Geschiedenis van Salland

Gepubliceerd op 5 juli 2010

Elk van de drie onderdelen van het huidige Overijssel, Salland, Twenthe en Vollenhove is ouder dan de eenheid Overijssel. Salland is echter weer de jongste van de drie. De eerste keer dat Salland genoemd wordt, is in 814 als land in Salahom, daar waar de rivier de Hisla in zee stroomt, verworven wordt door de abdij van Lorsch (bij Worms).

Het oude gebied Salland ligt vooral tussen Wijhe, Mastenbroek en Dalfsen, dus rond Zwolle. In de tiende eeuw is sprake van een gouw of een graafschap Salalant en in 1086 verwerft de Utrechtse bisschop het markgraafschap Islegowe.

Langzamerhand groeit het begrip Salland uit tot het deel van Overijssel ten zuiden van het Meppelerdiep en de Reest en ten westen van de Regge. Nog in 1046 blijken Deventer en omgeving tot het graafschap Hamaland te behoren, dat dan echter bij de gebieden van de bisschop van Utrecht wordt gevoegd en het gebied tussen Dalfsen en Gramsbergen wordt in 1240 nog Bi den Vechte genoemd en blijkt dan een zelfstandige eenheid naast Salland te zijn.
Vanaf 1169 wordt in Salland aan ontginningen gedaan door het Deventer kapittel, vanaf 1240 zelfs op grote schaal.

In 1225 is er voor het eerst sprake van een bisschoppelijke schout van Psallandia. Zijn opvolger is in 1230 getuige bij de eerste keer dat in Overijssel stadsrechten verleend worden (aan Zwolle). Overigens is er regelmatig sprake van dat ook de graaf van Gelre rechten op Salland claimt.
In 1308 geeft de bisschop een dijkrecht aan het land tussen Ter Hunnepe en de zee aan die kant van de IJssel, waarop Deventer ligt. Later wordt dit gebied aangeduid als de Sallandse Schouw.
In 1336 moet de bisschop bijna heel Overijssel verpanden aan de graaf van Gelre. Tien jaar later ziet de nieuwe bisschop Jan van Arkel kans het pandschap te lossen. Deze krachtige bestuurder hervormt het bestuur van het Oversticht en vormt een drietal gebieden, waarover hij een schout aanstelt: Twenthe, Vollenhove en het restgebied, dat hij Salland noemt. Dit zijn de latere drostambten

Weliswaar groeien de plaatselijke schouten van IJsselmuiden en van Diepenheim en Haaksbergen later ook uit tot bovenlokale drosten en wordt de schout van Hasselt later aangeduid als een bovenlocale hoogschout, maar toch blijft de driedeling van Overijssel tot 1814 manifest en is tot de dag van vandaag nog merkbaar.

In de middeleeuwen is er sprake van een Sallandse ridderschap; samen met de ridderschappen van Twenthe en Vollenhove en de magistraten van de drie IJsselsteden vormen zij een machtsblok, waarmee de bisschoppen en later hun Habsburgse opvolgers terdege rekening moesten houden.
De drost van Salland was de hoogste bestuursambtenaar in het gebied. Wordt hij aanvankelijk benoemd door de bisschop van Utrecht en later door Karel V en Philips II, vanaf ongeveer 1580 benoemen de Overijsselse staten deze functionaris uit de leden van de ridderschap. De functie van drost van Salland groeide uit tot de belangrijkste functie binnen de staten: hij was voorzitter van de statenvergadering.

De drost was niet alleen bestuursambtenaar, maar ook de hoogste rechter in zijn ambtsgebied. Hij had in criminele zaken het halsrecht, mocht dus de doodstraf opleggen en door de beul laten uitvoeren. Binnen zijn ambtsgebied lagen echter exempte gebieden: de steden. Vanaf 1230 (Zwolle) ontstaat de gewoonte dat de landsheer, de bisschop van Utrecht, stadsrechtprivileges verleent aan dorpen, die daardoor stad werden en onttrokken werden aan de rechtsmacht van de drost.

In de Bataafs-Franse tijd (1795-1814) worden de drostambten naar Frans model omgevormd tot arrondissementen, waarbij de grenzen niet geheel parallel liepen.
Economische activiteit in het gebied Salland is vooral agrarisch geweest. Landbouw en veeteelt op kleine schaal is nog steeds kenmerkend voor het Sallandse landschap.
Als gevolg van de gemeentelijke herindeling in 2001 is de grens van Salland met Twenthe geweld aangedaan: tot Salland behoren de huidige gemeenten Zwolle, Kampen, Zwartewaterland, Staphorst, Hardenberg, Ommen, Dalfsen, Raalte, Olst, Deventer, Bathmen en Hellendoorn, terwijl de gemeenten Twenterand en Rijssen-Holten in beide gebieden liggen.