Het 14e Overijssels Feit van 2011 gaat in op de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen in het grond- en oppervlaktewater in Overijssel.
In de afgelopen 15 jaar zijn in Noordoost Nederland de milieurisico's van bestrijdingsmiddelen met 80 tot 90 procent afgenomen. Dit komt door het gebruik van andere minder schadelijke middelen en een afname van het gebruik. Dat is goed nieuws. Bestrijdingsmiddelen vormen echter in Overijssel nog steeds een risico voor drinkwaterwinning en waterleven. In Overijssel komen in 30-40 procent van de metingen in grond- en oppervlaktewater nog teveel bestrijdingsmiddelen voor. In het 14e Overijssels Feit gaan we in op het voorkomen van bestrijdingsmiddelen in Overijssel, vergeleken met de situatie in Noordoost Nederland.
Gezamenlijk onderzoek in vier provincies
Het onderzoek (Van den Brink et al., 2011) geeft een beschrijving van de huidige situatie ten aanzien van aangetroffen bestrijdingsmiddelen in grond- en oppervlaktewater in Noordoost Nederland. Daarbij is gebruik gemaakt van gegevens van waterschappen over aangetroffen bestrijdingsmiddelen in oppervlaktewater en van gegevens van provincies over bestrijdingsmiddelen in het grondwater die in het kader van de Kaderrichtlijn Water worden verzameld. Er is gemeten op een diepte van 10 en 25 meter beneden het maaiveld. Voor Overijssel gaat het om 24 metingen in het grondwater (periode 2006-2008) en 85 metingen in het oppervlaktewater (periode 2000-2009). Het onderzoek geeft daarnaast een beschrijving van de huidige risico's voor grond- en oppervlaktewater en voor water- en bodemleven als gevolg van het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Daarbij is gebruik gemaakt van spuitschema's die representatief zijn voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen in Noordoost Nederland. Het gaat daarbij zowel om landbouwkundig gebruik van bestrijdingsmiddelen als om ander gebruik (bijvoorbeeld bedrijventerreinen, recreatiegebieden, bos- en natuurgebieden, volkstuinen, wegen, groen en verhardingen binnen gemeenten en particuliere terreinen)
Overijssels zandgebied relatief veel bestrijdingsmiddelen
De normen voor bestrijdingsmiddelen in grond- en oppervlaktewater worden in Overijssel vaker overschreden dan gemiddeld in Noordoost Nederland. In 32% van de metingen in het grondwater en 40% van de metingen in oppervlaktewater wordt de norm van 0,5 µg/l overschreden. In Friesland is de normoverschrijding met 13 en 16% het laagst (zie figuur hiernaast). Dit komt volgens de onderzoekers door het grote aandeel grasland en het geringe gebruik van bestrijdingsmiddelen op grasland in deze provincie. Het valt op dat er in het grondwater in Noordoost Nederland geen overschrijdingen worden aangetroffen in bos- en natuurgebieden. Verder valt op dat de belangrijkste overschrijdingen in het grondwater worden aangetroffen in de (hogergelegen) zandgronden in Overijssel en in Veenkoloniën in Drenthe en Groningen. Als we de overschrijdingen in het ondiepe en diepe grondwater vergelijken zien we minder bestrijdingsmiddelen in het ondiepe grondwater. Dit lijkt te duiden op een afname van de landbouwkundige belasting. In akkerbouw- en graslandgebieden neemt het overschrijdingspercentage toe met de diepte. In stedelijke gebieden neemt het juist af met de diepte en dat is een aanwijzing voor een toename van het bestrijdingsmiddelengebruik. Volgens de onderzoekers zou het voor de hand liggen nader onderzoek te doen naar het stedelijke gebruik van bestrijdingsmiddelen.
Risico's in kaart gebracht met behulp van spuitschema's en milieumeetlat
Naast een beschrijving van de daadwerkelijk gemeten bestrijdingsmiddelen in grond- en oppervlaktewater zijn ook de risico's voor grond- en oppervlaktewater en water- en bodemleven als gevolg van het gebruik van bestrijdingsmiddelen in beeld gebracht. Dit is voor de landbouwregio's in Noordoost Nederland gedaan door het gebruik te berekenen aan de hand van landgebruik, bouwplan, gewastype en bijbehorende praktijkspuitschema's van 1997 en 2010. Deze berekende belasting is via een zogenaamde milieumeetlat vertaald naar milieubelastingspunten (MBP). Hoe meer MBP hoe hoger de risico's op het waterleven, bodemleven en grondwater. Voor grondwater komt een score van 100 MBP per toepassing overeen met de toelatingsnorm van het College voor Toelating van Bestrijdingsmiddelen (CTB) dat wil zeggen de gevolgen voor het milieu zijn dan nog toelaatbaar.
