Beleid en uitvoeringskader tijdelijk beheer 2022

Gepubliceerd op 13 juni 2022

Dit kader handelt over het beheer van de tijdelijke eigendommen van de provincie Overijssel. Het structureel eigendom van de provincie is hier uitgesloten. De tijdelijke eigendommen - gronden en erven met opstallen - komen voort uit de verwervingsopgaven van de verschillende programma’s en projecten ter realisatie van provinciale doelen.

Dit beleidskader beschrijft het provinciale beleid ten aanzien van tijdelijk beheer van provinciale gronden vanaf 2022, gebaseerd op de Nota Grondbeleid 2018. Dit kader is opgesteld aan de hand van de volgende indeling:

  1. Gerealiseerde (ingerichte) gronden met niet landbouwkundig gebruik
  2. Nog in te richten (te realiseren) natuurgronden
  3. Blijvende landbouwgronden (ruilgronden).

Groep A Gerealiseerde (ingerichte) gronden met niet landbouwkundig gebruik

Na afronding van een programma of project kan sprake zijn van gronden die tijdelijk in bezit zijn van de provincie, maar ook door bestemmingswijziging én inrichting zijn omgevormd tot natuurgronden. Het areaal gerealiseerde natuurgronden, dat nog bij provincie in eigendom is, neemt toe vanwege de Ontwikkelopgave Natura 2000. Deze natuurgronden zijn opgenomen in het Natuurbeheerplan en voor het beheer zijn de specifieke beheervoorschriften voor de vastgestelde natuurbeheertypes van toepassing.

In de periode voorafgaand aan vervreemding moeten deze gronden beheerd worden. Via een aanbesteding is hiervoor een extern bureau gecontracteerd. Het bureau beheert de natuurgronden volgens het Natuurbeheerplan, het Subsidiestelsel Natuur en Landschap ( SNL) en eventuele specifieke aanwijzingen van provincie. De provincie bepaalt jaarlijks voor welke specifieke gronden het bureau wordt ingeschakeld.

In de jaarlijkse analyse van het bezit ten behoeve van de pachtuitgifte wordt deze categorie tijdelijk bezit buiten de pachtuitgifte gelaten.

Groep B Nog in te richten (te realiseren) natuurgronden

Voor de jaarlijkse pachtuitgifte wordt het volgende uitgangspunt gehanteerd: geen beperkingen tenzij. De tenzij geldt voor de volgende gronden:

a. Gronden gelegen binnen Natuurnetwerk Nederland b.
b. Gronden gelegen binnen uitwerkingsgebied N2000 met voornemen natuur nadat GS (voor)ontwerp Provinciaal Inpassingsplan van het betreffende gebied heeft vastgesteld.
c. Gronden gelegen binnen uitwerkingsgebied N2000 zonder voornemen natuur nadat GS (voor)ontwerp Provinciaal Inpassingsplan van het betreffende gebied heeft vastgesteld.

a. Gronden gelegen binnen Natuurnetwerk Nederland (NNN)

Deze gronden met landbouwkundig gebruik worden in pacht uitgegeven met de volgende gebruiksbeperkingen:

  • beweiding is niet toegestaan;
  • bollenteelt is niet toegestaan;
  • bemesting is niet toegestaan;
  • scheuren, frezen, (her)inzaaien en doorzaaien is niet toegestaan;
  • het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen is niet toegestaan.

b. Gronden gelegen binnen uitwerkingsgebied ontwikkelopgave Natura2000 met voornemen natuur nadat GS (voor) ontwerp Provinciaal Inpassingsplan van het betreffende gebied heeft vastgesteld

Voor de gronden met landbouwkundig gebruik binnen de Ontwikkelopgave N2000 is het moment waarop het (voor)ontwerp Provinciaal Inpassingsplan is vastgesteld door Gedeputeerde Staten bepalend.
Voorafgaand aan de vaststelling (voor)ontwerp Provinciaal Inpassingsplan is een uitgifte met beperkingen altijd vrijwillig. Vanaf vaststelling (voor)ontwerp Provinciaal Inpassingsplan worden de gronden, waar een voornemen voor natuur op rust, maar nog niet zijn vastgelegd in beheerplan, behandeld als gelegen binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland.

