Durf te investeren in cultuur

Gepubliceerd op 15 december 2021

Kristel Baele, nu ruim een jaar voorzitter van de Raad voor Cultuur, keek uit naar een bezoek aan Overijssel in december. Op het Comeback Cultuurcongres zou ze kennismaken met de creatieve en culturele sector. “Die ontmoetingen zijn belangrijk voor ons. We horen dan uit eerste hand waar makers en organisaties tegenaan lopen. Welke nieuwe ontwikkelingen zijn ingezet? Wat zijn de regionale goede voorbeelden? Wij leren daar veel van.” Het goede nieuws: Kristel Baele heeft ook ruimte in haar agenda gemaakt op vrijdag 20 mei 2022, de nieuwe datum van het Cultuurcongres. Die ontmoeting gaat er dus alsnog komen. Als preview ging onze beleidsadviseur Marieke van Engelen vast in gesprek...

Het is helaas Covid-19 die een comeback maakte deze winter. Waar staan we als culturele sector?

Kristel Baele: “De sector heeft laten zien dat we ermee om kunnen gaan. We kúnnen een veilige omgeving bieden aan bezoekers. Zodra er iets mogelijk is, komen die draaiboeken zo weer uit de kast en gaan we door. Maar het gaat nog wel even duren, dus blijvende steun is nu nodig. Dat heeft de minister ook toegezegd. De overheid biedt generieke steun, maar hoe komt die steun bij de makers? Uit de Boekman-studie blijkt: de crisis wordt vooral betaald door de ZZP’ers, de vrije producenten. Steunmaatregelen moeten maatwerk worden. Dat is een complex vraagstuk, waar gelukkig al wel ideeën over zijn. Ook vanuit het culturele veld zelf. De Rijkscultuurfondsen bereiden in ieder geval specifieke maatregelen voor. Die komen begin 2022. Daarnaast is er 51,2 miljoen beschikbaar voor gemeenten en provincies. Juist zij kunnen maatwerk bieden in de eigen omgeving.

We zitten -tegen de verwachting in- nog middenin de steunpakketten, maar uiteindelijk moet er een Herstel & Transitiebeleid komen. We moeten dan weten: waar zijn de grootste gaten geslagen en hoe gaan we die dichten? Daarnaast komt nu toch ook wel de mentale weerbaarheid om de hoek kijken. Het duurt al zo lang. Ik heb een gemengd beeld bij deze crisis: het is niet alleen pessimistisch…”

Wat ziet u als positieve effecten?

Kristel Baele: “De sector staat niet stil. Er wordt juist veel uitgeprobeerd. Er is ook tijd en ruimte ontstaan om nieuwe ideeën uit te proberen, waar je normaalgesproken niet aan toe komt. De ‘maakdwang’ is verdwenen. Makers hebben meer aandacht voor projecten met een hoge experimentele waarde. Dat is risicovol, want je weet niet zeker of het wat gaat opleveren. Het leidt in ieder geval tot artistieke vernieuwing. We zien bijvoorbeeld veel nieuwe hybride kunstvormen ontstaan. Daarom is ons pleidooi aan de minister om die ruimte te faciliteren: zet die innovatie krachtig door.  Een voorbeeld daarvan is natuurlijk de digitalisering van de culturele sector, die noodgedwongen in een enorme stroomversnelling is gekomen en veel kansen biedt, bijvoorbeeld voor publieksbereik. Het zou daarom goed zijn als dat een blijvertje wordt. De Raad voor Cultuur komt volgend jaar dan ook met een advies rondom digitalisering. Daar liggen ook echt kansen voor Nederland. We hebben een fantastische digitale infrastructuur. Als we die koppelen aan onze levendige culturele sector, is er veel mogelijk. Daarnaast is er stevig gewerkt aan de professionalisering van samenwerking. Een goed voorbeeld is de Taskforce culturele en creatieve sector. Het gaat ook om samenwerking tussen partijen die niet zo voor de hand liggen. Dat zie ik ook regionaal gebeuren: er is een houding van: samen komen we sterker uit de crisis. Het Overijsselse Noaberschap past daar trouwens goed in: het gevoel dat we het met elkaar gaan doen. Dat moet ook.”

U pleit daarbij voor rust en ruimte.

