De provincie en vijf grote gemeenten in Overijssel (Almelo, Deventer, Enschede, Hengelo en Zwolle) zijn in het kader van de Wet bodembescherming aangewezen als de instanties die toezien op het saneren van verontreinigde bodem en het voorkomen van nieuwe bodemverontreiniging. Zij voeren zelf bodemsaneringen uit en beoordelen plannen en saneringen die door anderen (bedrijven, particulieren en gemeenten) worden uitgevoerd. Ook de overige gemeenten in Overijssel kunnen zelf bodemsaneringen uitvoeren. Daarbij heeft de provincie een belangrijke rol in het afstemmen van beleid en uitvoering.
Het UTB kan worden gezien als een praktische handleiding bij de uitvoering van bodemsanering binnen de provincie.
Niet alleen de provincie is betrokken bij bodemsanering. Ook de gemeenten die zelf geen bevoegd gezag Wet bodembescherming zijn betrokken bij de saneringsoperatie.