Autobezit onder particulieren groeit in Overijssel

Gepubliceerd op 3 juni 2020

Per 1.000 inwoners zijn er 459 personenauto’s[1] in Overijssel. Daarmee ligt het autobezit wat hoger dan in Nederland (436 per 1.000 inwoners). Dit blijkt uit de cijfers van het CBS. In stedelijke gebieden ligt het autobezit lager dan in minder stedelijke en landelijke gebieden. In 2019 is het totaal aantal personenauto’s in Overijssel ruim 6% hoger dan vijf jaar geleden (in 2014).

Meeste personenauto’s in Dalfsen

In de gemeente Dalfsen is het autobezit het hoogst: 548 auto’s per 1.000 inwoners. In deze gemeente ligt het autobezit ruim 25 % hoger dan het Nederlands gemiddelde. De grote steden in Overijssel scoren laag qua autobezit. In Zwolle is het autobezit met 387 auto’s per 1.000 inwoners het laagst in de provincie Overijssel. Opmerkelijk is dat ook de minder stedelijke gemeenten Kampen en Zwartewaterland in het rijtje zitten met een lager autobezit dan gemiddeld in Overijssel.

[1] Voor het autobezit is gekeken naar het aantal personenauto’s op naam van particulieren (een natuurlijk persoon). Leaseauto’s (zowel zakelijk als private-lease) zijn in dit overzicht niet meegenomen.

Per huishouden de meeste auto’s in Staphorst

Het is niet alleen interessant om te kijken naar het aantal personenauto’s per 1.000 inwoners, maar ook naar het aantal personenauto’s per huishouden. Een lager autobezit per 1.000 inwoners kan bij gemeenten met relatief grote huishoudens toch betekenen dat de meeste huishoudens wel over een auto beschikken.

Per huishouden ligt het autobezit in Overijssel net boven de 1 (1,05). Dat is wat hoger dan Nederland met een autobezit van 0,95 per huishouden. Kleinere gemeenten hebben een hoger autobezit per huishouden dan de grotere steden in Overijssel. In de gemeenten Staphorst, Tubbergen, Dalfsen, Dinkelland en Twenterand ligt het autobezit boven de 1,3 per huishouden. Veel huishoudens in deze gemeenten hebben dus meer dan één auto ter beschikking. Deze gemeenten hebben ook grotere huishoudens: In Staphorst bijvoorbeeld ligt het aantal personen per huishouden op 2,89 en dat is aanzienlijk meer dan gemiddeld in Overijssel (2,30).

In de twee grootste steden van Overijssel, Zwolle en Enschede, ligt het autobezit daar ver onder, met respectievelijk 0,83 en 0,82 personenauto’s per huishouden. Enschede heeft de kleinste huishoudensgrootte: gemiddeld 2,02 personen per huishouden.

Zwartewaterland haalt achterstand in autobezit wat in

In de afgelopen vijf jaar (2014 tot 2019) is het aantal inwoners in Overijssel met 1,5% toegenomen en het aantal personenauto’s met 6,3%. Er zijn in 2019 ruim 530.000 personenauto’s geregistreerd op naam van een natuurlijk persoon. Omdat de groei van het aantal personenauto’s groter is dan de groei van het aantal inwoners, stijgt het autobezit.

De gemeente Zwartewaterland maakte een lichte inhaalslag. In deze gemeente is het autobezit per duizend inwoners in 2019 nog steeds relatief laag met 441 personenauto’s per duizend inwoners, maar de groei was in Zwartewaterland het grootst: 7,6% tussen 2014 en 2019. Gemiddeld in Overijssel was dat 4,8%. In Enschede nam het autobezit het minste toe, met 2,8%.

Omdat in de gemeente Zwartewaterland de huishoudensgrootte groter is dan gemiddeld in Overijssel, is het aantal personenauto’s per huishouden in Zwartewaterland wel boven het gemiddelde in Overijssel.

Het aantal huishoudens groeit sterker dan het aantal inwoners: huishoudens worden dus kleiner. Dat geldt voor alle gemeenten in Overijssel, behalve voor Borne waar het aantal personen per huishouden gelijk bleef tussen 2014 en 2019. Het autobezit per huishouden is toegenomen tussen 2014 en 2019, met 2,2%. Die groei is aanzienlijk minder dan het aantal personenauto’s per duizend inwoners wat met 4,8% toenam.