Binnen Overijssel wordt vooral van stedelijke naar landelijke gebieden verhuisd

Gepubliceerd op 9 juli 2019

Hoeveel nieuwe inwoners mag Overijssel welkom heten? Welke regio’s in Overijssel winnen onder verhuizers aan populariteit? Waar gaan de mensen, die Overijssel verlaten, heen? Dit heeft de Provincie Overijssel onderzocht op basis van de cijfers van alle verhuizingen in Nederland (bron: CBS). In dit artikel de veranderende verhuispatronen in en rondom Overijssel. Wat blijkt: Overijssel blijft per saldo inwoners aantrekken. Binnen Overijssel wordt vooral van stedelijke naar landelijke gemeenten verhuisd.

Belangrijk aspect bij binnenlandse migratie is inzicht hebben in de woningbehoefte. Die houdt de provincie Overijssel zelf bij. Waar zit de groei? Waar zit de krimp? De woningmarkt in Overijssel is een soort Nederland in het klein; krapte in de steden Deventer en Zwolle, krimp in delen van Twente. Om de juiste woningen op de juiste plaats te bouwen, te slopen of te transformeren werkt de provincie intensief samen met gemeenten en marktpartijen. Voor inwoners is er daarom onlangs (medio februari) een subsidieregeling open gesteld om vernieuwende wooninitiatieven te stimuleren.

Na stijging van het aantal verhuizingen in 2013-2017, daling in 2018

Tussen 2013 en 2017 nam het aantal binnenlandse verhuizingen (binnenlandse migratie) van en naar Overijssel toe. Ook binnen Overijssel werd in deze periode vaker verhuisd. In vergelijking met 2017 neemt het aantal verhuizingen in 2018 af (figuur 1). Toename in de binnenlandse migratie in de periode 2013-2017 is ook op landelijk niveau te zien, net als de afname in 2018. Naast het totaal aantal verhuizingen neemt vanaf 2013 ook het migratiesaldo in Overijssel toe.

Er zijn een aantal verklaringen voor de toename van het aantal verhuizingen binnen Nederland:

  • In 2009 worden de effecten van de crisis zichtbaar: werkloosheid stijgt, woningprijzen dalen. Verhuizingen worden uitgesteld, bijvoorbeeld vanwege een moeilijke financiële situatie of omdat men de oude woning zonder verlies niet kan verkopen. Na de crisis werd de uitgestelde verhuiswens gerealiseerd.
  • Ook draagt de grote instroom asielzoekers bij aan meer verhuizingen, vooral na 2015. Asielzoekers zijn een heel mobiele groep. Na aankomst in Nederland worden asielzoekers eerst in asielzoekerscentra (AZC) gehuisvest. Na het ontvangen van verblijfsvergunning verhuizen asielzoekers naar een eigen woonruimte. Hierdoor neemt de migratie vanuit de AZC-gemeenten toe.

Een daling van het aantal verhuizingen in 2018 suggereert dat de uitgestelde verhuiswensen voor groot deel gerealiseerd zijn. Het is ook mogelijk dat het aantal verhuizende asielzoekers afneemt. In 2016, 2017 en de eerste 3 kwartalen van 2018 was het aantal asielzoekers dat naar Nederland kwam veel lager dan in het piekjaar 2015. Ook wordt het aantal verhuizingen vanaf 2015 wat geremd door de invoering van het sociaal leenstelsel voor studenten in september 2015. Hierdoor blijven studenten vaker thuis bij de ouders wonen.

Migratieoverschotten het grootst met AZC-gemeenten

Figuren 2 en 3 laat zien met welke gemeenten Overijssel de grootste en de kleinste migratiesaldi heeft. Positief migratiesaldo, oftewel migratieoverschot, betekent dat er meer verhuizers naar Overijssel komen dan vetrekken. Bij negatief migratiesaldo (migratietekort) is het aantal vertrekkers hoger dan het aantal vestigers dat er komt wonen.