Risico bestrijdingsmiddelen fors afgenomen; akkerbouw kent nog probleemteelten
Uit de vergelijking van het grondgebruik en spuitschema's in 1997 en 2010 blijkt dat er sprake is van een aanzienlijke verschuiving in middelen en een afname van de belasting in de orde van 80 tot 90%. De belasting is vooral in akkerbouwgebieden echter nog steeds boven de grenswaarden. De belangrijkste probleemteelten voor uitspoeling naar het grondwater zijn uien, lelies, wintertarwe, suikerbieten, consumptieaardappelen en zetmeelaardappelen. Kijken we naar de kaart van Overijssel (zie kaart hiernaast) dan zien we verspreid over de provincie ‘rode vlekjes'. Dit zijn akkerbouwgebieden op bodems met een laag organisch stof gehalte die gevoelig zijn voor uitspoeling van bestrijdingsmiddelen. Het onderzoek laat zien dat het overgrote deel van de nu aangetroffen middelen in grond- en oppervlaktewater verklaarbaar is uit de praktijkspuitschema's uit 1997 (voor grondwater) en 2010 (voor oppervlaktewater). Verder constateren de onderzoekers dat er nauwelijks verschillen zijn in de milieubelasting binnen en buiten grondwaterbeschermingsgebieden. Dit is opvallend gezien de aanpak van verontreinigingen in grondwaterbeschermingsgebieden. Daar zou een lagere belasting verwacht mogen worden.
Hardenberg grootste risico's bestrijdingsmiddelen in diep grondwater
Als verder wordt ingezoomd op de situatie in Overijssel dan valt op dat het diepe grondwater in het Noordwesten van Overijssel minder gevoelig is voor de belasting met bestrijdingsmiddelen. Dit heeft te maken met kwelwater vanuit Drenthe , waardoor bestrijdingsmiddelen niet in het diepe grondwater komen. Het water dat vanuit Drenthe onderweg is naar de Noordoostpolder komt in West-Overijssel deels naar boven. De akkerbouw in de polders Halfweg, Giethoorn en Gendringen bijvoorbeeld heeft dan ook weinig invloed op de kwaliteit van het diepe grondwater. Het is dan ook niet voor niets dat het berekende milieurisico van bestrijdingsmiddelen in de gemeenten Zwartewaterland en Steenwijkerland wat betreft het diepe grondwater het laagst is (zie onderste figuur hiernaast). In de gemeente Hardenberg zijn de berekende risico's van bestrijdingsmiddelen voor het diepe grondwater het hoogst. Het is een gemeente met in het oosten intensieve akkerbouw, met name aardappelteelt..
Schoon grondwater van provinciaal belang
De provincie Overijssel heeft als taak om samen met ondermeer drinkwaterbedrijf Vitens te zorgen voor voldoende en schoon drinkwater in Overijssel. De provincie heeft daarom voor alle drinkwaterwingebieden in Overijssel gebiedsdossiers gemaakt. In een gebiedsdossier staat omschreven wat de toestand van de winning is en welke mogelijke bedreigingen voor het grondwater er zijn. Op basis daarvan werken provincie, drinkwaterbedrijf Vitens, Rijkswaterstaat, Prorail en de betrokken gemeenten maatregelen uit om de risico's te beperken en de kwaliteit van het grondwater duurzaam veilig te stellen. Dat gebeurt onder meer door de aanpak van risicovolle verontreinigingen in waterintrekgebieden, aanpassing van gemeentelijke bestemmingsplannen en monitoring van de waterkwaliteit van grondwater en oppervlaktewater. Begin 2011 is de provincie samen met Vitens en LTO Noord een project gestart om in de meest kwetsbare wingebieden de belasting van het grondwater met nitraat en bestrijdingsmiddelen uit de landbouw te beperken. Ook zijn er met gemeenten afspraken gemaakt over hun bestrijdingsmiddelenbeleid. Hiermee wordt invulling gegeven aan de gezamenlijke zorgverplichting uit de Drinkwaterwet om intrekgebieden geschikt te houden voor drinkwaterwinning.
Meer informatie? Mail naar beleidsinformatie@overijssel.nl.