Vragen en antwoorden over windenergie
De vragen en antwoorden hebben we gemaakt op basis van wat er in de samenleving leeft.
Vraag en antwoord windenergie
Contact
Overijssel Loket
Telefoon: 038 499 88 99
E-mail: overijsselloket@overijssel.nl
Onze website gebruikt cookies waarmee wij websitestatistieken verzamelen en het gebruik van onze website analyseren. Lees meer over wat cookies zijn, welke cookies geplaatst worden, voor welk doel wij deze plaatsen en hoe deze ingesteld zijn.
De vragen en antwoorden hebben we gemaakt op basis van wat er in de samenleving leeft.
Op de pagina Wat gebeurt er in mijn omgeving laten we zien in welke gebieden windturbines kunnen komen en hoeveel dat er maximaal kunnen worden. Gedurende het jaar 2025 beslissen we welke projecten er precies verder kunnen met hun plannen, en welke niet.
Op het moment dat er in uw gemeente een initiatief is uitgekozen, neemt de initiatiefnemer contact met de omgeving op. In een motie van de Staten is vastgesteld dat er altijd een startbijeenkomst in het gebied moet plaatsvinden. Als er windturbines bij u in de buurt komen, wordt u hiervoor uitgenodigd door de initiatiefnemer.
De provincie besluit in 2025 welke windparken kunnen starten met de zogenaamde planologische procedure. Het initiatief mag dan verder werken aan het windplan en de vergunningaanvraag. Als de initiatiefnemer goed onderzoek doet, de effecten op de omgeving minimaal zijn en de omgeving de kans krijgt om mee te praten en mee te doen, zal de provincie de vergunning verlenen. Dit proces duurt een paar jaar.
Na het verlenen van de vergunning kan de initiatiefnemer starten met de bouw.
Het is goed te begrijpen dat u als omwonende zorgen heeft over de gevolgen. We proberen hier zo goed mogelijk rekening mee te houden. Daarom doorlopen we bijvoorbeeld een procedure die een paar jaar duurt. In die tijd worden heel wat onderzoeken uitgevoerd die de effecten van een windpark op de omgeving goed in beeld brengen.
We volgen in ons beleid de nieuwste wetenschappelijke informatie. Er zijn ook veel instanties die uitgebreid onderzoek doen naar gezondheidseffecten. De RIVM bijvoorbeeld. Zij hebben hierover ook een uitgebreide Q&A.
Eerst moet duidelijk worden welk windproject in een specifiek gebied verder mag met de plannen. Zodra dat duidelijk is, organiseert de initiatiefnemer een bijeenkomst voor omwonenden. Dat is de eerste mogelijkheid om in contact te komen en u te laten informeren. De initiatiefnemer legt dan uit hoe deze de omgeving wil betrekken bij het windproject.
Elke initiatiefnemer is verplicht om een omgevingsadviesraad in te stellen. In deze raad nemen mensen plaats die de omgeving vertegenwoordigen. U kunt hier bijvoorbeeld meepraten over welke milieueffecten onderzocht moeten worden, welke opstelling van turbines het beste past bij de wensen van de omgeving of welke afspraken worden gemaakt over stilstand bij een lage zon.
Initiatiefnemers moeten zich daarnaast maximaal inspannen om 50% lokaal eigendom te realiseren. Dat betekent vaak dat een lokale energiecoöperatie mede-eigenaar wordt. Als omwonende kunt u lid worden van zo'n coöperatie en dus mede-eigenaar worden.
In het Europese Klimaatakkoord is afgesproken dat we in 2030 in Nederland voor 35 miljard kilowattuur per jaar zonne- en windenergie moeten opwekken. Samen met de gemeenten in Overijssel hebben we afgesproken dat we in 2030 2 TWh aan windenergie opwekken. Dat zijn 90 extra windturbines.
Om klimaatneutraal te worden, kunnen we niet afhankelijk blijven van fossiele brandstoffen die we uit verre landen halen. De energie die we gebruiken gaan we zelf duurzaam opwekken. Dit is een grote uitdaging en daarom zetten we in op alle duurzame bronnen die voor handen zijn. Zo doen Rijk en de provincie Overijssel bijvoorbeeld onderzoek naar kernenergie en groeit de productie van biogas. De grootste winst op de korte termijn is te behalen met zonnepanelen en windturbines. Iedere gemeente en provincie in Nederland heeft een verantwoordelijkheid om genoeg van deze duurzame elektriciteit op te gaan wekken.