De beoogde natuur kan gerealiseerd worden met toepassing van uitmijnen. Dit betreft een technische maatregel waarbij door de gift van stikstof- en kalimeststof via de afvoer van de gewasopbrengst, een teveel aan fosfaat aan de bodem wordt onttrokken. Het uitmijnen wordt in dat geval beschouwd als een inrichtingsmaatregel van het betreffende project in aanvulling op een pachtcontract. De kosten van de maatregel komen ook ten laste van het project.

c. Landbouwgronden gelegen binnen uitwerkingsgebied ontwikkelopgave Natura2000 zonder voornemen natuur nadat GS (voor) ontwerp Provinciaal Inpassingsplan van betreffend gebied heeft vastgesteld

De gronden waar het voornemen voor natuur niet op rust worden beschouwd als agrarische gronden en worden zonder beperkingen uitgegeven.

Groep C Blijvende landbouwgronden (ruilgronden)

Deze gronden worden in pacht uitgegeven zonder gebruiksbeperkingen.

Pachtprijzen

De gronden worden uitgegeven via geliberaliseerde pachtcontracten voor de duur van 1 jaar. De prijsstelling is gekoppeld aan de jaarlijkse pachtnorm zoals die wordt gepubliceerd door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Gronden met gebruiksbeperkingen worden met een gereduceerde pachtprijs uitgegeven.

Criteria bij toewijzing van pachtaanbod

Bij de toewijzing van pachtgronden wordt een aantal criteria gehanteerd:

  1. Alleen agrariërs met het hoofdberoep in de landbouw.
  2. Alleen agrariërs die zich hebben aangemeld conform de procedure zoals vermeld op de website van provincie Overijssel.
  3. Alleen agrariërs met voldoende vakbekwaamheid.
  4. Alleen agrariërs, die zich redelijkerwijze als een verantwoord persoon gedraagt die alles doet wat nodig is om voorzienbare schade te voorkomen. Dat betekent dat men behoort te doen wat in redelijkheid verwacht kan worden op basis van fatsoen, algemene kennis, etc.
  5. Alleen agrariërs, die op het moment van toewijzing, geen vordering hebben lopen van eerdere gebruikscontracten.
  6. De afstand van de bedrijfslocatie van de agrariër tot het pachtaanbod van provincie is, bij voldoende aanbod, maximaal 5 kilometer. Dit uit oogpunt van duurzaamheid en verkeersveiligheid.
  7. Om te voorkomen dat een agrariër te afhankelijk wordt van grondgebruik van de provincie, kan deze maximaal 3 keer op rij voor één jaar dezelfde grond pachten van provincie.
  8. Maximale oppervlakte in een pachtcontract aan één agrariër is bij voldoende vraag 5 hectare.

Werkwijze / werkproces

Jaarlijkse cyclus

Het tijdelijke beheer van de tijdelijke eigendommen van provincie gaat in een jaarlijkse cyclus. Hiervoor is gekozen vanwege de gewenste flexibiliteit. Voorkomen moet worden dat gronden die nodig zijn voor doelrealisatie, nog in meerjarig gebruik zijn uitgegeven en dus eigenlijk niet beschikbaar zijn. Bovendien wordt er naar gestreefd om zoveel mogelijk geïnteresseerde pachters in aanmerking te laten komen.

Inschakeling extern bureau

Voor de uitvoering van het tijdelijke beheer is een werkproces vastgesteld en worden werkwijzen gehanteerd. Door (Europese) aanbesteding wordt een bureau ingeschakeld om concrete werkzaamheden uit te voeren. Hierbij gaat het om de toewijzing van pachtgronden, het opstellen van de pachtcontracten en het toezien op het daadwerkelijke gebruik.

Belangstellingsregistratie

In de zomer wordt de belangstellingsregistratie gepubliceerd. Agrariërs die een aanbod voor pachtgronden willen ontvangen, kunnen zich online aanmelden. Een aanmelding door een agrariër leidt niet tot een verplichting voor de provincie om grond aan de betreffende agrariër uit te geven.

Interne analyse

Na de zomer wordt bepaald welke gronden in pacht uitgegeven kunnen worden.
Daarvoor worden alle lopende afspraken in het kader van grondverkrijging geïnventariseerd, zoals inzet als ruilgrond. Ook wordt geïnventariseerd wat de status van de verschillende planvormingstrajecten is (wel / geen (voor)ontwerp bestemmingsplan of Provinciaal Inpassingsplan vastgesteld).
Tot slot wordt gekeken of er de wens of noodzaak is maatwerkafspraken te maken vanuit een zaak of project, omdat er bijvoorbeeld onderzoek of beleidsvormingsvraagstukken aan de orde zijn.