Verslag van het symposium Erfgoed Springlevend dat op 16 februari 2011 plaatsvond in de Creatieve Fabriek in Hengelo. Lees het verslag, bekijk de video en download de relevante documentatie.
"Overijssel is een van de actiefste provincies als het gaat om de ontwikkeling van erfgoed." Dat zei Arno Boon, directeur van de landelijke organisatie BOEi, op het Symposium Erfgoed Springlevend, op 16 februari 2011 in de Creatieve Fabriek te Hengelo. Getuige de grote hoeveelheid voorbeelden en initiatieven die aan bod kwamen, is dit een juiste constatering.
Het symposium werd gehouden ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van het stimuleringsprogramma "Reanimatie industrieel en agrarisch erfgoed Overijssel". Behalve een terugblik op dit veel geprezen programma, gaf de middag ook een mooie doorkijk op de inzichten en dilemma's, nu en in de komende jaren.
Gedeputeerde Theo Rietkerk schetst eerst het ontstaan en de opzet van het stimuleringsprogramma. Een studiereis naar het Emscherpark in het Ruhrgebied zorgt rond 2000 voor inspiratie van bestuurders en ambtenaren. Al snel ontstaat het idee om ook in Overijssel een aanpak te kiezen waarbij projecten worden aangejaagd, soms door te helpen met planvorming, dan weer door financieel bij te springen om een project net de goede kant op te duwen. Dat past ook goed in de rolopvatting van de provincie om niet alleen regels te stellen, maar ook om ontwikkelkracht aan te bieden. De doelstelling om ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid te versmelten, is daarbij een onderliggend motief.
Het stimuleringsprogramma, waar ook Het Oversticht deel van uitmaakt, is betrokken geweest bij tal van projecten die "kippenvel" oproepen bij betrokkenen, maar ook bij burgers. Oud-programmaleider Adriaan Velsink onderstreept dit gevoel. Het geldt zeker voor de locatie van het symposium, maar ook bijvoorbeeld voor het nabijgelegen ROC van Twente en de voormalige spinnerij Oosterveld in Enschede. Doorgaan op dezelfde weg dus? In zekere zin wel, maar recente ontwikkelingen en inzichten kunnen natuurlijk niet buiten beschouwing blijven. Pieter Nieuwenhuijsen (voormalig hoofdredacteur Binnenlands Bestuur) wijst op "bordjes die de verkeerde kant opstaan", zoals de uitstroom van stedenbouwkundige kennis bij de provincie, de onzekere toekomst voor welstandstoezicht en sterk afgenomen investeringsmogelijkheden van woningcorporaties. Cultuurhistorie moet een breed maatschappelijk draagvlak krijgen en daar zijn zeker mogelijkheden voor. Aantrekkelijk erfgoed kan een stedelijke of regionale economie flink opkrikken. En in een tijd waarin mensen sterk op zoek zijn naar identiteit, kan erfgoed die verschaffen.
Wim Eggenkamp, Rijksadviseur voor het Cultureel Erfgoed, overziet de politiek-bestuurlijke ontwikkelingen rond erfgoed. De rijksoverheid trekt zich momenteel terug, gemeenten krijgen juist een grote verantwoordelijkheid toebedeeld. Dat hoeft geen ramp te zijn, want ook zonder rijkssturing kunnen mooie dingen tot stand worden gebracht. Dat laat de zeventiende eeuw met weinig staatsinvloed, sterke provincies en veel particulier initiatief zien.
De deelnemers aan het symposium gaan in deelsessies uiteen. De bevindingen daarvan komen terug in de plenaire sessie onder leiding van dagvoorzitter Astrid Feiter waarin Friso de Zeeuw (Bouwfonds/ TU Delft), Arno Boon (BOEi), Jandirk Hoekstra (H+N+S landschapsarchitecten) en gedeputeerde Dick Buursink voor het nodige vuurwerk zorgen. De zaal geeft direct haar mening over de toekomstige opgaven op het gebied van agrarisch en industrieel erfgoed via digitale stemkastjes.
Vooral de rol van de provincie scheidt de geesten: moet deze helpen waar het kan of kiezen voor een strikte taakopvatting - dit wél en dat níet? Ook de vraag of de functie zich moet voegen naar de eigenschappen van het gebouw of andersom houdt de gemoederen bezig. Eensgezindheid is er wel over het flexibeler hanteren van regels om ontwikkelingen van de grond te krijgen. Erfgoed is iets wat vanuit enthousiaste initiatiefnemers moet worden opgebouwd. En die zijn er genoeg!
In deze uitgave krijgt u een indruk van de resultaten van 10 jaar reanimatie erfgoed in Overijssel en wordt een aanzet gegeven voor het ontwikkelen van toekomstplannen.