De kracht van Oost-Nederland

Gepubliceerd op 17 juni 2020

De kracht van Oost-Nederland: 'Je ziet het als je het door hebt'

In het oosten komt de zon eerder op

De stemming zat er goed in, in het PEC Zwolle stadion begin december 2016 bij de lancering van de uitkomsten van het onderzoek naar de Kracht van Oost Nederland. Een kleine vierhonderd belangstellenden luisterden naar de toch wel juichende verhalen over Gelderland en Overijssel: het oosten. De zon komt er eerder op, er heerst een ‘stille kracht’ en de toekomst lonkt. Mits er bovenlokaal samengewerkt wordt. Het oosten blijft als gebruikelijk met beide benen op de grond, want er moet gewerkt worden.

De kracht van Oost-Nederland

De provincies Gelderland en Overijssel gaven opdracht tot de studie 'De kracht van Oost-Nederland'. Daarin analyseerden zes gezaghebbende wetenschappers de concurrentiepositie van Oost-Nederland. Inzichten vanuit economische geografie, bestuurskundige kennis en de identiteit van de gebieden werden gecombineerd. Tijdens een congres op 6 december 2016 werden de resultaten gepresenteerd.

Kijk over grenzen

Professor Oedzge Atzema, hoogleraar Economische Geografie aan de Universiteit van Utrecht spreekt van een uniek onderzoek. “Allereerst omdat Gelderland en Overijssel gezamenlijk opdrachtgever waren. Bovendien kregen we de vrije hand in wat we analyseerden en hebben we goed kunnen kijken naar de trends op verschillende schaalniveaus; provincies én regio’s en de afhankelijkheid tussen die verschillende schalen. We hebben de topfactoren en de koplopers in beeld gebracht in alle sectoren en het regionale combinatievermogen. Met de nadruk op de internationale concurrentiekracht en de bovenregionale, sociaaleconomische relaties.” Atzema deed de nodige aanbevelingen: “Kijk over de grenzen van de regio. Zet ‘bedrijfsgericht beleid’ op; regionale economie is mensenwerk. Ondernemers zijn het zout in de pap. Vermijd onnodige beleidsconcurrentie. Bedrijven passen zich continue aan en opereren op internationale markten. Maar de lokale politiek en ambtenarij acteert nog vaak op plaatselijk niveau, daar overheerst meestal lokaal belang. Veerkracht van de regionale economie vraagt juist om het voorkomen van die onderlinge beleidsconcurrentie!”

Het Japan van Nederland

“Matsimi? Matsiku!” – zó zit de oosterling in elkaar volgens Gert-Jan Hospers, economisch geograaf aan de Universiteit van Twente. En nee, dat is geen onbegrijpelijk Japans, maar Twents, vrij vertaald: “Mats jij mij, dan mats ik jou.” Hospers onderzocht cultuur en mentaliteit van de oosten, van de bijbelgordel tot de nieuwe Hanze, waar dominee en koopman elkaar vinden. Waar kerktorenpolitiek en dorpisme nog voorkomen en de buitenstaander zich moet ‘invechten’. Maar nieuwe netwerken en bovenlokale samenwerking helpen de mens daarbij vooruit.

Het zijn ook vaak clichés die domineren in het denken over het oosten. “Maar wat maakt dat uit? We zijn te bescheiden. Sommigen denken zelfs dat we ons moeten profileren met die bescheidenheid. Dat lijkt me paradoxaal. We moeten onze kampioenen koesteren en trots zijn. Niet alleen op de ‘groten’ –zoals Grolsch- die zijn het topje van de ijsberg. De stille kracht zit daaronder.” aldus Hospers.

Triple helix, de heilige graal

“Een situatie waarin bestuurders wetenschappers serieus nemen, en dat transparant maken voor burgers.” zo vertaalde hoogleraar bestuurskunde Geert R. Teisman de term triple helix, ofwel de heilige graal voor de toekomst. Feitelijk is het Triple helix-model model gebaseerd op de samenwerking van 3 partijen: de overheid (het uitoefenen van wetgevende controle, het onderwijs (‘productie’ van nieuwe kennis) en ondernemers (genereren van economische groei en voorspoed). De drie versterken elkaar. Etzkowitz en Leydesdorff (“The dynamics of innovation: from National Systems and “Mode 2” to a Triple Helix of university-industry-government relations”) hebben de basis gelegd voor het huidige denken over de samenwerking tussen overheid, onderwijs en ondernemers.