De geschiedenis van Overijssel

Gepubliceerd op 15 december 2015

Voor het gebied dat wij nu kennen als de provincie Overijssel, kunnen verschillende beginjaren worden genoemd. Het jaar 1528 is wel het meest geschikt. Toen kocht keizer Karel V dit gebied van de laatste prins-bisschop van Utrecht. Karel voegde zijn nieuw verworven gebied bij de overige door hem en zijn Bourgondische en Habsburgse voorouders verworven Nederlanden. Vanaf dat moment overheerst de naam Overijssel, daarvoor werd meestal gesproken van het Oversticht.

Stadhouder

Keizer Karel VVanaf 1528 werd Overijssel als een zelfstandige eenheid bestuurd vanuit Brussel, het regeringscentrum van de Nederlanden. Er was een stadhouder, die namens de landsheer Overijssel bestuurde, maar omdat deze naast heer van de Nederlanden ook keizer van Duitsland en koning van Spanje was, functioneerde de stadhouder meestal ondergeschikt aan een regentes in Brussel.
De staten van Overijssel kwamen slechts bijeen als de stadhouder hen dagvaardde. Pas in het jaar 1578 besloten de ridderschappen van Salland, Twenthe en Vollenhove en de steden Deventer, Kampen en Zwolle voor het eerst op eigen initiatief als staten van Overijssel bijeen te komen. De staten van Overijssel en de nieuwe stadhouder schaften “alle nyeuwicheiden” af, die sinds 1528 waren ingevoerd.

Stadhouderloze tijdperken

In 1593 wordt het college van gedeputeerde staten na een aantal eerdere pogingen permanent. Evenals in andere gewesten beleefde ook Overijssel twee stadhouderloze tijdperken, het eerste duurde zelfs langer dan dat in Holland, omdat de bisschop van Munster, Bernhard van Galen, alias Bommen Berend, in 1672 met succes Overijssel had veroverd (met uitzondering van Blokzijl), de rooms-katholieke eredienst had hersteld en zelf het bestuur ter hand had genomen, maar in 1675 trad Overijssel opnieuw toe tot de Unie.

Einde machtspositie

Aan de machtspositie van de stadhouder kwam in 1702 een voorlopig einde door de dood van stadhouder-koning Willem III. Het duurde tot 1747 voordat de Friese stadhouder Willem IV ook in de andere gewesten dit ambt aanvaardde en nog meer macht kreeg dan zijn voorgangers. Dit riep als vanzelf tegenkrachten op, die vooral in Overijssel nadrukkelijk aan de dag traden in de persoon van de patriot Joan Derk van der Capellen tot de Poll (1741-1784), van 1772 tot 1778 en opnieuw na geruchtmakende strubbelingen van 1782 tot zijn dood in 1784 via de ridderschap lid van de staten van Overijssel.

Na de definitieve val van Napoleon werd in 1814 het provinciaal bestuur van Overijssel hersteld met 63 statenleden, zes gedeputeerden en één gouverneur. Het bouwwerk van de Zwollenaar Johan Rudolf Thorbecke (1798-1872) staat ondanks de afschaffing van het districtenstelsel (1919), de invoering van het vrouwenkiesrecht (1919 passief en 1922 actief), de nazi-bezetting (1940-1945) en de dualisering (2002, 2003) nog stevig overeind.

Historie van Overijssel: uitvoerig:


Canon van Overijssel

Maak kennis met erfgoed in uw omgeving.