Het project Vitale Bedrijventerreinen is afgerond en heeft geleid tot het opstellen van het Meerjarenprogramma Vitale Bedrijvigheid 2009 - 2015.
Provinciale Staten hebben het Meerjarenprogramma Vitale Bedrijvigheid 2009 – 2015 op 1 juli 2009 vastgesteld. Dit is het door Gedeputeerde Staten opgestelde provinciale uitvoeringsprogramma voor de herstructurering van bedrijventerreinen.
De focus van het Meerjarenprogramma Vitale Bedrijvigheid richt zich op drie opgaven:
Centraal in het programma staat dat er een omslag wordt gemaakt van sturen op ruimte voor nieuwe bedrijventerreinen naar het sturen op vernieuwing van bedrijventerreinen. Dit houdt in dat er een relatie wordt gelegd tussen de aanleg van nieuwe bedrijventerreinen en de inspanningen die gepleegd zijn/worden op verbetering van oude terreinen. Er wordt specifiek ingegaan op de aspecten: onderbouwing van kwantiteit (hoeveelheid bedrijventerreinen), ruimtelijke kwaliteit van bedrijventerreinen, afstemming met buurgemeenten en de overgangsperiode tot vaststelling van de nieuwe Omgevingsvisie Overijssel. In het programma staan limitatief de verouderde bedrijventerreinen opgesomd die moeten worden opgeknapt, en daarnaast de instrumenten die hiervoor ingezet worden, zoals de HMO NV, het Kwaliteitsscoresysteem bedrijventerreinen en de aangepaste subsidieregeling. Helder is neergelegd welke rol de provincie op zich neemt en welke rol van de gemeenten en de marktpartijen verwacht wordt.
Het MJP VB richt zich dus vooral op de wijze waarop de herstructureringsopgave kan worden versneld. In het programma wordt wel het verband gelegd met de sturing op kwantiteit en kwaliteit van nieuwe bedrijventerreinen, maar de wijze waarop die sturing plaatsvindt, wordt geheel vormgegeven via de OmgevingsvisieOverijssel en aanvullend de Omgevingsverordening. Omgekeerd legt de Omgevingsvisie nadrukkelijk het verband met herstructurering en wordt in het beleid prioriteit gegeven aan het toepassen van de SER-ladder, inclusief de mogelijkheden die via herstructurering kunnen worden benut. De koppeling tussen deze twee elementen moet vooral tot stand komen en uitgewerkt worden in de 'Bedrijventerreinvisie' die de provincie van gemeenten vraagt ter onderbouwing van subsidieaanvragen voor herstructurering van bedrijventerreinen én voor de onderbouwing van plannen voor nieuwe terreinen. De insteek van de provincie is daarbij om tot prestatie-afspraken met alle gemeenten te komen.