Bermen in Overijssel

Gepubliceerd op 11 februari 2020

Het beheer van bermen in Overijssel kan beter. Er wordt nog te weinig rekening gehouden met het belang van bermen voor insecten, zoals dagvlinders en wilde bijen. In duizenden kilometers aan bermen kan de situatie nog sterk verbeteren. In veel bermen betekent dit een overgang naar een beheer met maaien en afvoeren van het maaisel wat gunstig is voor veel bloemen en daarmee voor insecten. In andere bermen betekent dit dat stukjes begroeiing in de winter over blijven staan voor de overwintering van insecten of hun larven. Deze conclusies in het recent verschenen rapport "Gemeentelijke bermen in Overijssel" liggen in de lijn van het provinciaal beleid om de natuur te versterken, kwetsbare planten en dieren in stand houden en het streven dat overheden op alle terreinen groen meenemen in hun beleid en uitvoering.

Ecologisch beheer

Ecologisch bermbeheer betekent dat de bermen jaarlijks geheel worden gemaaid en dat het maaisel wordt afgevoerd. Afvoer kan tegelijk met het maaien, maar kan ook blijven liggen om enkele dagen later te worden afgevoerd (hooien). Hierdoor vindt een verarming of verschraling van de bodem plaats. Er komen immers minder voedingsstoffen in de bodem omdat ze met het gewas worden afgevoerd. Door de verschraling neemt de soortenrijkdom toe en komen meer bloeiende planten voor. Daar profiteren insecten (o.a. bijen, dagvlinders, kevers) weer van. Deze insecten zijn het voedsel voor andere dieren, zoals vogels.

Bermen

Provincie en Rijk beheren bijna 1000 km aan weg en doen dit op een ecologische manier van maaien en afvoeren van het maaisel. Deze bermen zijn rijk aan bloemen. Onderzoek door Naturalis heeft het belang van deze kruidenrijke bermen aangetoond voor wilde bijen, dagvlinders, sprinkhanen en bepaalde groepen vliegen.

In de provincie komt bijna 8.000 km aan gemeentelijke wegen voor (16.000 km aan wegbermen), die meestal zijn begrensd met bermgreppels. Beide elementen met vaak ook bomenrijen en soms dichtere beplanting vormen een fijn groen netwerk in de hele provincie en kunnen daardoor een belangrijke bijdrage leveren aan behoud en de versterking van de biodiversiteit, c.q. insecten.

Onder de gemeenten is een enquête gehouden naar het beheer van de bermen in het buitengebied. Het percentage ecologisch bermbeheer per gemeente varieert van 0 – 100%. Het is gemiddeld over alle gemeenten 30%, maar bij een gewogen gemiddelde (de lengte van alle ecologisch beheerde bermen is dan opgeteld en gedeeld door het totaal aantal bermen) is dit 35%. De trend is positief. De afgelopen jaren zijn enkele gemeenten overgegaan naar ecologisch beheer (o.a. gemeente Tubbergen en Staphorst). In zes gemeenten worden alle bermen in het buitengebied ecologisch beheerd. De gemeente Zwolle voert van al die gemeenten dit beheer al het langst uit in het buitengebied. Ook de gemeente Hof van Twente heeft al een lange traditie. Over het algemeen, mogelijk ingegeven door smalle bermen, wordt er ecologisch gemaaid (maaien en direct afvoeren via opraapmachines). Van `hooien` is maar een enkele keer sprake.

Bermsloten

Naast een analyse van het bermbeheer besteedt het rapport ook aandacht aan andere ingrepen die de biodiversiteit negatief kunnen beïnvloeden. Bij het ophogen van bermen is schrale grond gewenst en bij schrapen van bermen is het van belang stukken te laten staan en rekening te houden met groeiplaatsen van bijzondere plantensoorten. Voor de aanleg van kabels in de bermen hoeft niet altijd de gehele berm omgespit te worden. Het komt regelmatig voor dat bermsloten gedempt worden. Bijvoorbeeld omdat de weg verlegd moet worden, de gedempte sloot bij landbouwgrond getrokken wordt of voor natuurontwikkeling. Vooral in de gemeenten Staphorst en Zwolle zijn belangrijke natuurwaarden verloren gegaan door dergelijke dempingen.

Bijzondere plantensoorten

Wat betreft het aantal bijzondere soorten in bermen zijn er grote verschillen tussen de gemeenten. In eerste instantie heeft dit te maken met de totale lengte aan wegen per gemeente. Hoe meer weglengte per gemeente aanwezig is des te groter is het aantal bijzondere plantensoorten (dit is een oppervlakte effect). Daarnaast zijn er verschillen die samenhangen met het landschap (IJsseldal is anders dan Twente), geschiedenis (ouderdom van de weg) en het beheer.

In totaal zijn in de gemeentelijk bermen en bermsloten 143 plantensoorten waargenomen die op de landelijke Rode Lijst staan; het zijn soorten met landelijk gezien een negatieve trend. Voorts zijn er 90 plantensoorten die als provinciaal bedreigd zijn aan te duiden; ze hebben in de provincie een negatieve trend. Bedreigde soorten die het meest zijn waargenomen betreft o.a. Blauwe knoop, Brede waterpest en Wilde gagel. De gemeenten Zwolle, Ommen en Dinkelland scoren het hoogste aantal Rode Lijst soorten. Als uit wordt gegaan van zowel landelijk of provinciaal bedreigde soorten dan scoort de gemeente Deventer ook goed.

Meer aandacht voor ecologisch beheer

Vanuit het programma Natuur voor Elkaar wil de provincie Overijssel meer bijdragen aan het ecologisch beheer. Ten eerste door een pilot om het eigen bermbeheer te verbeteren en beter rekening te kunnen houden met insecten, wat betekent dat van bermen een deel ongemaaid blijft. Daarnaast door met gemeenten samen te kijken hoe in het maaibeheer van de gemeenten nog verbeteringen mogelijk zijn.

Bij dit Overijssels Feit hoort een rapportage: Provincie Overijssel (team Beleidsinformatie). 2019. Gemeentelijke bermen in Overijssel.