu, de veiligheid en betrouwbaarheid van het netwerk in de toekomst onder druk komen te staan en het risico op hogere kosten in de toekomst toe zal nemen. “Het zijn noodzakelijke maatregelen.”

Extra financiële middelen zijn nodig

Tot en met 2030 is de verwachting dat de kosten voor het beheer, onderhoud en vernieuwing van bestaande infrastructuur structureel met € 15 miljoen toenemen. In de Perspectiefnota 2027 doet GS het voorstel om de kostenstijging te dekken met een geleidelijke stijging van de provinciale opcenten op de Motorrijtuigenbelasting met 2,2 opcenten per jaar van 2027 tot en met 2030. Hierdoor stijgt het tarief van 82,2 stapsgewijs naar 91 opcenten in 2030.

Ook doet GS voorstellen hoe om te gaan met tekorten op een aantal lopende projecten zoals Knooppunt Raalte (N35)(bijlage II) en de Vloedbeltverbinding (bijlage I). Voor de Vloedbeltverbinding is € 100 miljoen extra nodig. Hiervoor reserveert de provincie € 1,4 miljoen extra per jaar. Voor extra maatregelen of nog niet geplande nieuwe aanleg is geen financiële ruimte.

De voorstellen worden besproken tijdens de behandeling van de Perspectiefnota, waar Provinciale Staten op 1 juli 2026 een besluit over nemen.