provincie Overijssel

Klimaatverandering en water

Zoeken in de site

Kruimelpad

naar boven
 

19.1 Klimaatverandering en water

15 juni 2011

Het weer verandert voortdurend. De meer extremere weersomstandigheden worden veroorzaakt door natuurlijke invloeden, maar de afgelopen eeuw speelt de mens ook een belangrijke rol, bijvoorbeeld door de uitstoot van de broeikasgassen CO2 en methaan. Deze menselijke invloed leidt tot verandering van het klimaat. Dat het klimaat verandert, blijkt uit een stijging van de gemiddelde temperatuur, vooral na 1970. Ook steeg de zeespiegel in Nederland de afgelopen eeuw met 18 centimeter, mede doordat de hogere temperatuur gletsjers en ijskappen doet smelten. De kans op een Elfstedentocht nam tegelijkertijd af, het directe gevolg van het uitblijven van langdurige periodes met extreme kou. Daarnaast nam de totale neerslag in de afgelopen eeuw toe, in De Bilt met 15%. Bovendien verandert het neerslagpatroon - winters worden natter en zomers droger - en neemt de hevigheid van zomerse regenbuien toe.

 

Klimaatverandering
Klimaatverandering is niet hetzelfde als extreme weersituaties, maar is wel een van de oorzaken. Bij klimaatverandering gaat het veel meer om structurele wijzigingen. Dat neemt niet weg dat het afgelopen jaar 2010 weersextremen kende. In de landen op het noordelijk halfrond was het in 2010 uitzonderlijk warm. Juli was het warmst sinds het begin van de metingen en ook mei en juni waren uitzonderlijk warm. Daarnaast was de maand augustus 2010 de op één na natste augustusmaand in ruim 100 jaar. In Nederland viel gemiddeld over het land ongeveer 172 mm regen tegen zo'n 750 mm jaarlijks.
De meeste neerslag viel op 26 en 27 augustus in de Achterhoek waar 138 mm in één etmaal viel.

 

Voor de toekomst onderscheidt het KNMI vier klimaatscenario's voor 2050. Het zijn inschattingen hoe het klimaat zich zou kunnen ontwikkelen, afhankelijk van allerlei ontwikkelingen. In het meest extreme scenario (Warm +) neemt zowel de hoeveelheid neerslag als verdamping toe. Doordat de verdamping meer toeneemt dan de neerslag, zal de aanvulling van het grondwater afnemen. Het grondwater wordt dus nog wel aangevuld, maar dit zal minder zijn. In Overijssel zal het aantal zomerse dagen in het extreme scenario verdubbelen van 24 in 2010 naar mogelijk 47 dagen in 2050. Het aantal tropische dagen (dagen met een temperatuur boven de 30 graden) zal toenemen van 4 naar mogelijk 14 dagen in 2050. Verwacht wordt dat het droge jaar 2003 straks de gemiddelde situatie wordt.

www.knmi.nl

 

Globale waterbalans Overijssel
Per jaar valt in de provincie Overijssel zo'n 775 mm neerslag. Hiervan verdampt per jaar zo'n 430 mm (actuele verdamping). Dit betekent dat Overijssel een neerslagoverschot van 345 mm heeft, wat overeenkomt met 1,2 miljard m3 water. Via de IJssel komt per jaar gemiddeld 10,7 miljard m3 water onze provincie binnen en vanuit Duitsland via de Vecht 0,5 miljard m3. Tot slot stroomt een onbekende (kleine) hoeveelheid grondwater onze provincie in.
Naast de genoemde verdamping stroomt 10,7 miljard m3 via de IJssel en vanuit het Zwarte Water 1,7 miljard m3 naar het IJsselmeer. Ook stroomt een onbekende (kleine) hoeveelheid grondwater weg uit Overijssel. Tot slot wordt 86 miljoen m3 grondwater gebruikt voor onder meer de drinkwaterwinning. Een deel hiervan wordt weer in de bodem geïnfiltreerd en het resterende deel komt via het riool in het oppervlaktewater binnen Overijssel.

 

Figuur 19.1-1 Globale waterbalans Overijssel Water dat de provincie binnenkomt en verlaat in mm per jaar

Fig_19_1_1_IG

Bron: provincie overijssel

 

Verandering van het klimaat kan in Overijssel gevolgen hebben voor vier waterthema's, te weten waterveiligheid, wateroverlast, watertekorten en gezond water.

Waterveiligheid

Het gaat hierbij om de risico's van overstromingen die het gevolg zijn van een dijkdoorbraak. In Overijssel kan het gaan om overstromingen vanuit de IJssel, de benedenloop van de Vecht, het Zwarte Water, het Zwarte Meer en het Ketelmeer. Ten eerste zal de IJssel in de winter naar verwachting een hogere afvoer krijgen door veranderende neerslagpatronen in het Rijnstroomgebied. Ten tweede zal de zeespiegel verder stijgen. Rond 2100 verwacht het KNMI een maximale stijging van zo'n 85 cm. De Deltacommissie gaat zelfs uit van een stijging tot 130 cm. Om het water bij de Afsluitdijk nog kwijt te kunnen, kan het nodig zijn om het peil op het IJsselmeer te laten stijgen. Dit heeft grote gevolgen voor het peil op de IJssel en de Vecht. De situatie in de IJsseldelta zal kritisch worden bij een peilstijging van 0,5 meter. Ten derde hebben sommige delen van Overijssel te kampen met bodemdaling. Vooral langs de IJssel en in de IJsseldelta kan de bodemdaling over 50 jaar lokaal oplopen tot meer dan 1 meter. Hierdoor wordt het hoogteverschil tussen water en land groter en daarmee de kans op overstromingen. Tot slot neemt de bevolking rond steden waaronder Zwolle toe en zullen welvaart en nieuwbouw en/of vervanging toenemen, waardoor het aantal slachtoffers en de economische schade van een mogelijke overstroming ook zal toenemen.

