Klimaat en droogte
Door klimaatverandering krijgen meer gebieden 's zomers last van grotere watertekorten. Die treden vooral op in hoger gelegen, zandige gebieden waar het regenwater snel wegzakt en geen kwelwater opborrelt. Bovendien kan hier geen extra water van elders worden aangevoerd. Deze gebieden liggen in het oosten van Overijssel en beslaan ongeveer 40% van de oppervlakte van de provincie Overijssel.
Samen met de buurprovincies Gelderland en Drenthe en de 5 waterschappen binnen het gebied Rijn-Oost is in 2010 een globale verkenning uitgevoerd naar de droogte-problematiek (project Klimaat en Droogte). Daarbij is in eerste instantie gekeken naar de meest extreme ontwikkeling (het zogenoemde W+ scenario van het KNMI). De verkenning levert - op basis van dit extreme scenario - de volgende conclusies op voor de situatie rond 2050:
Deze effecten op de waterhuishouding kunnen leiden tot extra opbrengstderving in de landbouw. Ook wordt - als er niets gedaan wordt - een verslechtering van de waterkwaliteit verwacht met nadelige gevolgen voor natuurwaarden. Daarnaast kan de scheepvaart (recreatie en binnenvaart) hinder ondervinden van lagere waterstanden. Droge zomers worden door de recreatiesector als positief beoordeeld. Alleen wat betreft het wateraspect zijn er ook kanttekeningen. In droge jaren, als juist de behoefte aan zwemwater toeneemt, kan de geschiktheid van het oppervlaktewater om te zwemmen afnemen. Dit vraagt alertheid op het voorkomen van onveilige situaties. Er worden - vooralsnog - geen problemen met de drinkwatervoorziening verwacht.
Zoals opgemerkt was het in 2010 uitzonderlijk warm in de landen van het noordelijk halfrond. Juli was het warmst sinds het begin van de metingen en ook mei en juni waren uitzonderlijk warm. Droogte is al zichtbaar in de vorm van in de zomer droogvallende beken (zie kaart 19.2-1). Deze beken liggen vooral in het oosten van de provincie.
Dat water vasthouden essentieel is maakt de kaart ook duidelijk. In tijden van droogte kan slechts een deel van Overijssel voorzien worden van oppervlaktewater. Vanuit het Zwarte Meer kan het gebied ten noordwesten van Zwolle worden voorzien van oppervlaktewater en vanuit de Vecht het gebied aan weerszijden van de rivier. Vanuit de IJssel kan het gebied ten oosten van de rivier worden voorzien en een klein stuk ten zuiden van de IJssel. Het wateraanvoergebied van de Twentekanalen is het gebied langs het kanaal plus het oostelijke deel van waterschap Groot Salland, dat via het Overijssels Kanaal van water wordt voorzien.
Duidelijk is dat in Twente in droge tijden geen oppervlaktewater kan worden aangevoerd. Het gebied bestaat voornamelijk uit zandgronden met beekdalen en is een hellend, vrij afwaterend gebied.
Bron: waterschappen Rijn-Oost Water