Migratieoverschotten zijn in Overijssel het grootst in Noordenveld (Drenthe), Westerwolde (Groningen), Dronten en Noordoostpolder (Flevoland) en Cranendonck (Noord-Brabant). In Noordenveld, Westerwolde, Dronten, Cranendonck en Noordoostpolder zijn of waren grote asielzoekerscentra gevestigd. De grote migratieoverschotten uit deze gemeenten naar Overijssel ontstaan omdat asielzoekers na het ontvangen van een verblijfsver

Grote steden in de Randstad en Gelderland populair onder vertrekkers

Figuur 3 laat zien dat de migratietekorten in Overijssel het grootst zijn met de steden in het Randstedelijke gebied (Utrecht, Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Amersfoort en Leiden) en Gelderland (Apeldoorn, Nijmegen en Arnhem).

Migratietekort met de Randstad wordt kleiner

De Randstad trekt aan de ene kant veel jongeren aan door ruime aanwezigheid van hogescholen en universiteiten. Ook de werkgelegenheid en stedelijke voorzieningen, zoals cafés en theaters, maken het voor veel potentiele inwoners aantrekkelijk. Aan de andere kant kent de Randstad snel stijgende woningprijzen. Dat maakt het wonen in de Randstad voor veel potentiele inwoners onmogelijk. Wat betekent dit voor de migratiecijfers?

Het migratiesaldo met de Randstad (afgebakend als provincies Noord- en Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland) vertoont in de periode 2013-2017 een stijging, maar blijft toch negatief (figuur 4). Hetzelfde geldt voor het migratiesaldo met alleen de stedelijke gemeenten in de Randstad of alleen de vier grote steden (G4: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht). Toch laat het migratiesaldo met de G4, waar de woningmarkt het krapst is, een minder sterke stijging. Vooral Twente verliest inwoners aan de Randstad (figuur 5). Noord-Overijssel (bestaand uit gemeenten Dalfsen, Hardenberg, Kampen, Ommen, Staphorst, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle) vertoont juist een stijging van het migratiesaldo met de Randstad. In 2016 en 2017 kwamen meer mensen vanuit de Randstad naar Noord-Overijssel dan omgekeerd.

Trek naar het landelijk gebied

Zoals figuur 6 laat zien, trekken de landelijke gemeenten in Overijssel per saldo steeds meer verhuizers vanuit de stedelijke gemeenten (onder stedelijke gemeenten wordt verstaan Almelo, Borne, Deventer, Enschede, Hengelo, Kampen, Oldenzaal en Zwolle, de resterende gemeenten zijn landelijk). Vanaf 2015 verhuizen in Overijssel meer mensen van stedelijke naar landelijke gemeenten dan andersom. Dit kan te maken hebben met het realiseren van verhuiswensen, die mensen in de crisistijd moesten uitstellen. Zo verhuizen veel jongeren eerst naar steden, bijvoorbeeld om een opleiding te volgen. Op oudere leeftijd zoeken ze naar rustige en kindvriendelijke omgeving. Het is mogelijk dat deze stap tijdens de crisis is uitgesteld en nu wordt gerealiseerd.

De stedelijke gemeenten die tussen 2013 en 2017 per saldo de meeste inwoners aan landelijke gemeenten hebben verloren, zijn Deventer en Enschede (figuur 7). Vanuit Almelo en Hengelo zijn veel inwoners naar andere stedelijke gemeenten in Overijssel verhuisd. Vanuit Almelo trekken de verhuizers vooral naar Enschede en vanuit Hengelo naar Borne.

De landelijke gemeenten die in de periode 2013-2017 het meest hebben geprofiteerd van de trek naar het platteland zijn Raalte, Dalfsen, Olst-Wijhe, Haaksbergen en Losser (figuur 8). Wierden en Raalte hadden een hoog migratiesaldo in vergelijking met andere landelijke gemeenten in Overijssel.

Begrippen

Migratiesaldo - is het verschil tussen het aantal vestigers (immigratie) in een regio en het aantal vertrekkers (emigratie) vanuit dezelfde regio. Positief migratiesaldo wordt ook migratieoverschot genoemd, negatief migratiesaldo wordt als migratietekort aangeduid. Als het migratiesaldo positief is, is het aantal vestigers hoger dan het aantal vetrekkers.

Verblijfsvergunning – een bewijs dat iemand rechtmatig in Nederland verblijft.

In asielzoekerscentra (AZC’s ) worden de asielzoekers tijdelijk gehuisvest na de aankomst in Nederland. Als ze een verblijfvergunning ontvangen, verhuizen ze naar een eigen woonruimte.