Het 9e Overijssels Feit van 2011 gaat in op het onderzoek over binding woonplaats
Hoe houden we het platteland leefbaar? Al jaren een veelbesproken onderwerp. De samenstelling van de bevolking verandert en vooral in het landelijk gebied drukken ontwikkelingen als vergrijzing, ontgroening, vestiging en vertrek hun stempel op de samenleving. In sommige gebieden zal (in de toekomst) zelfs sprake zijn van bevolkingskrimp. De leefbaarheid in een deel van de dorpen komt onder druk te staan. Maar wat vinden Overijsselse burgers belangrijk als het om leefbaarheid gaat? Dit Overijssels Feit gaat in op bevolkingskrimp, leefbaarheid en wat de Overijsselse burgers bindt met hun woonplaats.
Krimp en leefbaarheid op het platteland
Bevolkingsprognoses laten een duidelijk beeld zien: steeds meer regio's krijgen te maken met een vergrijzende en in de toekomst krimpende bevolking. Ook in Overijssel. Vooral de plattelandgebieden in Overijssel krijgen te maken met de effecten van bevolkingskrimp (zie de 2 figuren in de rechterbalk).
Sociaal kapitaal bepaalt de leefbaarheid
Onderzoek wijst erop dat de vermindering van voorzieningen op het platteland meer te maken heeft met het aankoopgedrag van haar bewoners en schaalvergroting in de detailhandel, dan met krimp. Tevens is aangetoond dat niet de aanwezigheid van voorzieningen bepaalt of het in een dorp prettig wonen is, maar dat de aanwezigheid van sociaal kapitaal bepalend is voor de leefbaarheid. Dat zijn bewoners met grote sociale netwerken die initiatieven ontplooien in het dorpsleven. Zij organiseren bijvoorbeeld dorpsfeesten, een dorpskrant, een internetsite over het dorp, gezamenlijk autovervoer van kinderen of houden de plaatselijke bibliotheek draaiende.
Ontmoetingsplekken belangrijk voor sociaal kapitaal
Ontmoetingsplekken staan aan de basis van sociaal kapitaal. Waar ontmoetingen plaatsvinden (in dorpscafés, kulturhusen of gewoon bij een bankje in de openbare ruimte) ontstaan sociale netwerken en initiatieven. Of ook de inwoners van Overijssel belang hechten aan ontmoetingsplekken in hun woonomgeving is in december 2010 gevraagd aan het burgerpanel Overijssel. Deze peiling is uitgevoerd om een idee te krijgen wat de inwoners van Overijssel nu bindt met hun woonplaats en waar zij waarde aan hechten. Uit het onderzoek komt naar voren dat zowel in de stad als op het platteland veel waarde wordt gehecht aan goed contact tussen buurtbewoners en goed noaberschap. Wanneer dit ‘sociale kapitaal' wordt versterkt zal de binding aan de woonplaats toenemen.
Figuur: Mate van invloed van verschillende aspecten op de binding met de woonplaats 1 )
1) Des te verder aspecten aan de rechter kant van het diagram staan, des te groter de impact van deze aspecten op de binding met de woonplaats
Voorzieningen in of nabij de woonplaats spelen wel een rol bij de binding aan de woonplaats. De impact hiervan is echter minder sterk dan die van sociaal kapitaal, zo blijkt uit de peiling onder het burgerpanel. Aspecten die, naast de contacten tussen buurtbewoners en noaberschap, zeker van belang zijn bij de binding aan de woonplaats zijn: een veilige omgeving, voldoende winkels in de buurt voor de dagelijkse boodschappen en de mogelijkheid om een geschikte woning te vinden. Daarnaast hebben mogelijkheden voor een actief verenigingsleven en nabijheid van vrienden en kennissen een duidelijke impact op de binding, twee aspecten die ook een basis vormen voor sociaal kapitaal.
Sociaal kapitaal in Overijssel groter dan in de rest van Nederland
Uit de CBS-rapportage "Sociale Samenhang" blijkt dat Overijssel hoog scoort op sociale samenhang in vergelijking met andere provincies. In de provinciale rangorde staat Overijssel op de tweede plaats, na Friesland. Overijsselaars blijken niet alleen veel waarde te hechten aan noaberschap, maar brengen dit ook vaak in uitvoering.
Als het gaat om wekelijks contact met de familie staat Overijssel op de eerste plaats. Van de Overijsselse bevolking van 18 jaar en ouder heeft 88% van de bevolking wekelijks contact met familie. Landelijk is dit 86%.
Bijna een derde van de Nederlanders geeft onbetaald hulp aan zieken, buren, vrienden, familie of bekenden. Van alle provincies scoort ook hier Overijssel het hoogst: 36% geeft informele hulp. Van de Nederlandse bevolking is bijna 21% actief als vrijwilliger. Friesland springt eruit met 26%, daarna volgt Overijssel met 24%.
Gebruikte bronnen
Meer informatie? Mail naar beleidsinformatie@overijssel.nl.