Provincie Overijssel zet zich in voor waterveiligheid om overstromingen tegen te gaan.
Het klimaat verandert. De Nederlandse delta staat onder druk van een stijgende zeespiegel, toenemende rivierafvoer en bodemdaling. Om overstromingen in de provincie Overijssel te voorkomen zijn grote investeringen nodig.
Waterveiligheid
Het huidige waterveiligheidsbeleid is primair gericht op het voorkomen van overstromingen. De inwoners van Overijssel moeten veilig en droog kunnen wonen. Daarom zorgt de provincie voor een voldoende niveau van bescherming en houdt dat ook op peil. Absolute veiligheid bestaat echter niet. De kans dat een waterkering faalt, blijft altijd bestaan. Er is blijvende aandacht nodig voor het voorkomen van overstromingen én voor het beperken van de gevolgen als het toch mis gaat. De te maken keuzes over de ruimtelijke inrichting worden mede gebaseerd op waterveiligheid en het voorkomen en beperken van schade en slachtoffers. Waterveiligheid bepaalt mede de locatie van nieuwe woon- en werkgebieden.
Voorkomen van overstromingen
Het voorkomen van overstromingen door fysieke maatregelen is en blijft de belangrijkste pijler van het waterveiligheidsbeleid. Fysieke maatregelen zijn rivierverruiming, dijkversterking en het concept van overstroombare dijken. Door klimaatverandering zoals zeespiegelstijging en toenemende rivierafvoeren moeten we meer rekening houden met de gevolgen van een overstroming. De afweging is daar waar men op inzet: het voorkomen van slachtoffers (rampenbeheersing) of ook het voorkomen van economische schade (gevolgenbeperking). Bij beide is sprake van grote investeringskosten. Echter, de schadebedragen als gevolg van een overstroming zijn ook aanzienlijk. Geschat wordt 5-7 miljard euro. Waterveiligheid moet een plek krijgen in de watertoets.