Overijssel vindt
Op een mooie zomerdag neemt de jeugd in Overijssel vanaf bruggen of sluizen nog wel eens een duik in het water of er wordt gewoon gezwommen in open wateren die niet als zwemwater zijn bedoeld. Bijna 15% van de inwoners van Overijssel vindt dat op een zomerse dag iedereen moet kunnen zwemmen in alle open wateren, ook als die niet als officieel zwemwater zijn aangewezen. Bijna de helft vindt dit niet kunnen. Een derde staat hier neutraal tegenover. Het zwemmen buiten officieel zwemwater is volgens de helft van de inwoners niet veilig. Een klein deel (8%) vindt dit wel veilig.
Diverse organisaties, zoals waterschappen, provincies en natuurbeherende organisaties werken samen aan een verbetering van sloten, beken, vijvers, meren en rivieren. Bijna de helft van de inwoners van Overijssel heeft hier in de afgelopen 5 jaar iets van gemerkt in de eigen woonomgeving. Ouderen geven dit vaker dan jongeren aan.
Het zijn vooral het baggeren van waterbodems, ingrepen in waterlopen en de aanleg van fiets- en/of wandelpaden langs het water waar de burger iets van merkt (figuur 19.6-3). Aardig om te vermelden is dat inwoners van Overijssel vaker dan gemiddeld in Nederland de ingrepen in waterlopen en de aanleg van vispassages en/of vistrappen of natuurlijke oevers noemen. Van de werkzaamheden aan dijken merken de inwoners van Overijssel veel minder dan het landelijk gemiddelde. Niets gemerkt van de waterwerken heeft 41%, hetgeen aanzienlijk lager is dan gemiddeld in Nederland.
Bron: provincie Overijssel/burgerpanel 2011
Tussen Twente en West-Overijssel zijn er grote verschillen. Zo merkt de burger in West-Overijssel meer van het baggeren van waterbodems (sanering) en de werkzaamheden aan dijken. In Twente merken inwoners daarentegen meer van de aanpak van waterlopen d.w.z. het meer laten kronkelen en ondieper en breder maken.