Windturbines passen niet zomaar overal. Voordat ergens een windturbine komt, wordt er gekeken naar veel verschillende aspecten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan landschappelijke inpassing, natuur en toekomstige woningbouw. Sommige gemeenten zijn geschikter voor windenergie dan andere. Om gezamenlijk wel voldoende op te wekken, hebben we afspraken gemaakt. Bekijk wat er in uw gemeente is afgesproken.
Er is nog ruimte voor extra wind op zee, maar niet genoeg om wind op land overbodig te maken. De vraag naar energie is groter dan dat. Daarnaast staat in het Klimaatakkoord is dat we naast 50 TWh aan wind op zee, ook 35 TWh aan wind en zon op land opwekken in Nederland. Daarom is het verstandig, en ook de bedoeling, dat bestaande plannen voor wind op land doorgaan. In het hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet staat ook dat bestaande afspraken blijven staan. Ons huidige windbeleid is gebaseerd op eerder gemaakte afspraken en blijft dus gelden. Windenergie op land is – naast windenergie op zee – volgens het Planbureau van de Leefomgeving één van de goedkoopste en meest efficiënte bronnen van duurzame elektriciteit. Windturbines op land zijn daarmee onmisbaar.
Iedereen kan het initiatief nemen voor een windpark. De initiatiefnemer is degene die het plan indient bij de provincie. Dit kan een bedrijf zijn of bijvoorbeeld buurtbewoners die samen een energiecoöperatie oprichten. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de communicatie in het gebied en zorgt ervoor dat de juiste onderzoeken gedaan worden.
In Overijssel willen we 50% lokaal eigendom. Vaak wordt dat ingevuld door een lokale coöperatie. Omwonenden kunnen daar lid van worden en worden zo mede-eigenaar.
Als provincie zijn wij in veel gevallen het bevoegd gezag. De provincie is het bevoegd gezag bij windprojecten van 5-100 MW. Dit betekent dat de provincie de aanvraag beoordeelt en de vergunningen verstrekt. Ook de hele procedure van aanvraag tot vergunning wordt gecoördineerd door de provincie. De provincie kan het bevoegd gezag overdragen naar de gemeente als de gemeente hierom vraagt. Wel moet de gemeente redenen geven waarom zij het proces beter kan begeleiden dan de provincie. Maar in de basis is de provincie het bevoegd gezag bij windparken.
De gemeente is vaak het eerste aanspreekpunt voor inwoners.
Wie de vergunning voor windparken op land mag verlenen is vastgelegd in de Elektriciteitswet.
Een windturbine heeft gemiddeld genomen een vermogen van 5 MW. Voor de meeste projecten in onze provincie zal gelden dat de provincie Overijssel de vergunning verleent.
In december 2024 is de nieuwe Energiewet aangenomen. Daarin staat dat gemeentes het bevoegd gezag zijn van 0 tot 15 MW. Zodoende zullen gemeentes de vergunning verlenen voor windparken tot zo’n 3 windturbines. Vergunningen voor grotere parken worden verleend door de provincie.
Wanneer de nieuwe Energiewet in werking treedt, is op dit moment niet bekend. Ook weten we nog niet wat er zal gebeuren met windprojecten die al gestart zijn met de procedure voor de aanvraag van de vergunning.
We hebben kennisgenomen van de ontwerpnormen. We vinden het belangrijk dat er voldoende afstand van woningen wordt gehouden vanwege hinder en overlast, bijvoorbeeld door geluid of slagschaduw. Daarom hanteren we een afstandsnorm van twee keer de hoogte van een windturbine.
De vraag naar elektriciteit neemt sterk toe. Daardoor ontstaat er file op het elektriciteitsnet. Hoe lokaler energie wordt opgewekt, hoe beter het is. Daar zijn minder kabels en leidingen voor nodig dan wanneer u elektriciteit van verder weg haalt, bijvoorbeeld vanaf zee. Daarom is inzetten op lokale zonne- en windenergie heel verstandig.
Netbeheerders zijn hard aan het werk om het elektriciteitsnet uit te breiden. De komende tien jaar komt er meer ruimte. Netbeheerders hebben aangegeven dat de plannen voor 90 extra turbines rond 2030 haalbaar zijn.
Er zijn meerdere redenen waarom een windturbine stilstaat. We benoemen hier de drie belangrijkste:
In ons beleid hebben we opgenomen dat Natura 2000 uitsluitingsgebieden zijn.
