provincie Overijssel

In het vierde Overijssels Feit van 2010 gaan we in op de ontwikkelingen in de woningbouw in de provincie Overijssel.

Zoeken in de site

Kruimelpad

naar boven
 

De aantrekkelijkheid van de Overijsselse steden

20 juli 2011

Dit jaar heeft de Atlas voor gemeenten (een jaarlijkse publicatie waarin de 50 grootste gemeenten van Nederland vergeleken worden) als thema  ‘Krimp!?' In de discussie over bevolkingskrimp gaat het vaak over het niet-stedelijk gebied. Omdat het in de Atlas voor gemeenten om de 50 grootste gemeenten van Nederland gaat, richt de analyse zich hier juist tot de kans op krimp in die steden en worden vergelijkingen gemaakt op aspecten als woonaantrekkelijkheid en sociaal-ecomomische factoren. In dit Overijssels Feit wordt voor de vijf Overijsselse grote steden de kans op krimp, de woonaantrekkelijkheid en de sociaal-economische scores in beeld gebracht.

Uitstroom gezinnen uit de stad natuurlijk proces
De verschillen in bevolkingsontwikkeling zijn afhankelijk van verschillen in geboorte, sterfte en migratie. In steden waar meer mensen geboren worden dan er dood gaan, neemt de bevolking toe (geboorteoverschot). In steden waar meer mensen wegtrekken dan er naar toe komen, neemt de bevolking af (negatief migratiesaldo).

Vaak wordt gedacht dat de uitstroom van gezinnen met kinderen uit de stad het probleem is, wat maar al te vaak leidt tot beleid om gezinnen met kinderen in de stad te houden. Maar het is een natuurlijk proces dat veel huishoudens met kinderen de stad verlaten en suburbaniseren. Daarmee hebben alle steden te maken, ook de meest aantrekkelijke. Niet de uitstroom van gezinnen met kinderen uit de stad is het probleem van de krimpende stad, maar het gebrek aan instroom van jonge alleenstaanden en tweeverdieners om die uitstroom te compenseren. Het gebrek aan instroom van kansrijke jonge huishoudens zorgt niet alleen direct voor een cijfermatig tekort, maar ook tot vergrijzing en een tekort aan human capital in de stad, met alle economische gevolgen van dien.

Een stad die enerzijds veel werk en carrièrekansen biedt en anderzijds veel stedelijke voorzieningen, is het meest in trek bij jonge huishoudens. Dat zullen over het algemeen hoger opgeleide huishoudens zijn. Die aantrekkingskracht op jonge, hoogopgeleide huishoudens kan worden gedempt als de woningen in die aantrekkelijke steden te duur worden. Het negatieve verband tussen het huizenprijzenniveau in een stad en de migratiebalans duidt erop dat huizen in aantrekkelijke steden voor veel jonge huishoudens niet betaalbaar zijn. Als de woningmarkt zich door landelijke bevolkingskrimp verruimt, waardoor meer woonlocaties voor meer huishoudens betaalbaar worden, zal de trek van jonge huishoudens naar de aantrekkelijke steden naar verwachting verder toenemen.

Almelo heeft van de Overijsselse steden de grootste kans op krimp
De Atlas voor gemeenten bevat een ranglijst met ‘Kans-op-krimp'-indexcijfers. Van de niet-universiteitsteden hoeft Zwolle zich de minste zorgen te maken (46 plaats op de ranglijst). Uit de ranglijst blijkt dat van de vijftig grootste gemeenten de kans op krimp het hoogst is in steden in de grensregio's - zoals Emmen, Almelo en Heerlen. Van de Overijsselse steden heeft Almelo dus de grootse kans op krimp (4de plaats op de ranglijst). Hengelo staat op plaats 15, Deventer op 25 en Enschede op 33.

Uit de analyse blijkt dat met name drie factoren verantwoordelijk zijn voor een grote kans op krimp: de afwezigheid van een universiteit en/of hbo-instellingen, een ongunstige ligging in het land (en daardoor weinig banen binnen acceptabele reistijd), en een gebrek aan woonattracties zoals stedelijke voorzieningen en een kwalitatieve woningvoorraad. Succesvolle investeringen in dat stedelijke woonklimaat, de beschikbaarheid van werk en nieuwe onderwijsinstellingen kunnen de kans op krimp ook verkleinen.

Vooral Enschede, Zwolle en Deventer hebben een positieve migratiebalans
De migratiebalans is het saldo van verhuizingen naar en uit de gemeente, gecorrigeerd voor de nieuwbouwproductie in die gemeente. Die correctie is nodig omdat in een krappe woningmarkt nieuwbouw automatisch zorgt voor een positiever migratiesaldo, ongeacht de werkelijke aantrekkingskracht van een stad, die gebaseerd is op de beschikbaarheid van werk en stedelijke voorzieningen. In de eerste fase van de wooncarrière (15-29-jarigen) is vooral het stedelijke woonmilieu populair. De vijf grote gemeenten in Overijssel hebben een positieve migratiebalans, vooral Zwolle, Enschede en Deventer. Als wij naar het migratiesaldo van 30-39-jarigen kijken, blijkt dat in de meeste steden het aantal mensen in deze groep afneemt. De 30-39-jarigen verkiezen de niet-stedelijke omgeving boven de stedelijke omgeving.

