Fysisch-chemische waterkwaliteit oppervlaktewater
In de Staat van Overijssel 2010 is ingegaan op de ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater in Overijssel. Deze Staat geeft een beeld van de fysisch-chemische waterkwaliteit van de waterlichamen volgens de Kaderrichtlijn Water (KRW). De KRW heeft als doel het behalen van een goede ecologische toestand in de waterlichamen, in beginsel vóór 2015. Een goede fysisch-chemische waterkwaliteit is hiervoor een noodzakelijke voorwaarde. De biologie is leidend bij het opstellen van de ecologische beoordeling. Fysisch-chemische kwaliteitselementen zijn afgeleid van de biologie.
Met de invoering van de KRW is een nieuwe systematiek ontwikkeld voor het beoordelen van de waterkwaliteit. Per watertype (sloten, beken, meren, rivieren) zijn normen voor de verschillende stoffen vastgelegd. Daarbij gaat het onder meer om de stikstof-, fosfor- en chlorideconcentratie, de temperatuur, zuurgraad (pH), het zuurstofgehalte en het doorzicht. De algemene fysisch-chemische kwaliteit is een onderdeel van de beoordeling van de ecologische toestand van de KRW. Het principe van ‘one out, all out' geldt daarbij, wat wil zeggen dat de toestand van een waterlichaam wordt bepaald door de parameter met de slechtste toestand.
Eind 2009 is door de waterschappen in het kader van de Kaderrichtlijn Water de toestand van de waterlichamen beschreven, ter voorbereiding op de waterbeheerplannen. Het gaat daarbij om de gegevens over het jaar 2008. Van alle waterlichamen in Overijssel heeft 61% een onvoldoende fysisch-chemische waterkwaliteit. Dit is beter dan het landelijke gemiddelde van 83%. Te hoge stikstof- en fosforgehalten zijn de belangrijkste oorzaken van een onvoldoende waterkwaliteit: de vermesting van het oppervlaktewater. Temperatuur, chloride en zuurstof zijn meestal voldoende. Zuurstof wordt beïnvloed door vermesting en door organische verontreinigingen. Temperaturen boven de 23 of 25 oC zijn schadelijk voor waterdieren.
Bron: Compendium voor de Leefomgeving 2010 en KRW factsheets 2010
www.compendiumvoordeleefomgeving.nl
De te hoge concentraties fosfor en stikstof veroorzaken vermesting van het oppervlakte-water. Dit kan in stilstaande wateren (meestal plassen) leiden tot blauwalg, die in zwemplassen kan leiden tot een zwemverbod. In sloten geeft vermesting vaak veel kroos, waardoor het water zuurstofloos kan worden en vissen sterven. In snelstromende wateren kan ook een ‘groene soep' ontstaan door andere algen.
In totaal hebben 34 waterlichamen in Overijssel een goede fysisch-chemische waterkwaliteit. Deze waterlichamen liggen vooral in het westen van onze provincie (zie kaart 19.5-1). Voorbeelden zijn: de Azelerbeek (nr. 37), de Groteboerswetering (nr. 72), de Soestwetering (nrs. 26, 27 en 28) en de Bruchterbeek (nr. 77). De helft van de wateren met een goede waterkwaliteit heeft een hoog ecologisch doel voor een van de drie ecologische maatlatten (vissen, waterplanten en macrofauna). Concentraties stikstof zijn ruim onder de norm. De laagste concentraties stikstof en fosfor worden gemeten in de Witteveensleiding (nr. 33) (85% respectievelijk 79% onder de norm) en de Oosterbroekswaterleiding ( nr. 20) (69% respectievelijk 50% onder de norm).
In totaal 11 waterlichamen in Overijssel hebben een slechte fysisch-chemische water-kwaliteit. Het gaat om de Breebroeksleiding (nr. 3), De Reest (nr. 36) op de grens met Drenthe, kanalen Velt en Vecht (nr. 80) en negen Twentse beken. Zoals gezegd zijn de te hoge concentraties fosfor en stikstof de oorzaak van een ontoereikende waterkwaliteit. Zo wordt in de Bolscherbeek (nr. 40) een fosforconcentratie gemeten van bijna zeven keer de norm van 0,14 mg/liter. Een ander voorbeeld is de Reest (nr. 36) waar de hoeveelheid stikstof in het water ruim drie keer de norm van 4 mg/liter is. Voor dit water geldt een hoog ecologisch doel.
Bron: KRW factsheets
Benadrukt moet nogmaals worden dat de algemene fysisch-chemische kwaliteit slechts een onderdeel is van de beoordeling van de ecologische toestand van de KRW.
Dat de situatie eind 2009 nog niet helemaal op orde is, betekent niet dat er in de afgelopen jaren niets is bereikt. Sterker nog: in de afgelopen 20 jaar is er al veel bereikt. Uit gegevens van de waterschappen Velt en Vecht en Groot Salland kan de conclusie worden getrokken dat de waterkwaliteit eind 2010 een gunstiger beeld laat zien dan het beeld van een jaar eerder. Het aandeel waterlichamen dat niet aan de normen voor fosfor of stikstof voldoet nam verder af. De positieve ontwikkeling in de waterkwaliteit lijkt zich derhalve door te zetten.
| Ter illustratie de ontwikkeling van de waterkwaliteit in de kanalen Velt en Vecht (nr. 80) die in het beheergebied van waterschap Velt en Vecht liggen. Hiervoor bleek dat de kanalen van Velt en Vecht in 2008 (beeld KRW 2009) niet voldoen aan de norm voor fosfor: de waarde is met 0,34 mg/l ruim 2 keer zo hoog. Kijkend naar de fosforconcentraties van de afgelopen 20 jaar is te zien dat er al grote vooruitgang geboekt is. |
|---|
Bron: waterschap Velt en Wieden
Zoals gezegd heeft de Kaderrichtlijn Water als doel het in beginsel behalen van een goede ecologische toestand in de waterlichamen in 2015. Als de verbetering van de watertoestand technisch niet haalbaar of onevenredig kostbaar is, of natuurlijke omstandigheden tijdige verbetering beletten, is het mogelijk de termijn met twee keer zes jaar te verlengen (tot 2021 of 2027). Duidelijk is dat niet alle doelen in 2015 gehaald zullen worden. Dit geldt bijvoorbeeld voor 85% van alle waterlichamen in het Nederlandse deel van het Rijnstroomgebied. Wat betreft Overijssel is in zogenaamde factsheets (Omgevingsvisie Overijssel, Waterbijlage en waterbeheerplannen Rijn-Oost, 2009) per waterlichaam aangegeven of maatregelen allemaal vóór, allemaal na, of deels voor en deels na 2015 uitgevoerd zullen worden. Als alle maatregelen vóór 2015 gepland zijn, dan kan het zijn dat in 2015 de doelstellingen gehaald zijn, maar dat is niet zeker. Bedacht moet worden dat ecosystemen tijd nodig hebben om op maatregelen te reageren. Zekerheid over doelrealisatie in 2015, ook al zijn alle maatregelen voor die tijd uitgevoerd, is dus niet te geven. Er wordt naar gestreefd dat van alle waterlichamen in Overijssel over 5 jaar 78% zal voldoen aan de fosfornormen en 74% aan die van stikstof. In de overige waterlichamen zijn tussen 2015 en 2027 maatregelen voorzien.