Wateroverlast

Bij wateroverlast gaat het niet om dijkdoorbraken, maar om water op straat en om kleinere wateren die buiten hun oevers treden na hevige neerslag. Een voorbeeld is de hevige neerslag in augustus 2010 toen er veel wateroverlast was en de Dinkel buiten zijn oevers trad.

 

Extreme waterstanden in de Dinkel
Ook al horen overstromingen tot het normale regiem van de Dinkel, toch zijn de waterstanden in augustus 2010 uitzonderlijk hoog. Een belangrijke oorzaak van de hoge waterstanden is dat juist in het brongebied van de Dinkel in Duitsland extreme neerslag is gevallen. Waar normaal 3-4 m3 water/seconde (het zogenaamde debiet) door de Dinkel stroomt, stroomde op het hoogtepunt van de ‘golf' ruim 50 m3/sec in de Beneden Dinkel bij Tilligte. Dit is volgens waterschap Regge en Dinkel niet eerder geregistreerd. De waterstand in de Boven Dinkel bij Losser kwam in die twee dagen bijna 2,5 meter hoger te liggen.

 

Relevante ontwikkelingen binnen klimaatverandering voor wateroverlast zijn de toename van neerslag in de winter en de grotere intensiteit van buien in de zomer waardoor de wateroverlast naar verwachting groter zal worden. Dit uit zich onder andere in hoge grondwaterstanden en waterpeilen, water op straat, ondergelopen kelders en overstorten van riolen. Een relevante ontwikkeling is ook de toename van het verhard oppervlak in steden en dorpen. Deze vindt vaak ook nog plaats in laaggelegen gebieden. Verhard oppervlak leidt tot snelle toestroming van water en het vergroten van het risico op wateroverlast.

Watertekorten

Door droogte kan de grondwaterstand en het oppervlaktewaterpeil dalen. Lage grondwaterstanden kunnen tot droogteschade leiden voor bijvoorbeeld de landbouw en de natuur. Een tekort aan (schoon) oppervlaktewater kan gevolgen hebben voor de landbouw (o.a. beregeningsverbod ), de natuur (mindere kwaliteit van het water en droogval van beken), de scheepvaart (te weinig diepgang en langere wachttijden bij sluizen), veiligheid (beschadiging van oevers) en de zwemwaterkwaliteit (verslechtert).

Gezond water

Het gaat hierbij om de chemische en ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater in Overijssel. Gezonde watersystemen zijn vooral belangrijk voor ecologie en zwemwater. Temperatuurstijging en vermindering van de hoeveelheid water door klimaatverandering zal de waterkwaliteit in de toekomst sterk beïnvloeden. Het bereiken van een goede ecologische toestand (o.a. een eis van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW)) zal nog moeilijker realiseerbaar worden. Wat betreft zwemwater mag verwacht worden dat door de groei van welvaart en mobiliteit en de toename van het aantal zomerse dagen de behoefte aan zwemwateren in de toekomst zal toenemen. De kwaliteit van zwemwateren is dan ook een belangrijk aandachtspunt. Daarnaast hebben de toenemende droogte en de intensiteit van de buien in de zomer gevolgen voor het rioolbeheer. In perioden van droogte is er meer afzet van slib en stankoverlast en bij hevige buien na droogte een grotere vuilbelasting van het oppervlaktewater uit overstorten.

In 2010 is door Deltares en Tauw een verkennende studie uitgevoerd naar de knikpunten op het gebied van waterbeheer die in de provincie Overijssel te verwachten zijn. Knikpunten zijn punten waar de effecten van klimaatverandering zodanige problemen veroorzaken, dat een wijziging in de strategie van beheer of beleid aan de orde is. Uit de knikpuntenanalyse blijkt dat in Overijssel met het huidige waterbeleid op elk van de vier thema's al wordt voorgesorteerd op klimaatverandering. Zo is bijvoorbeeld in het project Ruimte voor de RivierHet programma Ruimte voor de Rivier speelt in op de veranderde maatgevende afvoeren die vanaf 2015 gelden (16.000 m3 per seconde bij Lobith). Daarvoor worden maatregelen genomen bij Deventer, Olst, Zwolle en Kampen. Voor de langere termijn zijn echter aanvullende maatregelen nodig als met een afvoer van 18.000 m3 per seconde rekening moet worden gehouden.  rekening gehouden met een verwachte extra afvoer van de IJssel. Het beleid vraagt voor 2050 op onderdelen wel om aanpassingen, bijvoorbeeld met betrekking tot de gevolgen van stijging van het IJsselmeerpeil, de soortgerichte doelstellingen in het natuurbeleid en het antiverdrogingsbeleid voor natuurgebieden.

naar boven 

Gerelateerde informatie

19_water
naar boven
naar boven