Gebiedsgerichte aanpak veenweide
De Kop van Overijssel staat bekend om zijn uitstrekte polders, natuur en rietakkers. Door het landschap te ontwateren, zijn de polders ontstaan waar we op de vruchtbare grond al eeuwenland landbouw bedrijven.
Belangrijke doelen
In grote delen van Noordwest-Overijssel bestaat de bodem van deze polders uit laagveen. Als gevolg van het ontwateren, verdroogt dit veen waardoor oxidatie optreedt. Hierdoor komen broeikasgassen vrij en daalt de bodem. Dit heeft gevolgen voor ons klimaat en het zakken van de bodem kan zorgen voor overlast en hoge kosten. Daarom werken we in Noordwest-Overijssel samen in de Gebiedsgerichte aanpak (GGA) veenweide. Met verschillende gebiedspartners werken we aan wettelijk doelen om deze gevolgen te beperken. Deze doelen staan centraal:
- Verminderen van stikstofuitstoot, volgens de Wet stikstofreductie en natuurverbetering.
- Verminderen van bodemdaling en de uitstoot van broeikasgassen in het veenweidegebied, zoals afgesproken in het Klimaatakkoord.
Gebiedsgerichte aanpak (GGA) veenweide
Met de Gebiedsgerichte aanpak (GGA) veenweide wordt in Noordwest-Overijssel integraal gewerkt aan de doelen. Hierbij werkt de provincie samen met het Rijk, het waterschap, gemeenten, terreinbeheerders, agrarische collectieven en andere belanghebbenden aan een Regionale veenweidestrategie (RVS). Deze strategie omschrijft maatregelen om de doelen te halen. In Overijssel kijken we hierbij verder dan de doelen en kiezen we voor een integrale benadering waarbij we werken aan meerdere maatschappelijke doelen. Hierbij staan een leefbaar, economisch sterk en natuurrijk platteland centraal. Op deze manier blijft Noordwest-Overijssel in de toekomst een fijne plek om te ondernemen, wonen, werken en recreëren.
Regionale veenweidestrategie
De Regionale veenweidestrategie moet ervoor zorgen dat bodemdaling geremd wordt en de uitstoot van broeikasgassen vermindert. Om een gedegen strategie te ontwikkelen, is er gekozen voor een gefaseerde aanpak. Dit betekent dat we samen met gebiedspartners en betrokkenen kennis ophalen om vervolgens effectieve en toepasbare maatregelen te nemen. De gefaseerde aanpak bestaat uit:
In iedere fasen zetten we samen stappen om het veenweidegebied in Noordwest-Overijssel toekomstbestendig te maken. Zo heeft de Regionale veenweidestrategie 1.0 inzicht gegeven in de veenweideopgave. In de RVS 2.0 staan maatregelen om de doelen te behalen. Tussen deze fases onderzoeken we samen met gebiedspartners en betrokkenen welke maatregelen het best bij het gebied passen. Dit doen we in verschillende gebiedsprocessen en de Proeftuin veenweide.
In 2026 wordt de RVS 2.0 vastgesteld. Daarna wordt de uitvoering vastgelegd in de RVS 3.0.
Koploperprojecten
In verschillende koploperprojecten werken boeren gebiedsgericht aan een toekomstbestendig platteland. Met een integrale aanpak werken zij aan een economisch sterk, leefbaar en natuurrijk platteland. In Noordwest-Overijssel werken de volgende koplopers daarmee ook aan een toekomstbestendig veenweidegebied:
- Gebiedsproces Baarlingerpolder
- Boeren Blokzijl
- Gebiedsproces Veldiger Binnenlanden
- Boeren Rouveen
- Gebiedsproces De Melm
- Gebiedsproces Polder Giethoorn
- Gebiedsproces Zuiderzeepolder
Meer informatie over deze koploperprojecten vind je op de gebiedspagina van Toekomstvooronsplatteland.nl.
Proeftuin veenweide
Om het veenweidegebied toekomstbestendig te maken, zijn doeltreffende maatregelen nodig. Het rapport ‘Bouwstenen voor Veenweidestrategie 2.0’ biedt hiervoor een eerste opzet. Hierin zijn mogelijke maatregelen beschreven. Welke maatregelen het beste werken en ook goed passen bij het gebied, onderzoeken we in de Proeftuin veenweide.
In de proeftuin voeren we verschillende pilots uit. Op kleinere percelen bekijken we wat het effect is van verschillende maatregelen. De resultaten en andere inzichten vormen uiteindelijk de basis voor de Regionale veenweidestrategie 2.0.