Sporenonderzoek

Gepubliceerd op 28 juni 2013

Er zijn verschillende soorten sporenonderzoek mogelijk, drie daarvan zijn: C14-methode, dendrochronologie en DNA-onderzoek.

Materiaal dat goed is voor het nemen van C14-monstersC14-methode

Organisch materiaal als bot, schelpen en plantaardig materiaal is te onderzoeken met de C14-methode, de koolstofdateringsmethode. Planten nemen onder andere licht radioactief koolstof op (C14). Door de voedselketen van eten en gegeten worden hebben uiteindelijk alle levende organismen ongeveer eenzelfde hoeveelheid C14 in hun lichaam. Na het sterven neemt de hoeveelheid C14 in een bepaalde snelheid af. Door te meten hoeveelheid C14 koolstof er nog aanwezig is in het organisch materiaal, kan worden teruggerekend naar de sterfdatum en kan men het organisch materiaal dateren. Zo kan een datering gegeven worden aan bijvoorbeeld een kuil of laag waarin archeologisch materiaal (aardewerk, stenen werktuigen) gevonden is en kan de vindplaats gedateerd worden.

De waterput uit de opgraving van Borne (foto RAAP)Dendrochronologie

Bomen laten door het tellen van hun jaarringen weten hoe oud ze zijn en hoe hun groei per jaar was, want schommelingen in het klimaat hebben invloed op de groei en daarmee de breedte van de jaarringen. Door jaarringen te vergelijken met bomen waarvan we weten hoe oud ze zijn, is het mogelijk van de laatste circa 11.000 jaar boomresten te dateren. Als men bij een archeologisch opgraving hout vindt, kan dus mogelijk bepaald worden hoe oud het hout is of wanneer de boom is omgehakt. Hoe completer het hout is, hoe meer jaarringen en hoe exacter de datum van kap van de boom bepaalt kan worden. Zo zijn in een opgraving bij Borne de kapdatum van eiken houten palen, die gebruikt waren voor het maken van een waterput, bepaald tussen de van zomer 272 en de zomer 273 na Chr.

Het nemen van een DNA-monster van de skelet op het Plechelmusplein te Oldenzaal (foto ADC Archeoprojecten)DNA-onderzoek

DNA-onderzoek is een nieuwe techniek binnen de archeologie. Met DNA-onderzoek kunnen we vaststellen wie verwant is aan elkaar. Het geeft inzicht wie in een bepaald graf bij elkaar liggen, familierelaties worden zichtbaar en er kan iets gezegd worden over migratiepatronen. Aan de hand van skeletmateriaal is te zien wanneer er in de loop van de tijd ineens ‘vreemd' DNA bijkomt. Daarnaast kan DNA onderzoek iets zeggen over ziektes en erfelijke aandoeningen. Bij een grote opgraving (2011-2012) van de begraafplaats rond de Plechelmuskerk in Oldenzaal wordt zeer veel DNA materiaal verzameld, waarvan een deel in de nabije toekomst onderzocht gaat worden. DNA-monsters moeten in bevroren toestand bewaard worden, vandaar het provinciaal depot inmiddels twee vriezers heeft.