Wonen onder vorsten en bisschoppen

Gepubliceerd op 13 juni 2013

Kasteel Rechteren

Boerderijen en huizen

De boerderij bleef ook in de middeleeuwen een plaats om te werken en om te wonen. Nieuw zijn de ‘bootvormige' plattegronden van huizen: van bovenaf lijkt de plattegrond van zo'n huis op de vorm van een boot. Dit wordt in de archeologie aangeduid als Gasselte A- of B-huizen.

Steden ontstonden

Een bord met slibversiering, gevonden bij de havezate GrimbergOp knooppunten van handelswegen en vooral langs rivieren ontstonden steden. Dankzij de bevaarbaarheid van de IJssel voor schepen van en naar Duitsland en Denemarken, kwamen vooral Deventer en Kampen tot bloei. De mensen in de stad werden poorters ge­noemd, meestal waren dit handwerkers en kooplieden maar er woonden ook boeren in de stad. Bij hun boerderijen lag grasland voor het vee. De huizen in de stad werden van hout en baksteen gemaakt. Hoe meer steen gebruikt werd, hoe duurder het huis: vandaar de naam steenrijk. Door gebruik van baksteen kon de vloerhaard nu een wandhaard worden. De rook trok door een schoorsteen weg, waardoor men plafonds kon aanbrengen. Deze zolders werden voornamelijk als opslagruimte gebruikt. Nieuw is ook het glas in lood in de vensteropeningen. Aan het eind van de middeleeuwen werden de etages ook gebruikt voor bewoning.

Havezaten voor de adel

De adel had zijn eigen huizen. De bekendste in Overijssel zijn de havezaten. Een havezate is een versterkt huis, en kon een eenvoudige boerderij zijn, maar ook een landhuis of een omgracht kasteel. In de late middeleeuwen telde Overijssel ruim 100 havezaten. Overijssel kent een aantal (voormalige) havezaten die nu nog fier overeind staan, zoals Twickel, Rechteren en Singraven. Anderen zijn al afgebroken, maar de overblijfselen zijn soms nog te zien in het landschap. Voorbeelden hiervan zijn de havezaten Weleveld bij Borne en Schuilenburg bij Hellendoorn.

Borne, voormalige havezate Weleveld