Dossier stikstof: meten is weten

Gepubliceerd op 9 oktober 2020

Meten is weten

Ieder Natura 2000-gebied heeft een eigen kritische grenswaarde waarboven de kwaliteit van de natuur te veel wordt aangetast door de hoeveelheid stikstofneerslag. We maken gebruik van de landelijke gegevens van het RIVM en andere bronnen om een goed beeld te krijgen van de uitstoot en neerslag van stikstof.

Cijfers stikstofuitstoot

Het RIVM registreert de stikstofemissie op basis van de werkelijke uitstoot per sector. De cijfers voor de emissie-uitstoot komen van de publieke (verplichte) registraties. Van de landbouw zijn dit de mei-tellingen en voor de industrie zijn dit de cijfers uit de milieujaarverslagen. Als cijfers ontbreken, maken we gebruik van kengetallen die met regelmaat worden geactualiseerd op basis van daadwerkelijke metingen. Het RIVM registreert de landelijke gemiddelden.

De stikstofemissies van de landbouw in Overijssel liggen in verhouding hoger dan gemiddeld in Nederland (76%). Van verkeer en industrie is de uitstoot in Overijssel veel lager dan het landelijk gemiddelde. Dit komt omdat Overijssel in vergelijking met andere provincies relatief veel landbouw heeft en relatief weinig snelwegen en industrie.

Cijfers stikstofneerslag (=stikstofdepositie)

Voor Natura 2000 en de aanpak stikstof is de stikstofdepositie juridisch van belang. Deze kan namelijk schadelijk zijn voor de natuur. In Overijssel hebben we 24 Natura 2000-gebieden. In 21 gebieden zijn natuursoorten gevoelig voor stikstof.

De stikstofdepositie is op basis van een modelberekening meegenomen in AERIUS. Hierin wordt onder meer rekening gehouden met de afstand, ruigheid van het terrein en windrichting. Wetenschappelijke inzichten laten zien dat de stikstofuitstoot nabij een Natura 2000-gebied veel stikstofdepositie veroorzaakt. Maar ook dat de invloed van de ‘stikstofdeken’ (alle kleine beetjes) doorloopt op Natura 2000-gebieden ver van de bron die de stikstof uitstoot. AERIUS kan dus op basis van deze modellen berekenen hoeveel stikstof neerslaat op onze Natura 2000-gebieden.

De mate van stikstofdepositie verschilt per Natura 2000-gebied. Onderstaande kaart geeft een overzicht per Natura 2000-gebied van de Kritische Depositie Waarde (KDW). De KDW is de grens waarboven de kwaliteit van de natuur te veel wordt aangetast door de hoeveelheid stikstofneerslag.

Waarom zijn er verschillen in cijfers?

In de media en op diverse fora verschijnen verschillende cijfers over stikstof. Om de discussie en verschillen tussen percentages te kunnen begrijpen, is het goed om onderscheid te maken tussen stikstofemissie en -depositie. Stikstofemissie is de uitstoot die in Nederland de lucht in gaat. Stikstofdepositie is de stikstofneerslag die na chemische processen neerslaat. De stikstofemissie in Overijssel hoeft dus niet per se in Overijssel terecht te komen, en andersom in Overijssel slaat ook stikstof neer dat afkomstig is uit bijvoorbeeld het buitenland of andere provincies.

Het gewenste resultaat is gericht op het terugdringen van de stikstofdepositie (neerslag). Voor de aanpak bij de bron is het belangrijk om te kijken naar de stikstofemissie (uitstoot).

Ook is er verschil in stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3). De stikstofoxiden zijn afkomstig van uitstoot van auto’s en industrie. Ammoniak is afkomstig van bijvoorbeeld mest. De stikstofoxiden wegen in verhouding minder dan de ammoniakuitstoot. De verhouding is 0,3 stikstofoxide en 0,82 ammoniak.

Natuurlijk meetnet stikstofdepositie Overijssel

In aanvulling op de landelijke gegevens, monitort provincie Overijssel de luchtkwaliteit en stikstofdepositie met een korstmossen-meetnet. Korstmossen zijn een mix van schimmel en algen en zijn herkenbaar als grijze of gele plakkaten op bijvoorbeeld boomstammen. De korstmossen vertellen veel over de luchtkwaliteit en zijn een belangrijke aanwijzing voor stikstofdepositie. Zo kunnen we in aanvulling op de landelijke data, toetsen op onze eigen waarnemingen.

Provincie Overijssel monitort de korstmossen op boomstammen sinds 1986. Het korstmossen-meetnet bestaat uit 330 plekken in heel Overijssel. Elke onderzoekslocatie bestaat uit tien bomen. Per boom bekijken we welke soorten korstmossen op de stam leven. De korstmossen reageren snel op veranderingen in de luchtkwaliteit en andere omgevingsfactoren. Op basis van de metingen van de afgelopen jaren en komende jaren kunnen we mogelijke trends ontdekken. Zo bleek uit de metingen uit 2015 dat de uitstoot van ammoniak op het platteland afneemt. In natuurgebieden was dat toen nog niet het geval. In het voorjaar van 2020 vond opnieuw een onderzoek plaats. De resultaten zijn naar verwachting eind 2020 bekend.