Onder één dak

Gepubliceerd op 16 oktober 2014

Lappenschaal uit de ijzertijd, De Zandhorst te Oldenzaal

Boerenbestaan in bronstijd

De mensen in de bronstijd (2000-800 voor Chr.) en ijzertijd (800-12 voor Chr.) hadden een boerenbestaan. De boerderij in de bronstijd en ijzertijd was meestal een woonstalhuis waarin het vee in de winter ook binnen stond. Het woongedeelte, te herkennen aan de haard, is het kleinst. Het stalgedeelte in het huis kenmerkt zich door de aanwezigheid van kleine tussenwandjes die dwars op de buitenwand stonden. Gevonden botten geven aan dat hier voornamelijk runde­ren en klein vee hebben gestaan. De boerderijen varieerden sterk in afmeting: van 15 meter tot wel een lengte van 65 meter! In de grootste boerderijen kunnen gezinnen van 10 tot 15 personen gewoond hebben: ouders met kinderen, hun echtgenoten en kleinkinderen.

Huisplattegrond

Boerderijen en spiekers

De boerderij werd door één of twee rijen middenstaanders (grote palen) in twee of drie delen onderverdeeld. Men noemt dit twee- of drieschepig. Een boerderij gaat (volgens archeologen) zo'n 30 jaar mee, als het al niet eerder is afgebrand. Een uitgewoonde boerderij werd soms op dezelfde plek herbouwd, maar vaker gebeurde het dat even verderop een nieuw woonstal­huis werd opgebouwd (zwervende erven). Op het erf stonden ook verscheidene ‘spiekers', opslagplaatsen voor voedsel. Dit waren vierkante gebouwen gemaakt van twee, drie of vier palen en stonden iets boven de grond om ongedierte tegen te houden.

Huisplattegrond Hengelo-Oostervelde (foto RAAP BV)Voorbeelden van nederzettingen uit brons- en ijzertijd in Overijssel zijn Hengelo-Oosterveld en Deventer-Colmschate. In Hengelo zijn in 2008 op de locatie Oosterveld onder andere drie (mogelijke) hoofdgebouwen en vier gebouwen uit de bronstijd gevonden. In Deventer-Colmschate zijn op zeer veel plekken archeologische sporen gevonden, onder andere aan de Siemelinksweg, waar een boerderijplattegrond is gevonden uit de vroege ijzertijd en een bijbehorende schuur.