Nee. Uit recent onderzoek uitgevoerd in provincie Flevoland blijkt dat de uitstoot van BPA per windturbine wordt geschat op 0,2 gram per jaar. Die hoeveelheid is verwaarloosbaar in vergelijking met andere bronnen zoals het verkeer, de industrie, of landbouw.
De initiatiefnemer doet de investering. Met eigen vermogen of leningen. Het Energiefonds Overijssel kan energiecoöperaties helpen om de financiering rond te krijgen. In Overijssel streven we naar 50% lokaal eigendom in windprojecten. Dat betekent dat de omgeving ook mee-investeert. De opbrengsten worden dan ook verdeeld.
Subsidies hebben als doel om bepaalde activiteiten te stimuleren, zoals het opwekken van duurzame energie. De belangrijkste subsidie is de SDE++ regeling van het Rijk (Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie). De productiekosten van 1 kWh windenergie zijn hoger dan de productiekosten van 1 kWh grijze stroom. Daarom subsidieert de regeling SDE++ het verschil.
Windturbines ontwikkelen zich nog steeds, waardoor ze meer elektriciteit opleveren. De verwachting is dan ook dat de subsidiebedragen steeds verder omlaag kunnen en op termijn niet meer nodig zijn.
Vraag en aanbod van energie moeten op elkaar worden afgestemd. Op momenten dat het heel hard waait en/of de zon volop schijnt en er een overschot aan elektriciteit is, kan het zijn dat de netbeheerder van het elektriciteitsnet vraagt om de windturbine stil te zetten. Zo wordt overbelasting van het elektriciteitsnet voorkomen. De eigenaar van de windturbine krijgt daar dan een vergoeding voor.
De provincie betaalt niet mee aan de productie van windenergie. Wél ondersteunt de provincie via Energiefonds Overijssel coöperaties die windturbines willen ontwikkelen. Coöperaties kunnen een lening krijgen om plannen te maken en de nodige onderzoeken te doen.
De provincie bekijkt alle aanvragen voor initiatieven en beoordeelt deze op zogenaamde ‘ruimtelijke gronden’. Dat wil zeggen: welke plek past het best? Waar staan windturbines zo ver mogelijk af van huizen en natuur? Dit kan het initiatief zijn dat is opgezet door bewoners, maar evengoed het initiatief van een bedrijf.
In de fase daarna is er veel aandacht voor het betrekken van de omgeving en lokaal eigendom. Deze fase start als de provincie heeft bepaald dat een initiatief verder mag met zijn plan. Bedrijven moeten zich maximaal inspannen om de omgeving te betrekken. De omgeving moet 50% eigenaar van het windpark kunnen worden.
Op dit moment moet een windturbine in Overijssel twee keer de tiphoogte afstand hebben van gebouwen. Zodra de nieuwe landelijke normen er zijn, nemen we die over.
Zie informatie over nieuwe normering windturbines op rvo.nl
Het vaststellen van de landelijke normen is uitgesteld. We weten op dit moment niet wanneer deze vastgesteld zullen worden. Uitstel van de nieuwe landelijke normen is voor ons geen reden om in de knel te komen. Op het moment dat we een vergunning willen verlenen voor een windpark, zullen we toetsen aan de landelijke normen. Als die er tegen die tijd nog niet zijn, kunnen we ook maatwerk toepassen als een situatie daar om vraagt. Als we dat doen, zal de normering in ieder geval niet soepeler zijn dan de huidige landelijke conceptnormen. Onze insteek is dat de windturbines zo goed mogelijk in de omgeving passen.
Voor de realisatie van een windturbine dient een projectprocedure te worden gevolgd. Bij de start van de procedure maken we de turbineposities bekend, dan zijn aan alle voorwaarden, zoals de invulling van lokaal eigendom, voldaan.
De officiële projectprocedure kan pas beginnen nadat de aanvrager aan alle voorwaarden heeft voldaan. De provincie maakt afspraken met de aanvrager voor het vervolg van het proces. De projectprocedure start met een kennisgeving voornemen om een verkenning uit te voeren naar een mogelijke uitvoering van een project. In de projectprocedure wordt onderzocht waar precies en onder welke voorwaarden er windturbines kunnen komen.
Overijssel Loket
Telefoon: 038 499 88 99
E-mail: overijsselloket@overijssel.nl