Figuur: Migratiebalans (migratiesaldo gecorrigeerd voor nieuwbouw) voor 15-29 en 30-39-jarigen in Overijsselse steden (%), tussen de haakjes wordt de positie op de ranglijst vermeld. 

Migratiebalans 
Bron: De Atlas voor gemeenten 2010 (bewerking team Beleidsinformatie)


Van de Overijsselse steden scoort alleen Zwolle hoog op woonaantrekkelijkheidsindex
Het verschil tussen steden wordt dus vooral gemaakt door de migratie van jongeren tussen 15 en 29 jaar. Steden die die jonge huishoudens aan zich weten te binden, zullen naar verwachting het minste last krijgen van krimp. De vraag is dan welke factoren bepalend zijn voor de aantrekkingskracht van een stad op jonge huishoudens? Wat zijn de achtergronden van een positieve of negatieve migratiebalans? En wat betekent dat voor de toekomstige kans op krimp van een bepaalde stad? Empirisch onderzoek in Nederland laat zien dat de beschikbaarheid van werk en woonattracties de aantrekkingskracht van een stad beide voor ongeveer de helft verklaren.

Die beschikbaarheid van werk en woonattracties in steden zijn samengevoegd in de zogenaamde woonaantrekkelijkheidsindex die jaarlijks deel uitmaakt van de Atlas voor gemeenten. Die woonaantrekkelijkheidsindex bestaat uit acht indicatoren die te maken hebben met de beschikbaarheid van werk, woonattracties en de kwaliteit van de woningvoorraad: de bereikbaarheid van banen vanuit de stad (per auto en OV), het culturele aanbod, de veiligheid, de kwaliteit van het culinaire aanbod, het aandeel koopwoningen, het aandeel vooroorlogse woningen en de aanwezigheid van de universiteit.

Van de vijf grootste steden Van Overijssel scoort Zwolle het hoogst op woonaantrekkelijkheidsindex. Van de vijftig grootste steden neemt Zwolle een plaats in de top-tien (nummer 8). De andere vier grootste steden van Overijssel scoren daarentegen heel laag op woonaantrekkelijkheidsindex: Hengelo (37), Deventer (38), Enschede (44) en Almelo (45).

Op cultureel aanbod scoort Almelo het laagst van de Overijsselse steden (47ste op de ranglijst), Zwolle scoort ook op deze indicator het hoogst van de Overijsselse steden (8ste op de ranglijst).

Lage scores van Almelo en Enschede op sociaal-economische index door hoge percentages armoede en werkloosheid
Ook op sociaal-economische index scoort Zwolle heel hoog een neemt een plaats in de top-5 van de vijftig grootste gemeenten van Nederland (nummer 5). Hengelo (28) en Deventer (30) bevinden zich in het midden van de ranglijst op sociaal-economisch index. Almelo (46) en Enschede (47) scoren net als op de woonaantrekkelijkheidsindex heel laag.

Als wij naar de scores van de Overijsselse steden op de indicatoren ‘jeugdwerkloosheid' en ‘langdurige werkloosheid' kijken, valt op dat Zwolle zowel op de jeugdwerkloosheid als langdurige werkloosheid lager dan gemiddelden voor de vijftig grootste steden scoort. Daartegenover scoren Hengelo, Almelo en Enschede veel hoger dan het gemiddelde van de vijftig grootste steden. Enschede staat op plaats 49 op de ranglijst ‘jeugdwerkloosheid' en op plaats 48 op de ranglijst ‘langdurige werkloosheid'.

Almelo, Zwolle, Hengelo en Deventer hebben in de periode 1999-2009 de werkgelegenheidsontwikkeling meegemaakt dat hoger is dan de gemiddelde van de vijftig grootste steden. Enschede heeft in deze periode een lagere werkgelegenheidsontwikkeling meegemaakt.

Op indicator ‘kansen op de arbeidsmarkt' scoren alle Overijsselse steden lager dan het gemiddelde van de vijftig grootste steden.

De huizenprijzen liggen voor de vijf Overijsselse steden lager dan het gemiddelde van de vijftig grootste steden van Nederland. De laagste huizenprijzen in steden in Overijssel zijn in Almelo (49ste op de ranglijst), de hoogste in Zwolle (20ste op de ranglijst).

3e jaargang 2010

2e jaargang 2009

1e jaargang 2008

 

Meer informatie? Mail naar beleidsinformatie@overijssel.nl.

 

 

naar boven 

Gerelateerde informatie

naar boven
naar boven