Start verkenning één aanbesteding openbaar vervoer in Overijssel, Gelderland en Flevoland

Gepubliceerd op 17 mei 2017

Overijssel, Gelderland en Flevoland starten samen een verkenning naar een gezamenlijke concessieverlening voor het openbaar vervoer in Oost Nederland. Doel is om in 2020 als eerste het busvervoer in Midden-Overijssel, regio IJsselmond en de Veluwe aan te besteden. Met de verkenning onderzoeken de drie provincies de mogelijkheden voor een efficiënter en duurzaam openbaar vervoersysteem dat beter aansluit op de reizigersstromen in het gebied. Uitgangspunt is dat de reizigers er op termijn beter van worden.

Samenwerken aan bereikbaarheid

Mensen willen zo snel mogelijk, veilig en betaalbaar reizen. Om te zorgen voor flexibel en betaalbaar openbaar vervoer en een goede bereikbaarheid van steden en dorpen bundelen de drie provincies daarom de krachten. Op dit moment zijn er zeven busconcessies in Oost-Nederland (m.u.v. Lelystad en Almere). In de verkenning bekijken Overijssel, Gelderland en Flevoland of het mogelijk is om drie grote busconcessie te maken (m.u.v. Almere). Hiermee wordt ook de markt geprikkeld om een interessanter aanbod te doen.

Gedeputeerde Bert Boerman, verantwoordelijk voor openbaar vervoer in Overijssel: “Met een andere indeling van de vervoergebieden krijgt de reiziger een efficiënt, overzichtelijk en betaalbaar openbaar vervoer. Daarnaast kunnen we door een gezamenlijke aanbesteding ook flinke stappen zetten met de inzet van duurzaam busvervoer, zoals we dat met het Rijk hebben afgesproken in het Zero Emission Akkoord. Dit past ook binnen het koersdocument Openbaar Vervoer dat door Provinciale Staten van Overijssel is vastgesteld.“

Besluitvorming

Gedeputeerde Staten van Gelderland en Overijssel hebben inmiddels besloten te starten met de verkenning voor een gezamenlijke aanbesteding. Flevoland besluit op 30 mei hierover. Het voorstel voor een verkenning tot een gezamenlijke aanbesteding wordt voor de zomer van 2017 aan Provinciale Staten van de betrokken provincies voorgelegd, te samen met het advies van de reizigersorganisaties.

Flexibel en vast

Het openbaar vervoer is, zoals het nu in de wet staat, vervoer van halte tot halte via een vaste dienstregeling. Iedere provincie bepaalt via een openbare aanbesteding zelf welke vervoerder de bussen en treinen gaat rijden. Dit noemen we een concessie. Meestal loopt deze concessie tien à vijftien jaar. Maar er is steeds meer behoefte aan flexibele vormen van vervoer en vervoer van deur tot deur. De drie provincies spelen daar al op in door vaste lijnen waar heel veel mensen gebruik van maken te versterken met langere bussen, vaker rijden, minder haltes of doorrijden naar verdere bestemmingen. Bij lijnen waar minder vraag is, wordt gekeken hoe het beste op de vraag van de reizigers ingespeeld kan worden. Dit kan bijvoorbeeld door alleen in spitstijden met de bus te rijden en op de andere momenten kleinere bussen in te zetten of een bus die alleen komt als je belt. Daarnaast komen er steeds meer initiatieven van vrijwilligers via bijvoorbeeld buurtbussen. Ook deelauto’s of deelfietsen worden steeds vaker ingezet. Daarnaast betreden andere type vervoerders de markt dan de traditionele. In de verkenning wordt ook bekeken hoe deze mengvormen juridisch goed te regelen zijn, evenals de invloed van reizigersorganisaties en gemeenten.