provincie Overijssel

Klimaat en droogte

Zoeken in de site

Kruimelpad

naar boven
 

19.2 Klimaat en droogte

14 juni 2011

Door klimaatverandering krijgen meer gebieden 's zomers last van grotere watertekorten. Die treden vooral op in hoger gelegen, zandige gebieden waar het regenwater snel wegzakt en geen kwelwater opborrelt. Bovendien kan hier geen extra water van elders worden aangevoerd. Deze gebieden liggen in het oosten van Overijssel en beslaan ongeveer 40% van de oppervlakte van de provincie Overijssel.

 

Samen met de buurprovincies Gelderland en Drenthe en de 5 waterschappen binnen het gebied Rijn-Oost is in 2010 een globale verkenning uitgevoerd naar de droogte-problematiek (project Klimaat en Droogte). Daarbij is in eerste instantie gekeken naar de meest extreme ontwikkeling (het zogenoemde W+ scenario van het KNMI). De verkenning levert - op basis van dit extreme scenario - de volgende conclusies op voor de situatie rond 2050:

  • Het droge jaar van 2003 wordt rond 2050 een gemiddeld jaar.
  • In 2010 is er op jaarbasis sprake van een neerslagoverschot. Er valt gemiddeld meer regen dan er water verdampt. Maar het verschil wordt op den duur kleiner (280 mm/jaar naar 200 mm/ jaar). Dat betekent dat er meer gewoekerd moet worden met het beschikbare water.
  • Op de hoge gronden zal de grondwaterstand structureel dalen. Op de lage gronden, waar water aangevoerd kan worden vanuit de rivieren en het IJsselmeer, is er alleen in de zomer sprake van structurele daling van de grondwaterstand.
  • De wateraanvoer uit de rivieren en het IJsselmeer loopt in droge zomers al tegen zijn grenzen aan. In 2003 ging het net goed. Als in 2050 de droogte van 2003 de gemiddelde situatie wordt, dan zullen er vaker watertekorten optreden.

Deze effecten op de waterhuishouding kunnen leiden tot extra opbrengstderving in de landbouw. Ook wordt - als er niets gedaan wordt - een verslechtering van de waterkwaliteit verwacht met nadelige gevolgen voor natuurwaarden. Daarnaast kan de scheepvaart (recreatie en binnenvaart) hinder ondervinden van lagere waterstanden. Droge zomers worden door de recreatiesector als positief beoordeeld. Alleen wat betreft het wateraspect zijn er ook  kanttekeningen. In droge jaren, als juist de behoefte aan zwemwater toeneemt, kan de geschiktheid van het oppervlaktewater om te zwemmen afnemen. Dit vraagt alertheid op het voorkomen van onveilige situaties. Er worden - vooralsnog - geen problemen met de drinkwatervoorziening verwacht. 

Zoals opgemerkt was het in 2010 uitzonderlijk warm in de landen van het noordelijk halfrond. Juli was het warmst sinds het begin van de metingen en ook mei en juni waren uitzonderlijk warm. Droogte is al zichtbaar in de vorm van in de zomer droogvallende beken (zie kaart 19.2-1). Deze beken liggen vooral in het oosten van de provincie.

Dat water vasthouden essentieel is maakt de kaart ook duidelijk. In tijden van droogte kan slechts een deel van Overijssel voorzien worden van oppervlaktewater. Vanuit het Zwarte Meer kan het gebied ten noordwesten van Zwolle worden voorzien van oppervlaktewater en vanuit de Vecht het gebied aan weerszijden van de rivier. Vanuit de IJssel kan het gebied ten oosten van de rivier worden voorzien en een klein stuk ten zuiden van de IJssel. Het wateraanvoergebied van de Twentekanalen is het gebied langs het kanaal plus het oostelijke deel van waterschap Groot Salland, dat via het Overijssels Kanaal van water wordt voorzien.

Duidelijk is dat in Twente in droge tijden geen oppervlaktewater kan worden aangevoerd. Het gebied bestaat voornamelijk uit zandgronden met beekdalen en is een hellend, vrij afwaterend gebied.

 

Kaart 19.2-1 Droogvallende beken en wateraanvoer-mogelijkheden 2010

Krt_19_2_1

Bron: waterschappen Rijn-Oost Water

 

naar boven 

Gerelateerde informatie

19_water
naar boven
naar boven