Kristel Baele: “Ja, we pleiten voor coulance bij de subsidieafspraken en voor eenmalige verlenging van de cultuurplanperiode met twee jaar. Corona is nog niet weg. We zijn druk met overleven. Men is overvraagd in de culturele sector. Wanneer we de eigenlijke planning zouden volgen, moeten we volgend jaar al nadenken over het toekomstige cultuurbeleid. Wij denken dat dat onverstandig is en vragen dus om twee jaar extra. Zo kunnen we goed nadenken over structurele uitdagingen in het bestel, die we voor de crisis al hadden opgemerkt, zoals de regionale spreiding. We willen daarbij verder gaan dan knip-en plakwerk en niet overhaast tot adviezen komen in een periode dat de sector nog volop in de herstel- en transitiefase zit. Ik pleit ervoor om meer tijd te nemen om ideeën die meerwaarde opleveren voor de culturele infrastructuur en het culturele klimaat goed te doordenken.”

Maatwerk per provincie noemde u al. Wat valt op in Overijssel?

Kristel Baele: “Ik vind het knap hoe jullie de handen ineen hebben geslagen. Het beleid ademt: ‘Kom op, samen sterker erdoor.’ En er is ook daadwerkelijk geld geïnvesteerd. Overijssel kiest voor een scherp eigen profiel met nadruk op de makers. Die focus vind ik heel slim. Het is zorgvuldig doordacht en vertrekt vanuit een visie. Jullie hebben daarbij gekeken naar wat in de provincie en de regio’s nodig is. Ook heel mooi hoe de kennislijn in jullie versterkingsprogramma zit. Volgens mij realiseren jullie je ook goed: om dit naar een hoger plan  te brengen, zijn investeringen over een langere tijd nodig, waarin je ook koers houdt op dat wat je hebt ingezet.”

U houdt in verschillende media een pleidooi voor cultuureducatie en -participatie. Welk belang wilt u graag benadrukken?

Kristel Baele: “Ik maak me grote zorgen om onze jongeren. Ze hebben een moeilijke tijd achter de rug en we zijn er ook nog steeds niet. Depressiviteit onder jongeren; ik hoor de geluiden steeds vaker. Cultuur kan helpen. Je kunt je emoties van je af zingen, dansen, spelen; elke vorm is goed. Scholen willen wel, maar staan ook in de overlevingsstand. Maar we moeten ook kijken naar cultuureducatie buiten de school, ofwel cultuurparticipatie. Ik zie mooie voorbeelden ontstaan als scholengemeenschappen, lokale cultuurverenigingen en PABO’s de handen ineenslaan en bijvoorbeeld samen een projectleider aanstellen. Een verbinder die zorgt dat goede ideeën rondom cultuureducatie in en om de scholen werkelijkheid worden. Zo’n projectleider ontzorgt ook de scholen, die juist in deze tijd veel op hun bord hebben. Er is vanuit het Nationaal Programma Onderwijs geld beschikbaar voor de regio. Als je hierin samen slim kunt organiseren, zou dat top zijn.”
“Leerlingen zijn de talenten van morgen. Ik hoor nu al dat het aanbod van talent minder wordt in Nederland. Het is belangrijk jong te ontdekken en je talent te vormen. Scholen en met name kwalitatief goed cultuur- en muziekonderwijs spelen daarbij een grote rol.”

Zonder humuslaag geen toptalenten?

Kristel Baele: “Dat werkt net als bij de breedte- en de topsport. Talentontwikkeling is zo belangrijk. We moeten er samen voor zorgen dat er door Covid-19 geen verloren generatie talenten komt. Talentontwikkeling moet je goed doordenken. Het is een hele keten. Hoe zit dat regionaal? Waar zitten de netwerken voor talent? Waar zijn de speelplekken? En als je niet in een ‘normaal’ theater kan spelen, waar dan wel? Het kan altijd wel ergens. Als het niet kan zoals het moet, moet het maar zoals het kan. Vind ik ook wel bij Overijssel passen.”

“Ik heb mooie verbindingen gezien in coronatijd. Directies van grote instellingen die een cultureel noodhospitaal voor jonge creatieve makers opzetten. Kijken naar wat nodig is dus. Die flexibiliteit blijven wij aanmoedigen.”

“Ook de bibliotheken gaan een fantastische ontwikkeling door. Daar komt alles samen; sociaal, cultuur en de ontwikkeling van mensen. Dat worden echt de huiskamers van de stad of een regio. En dat vind ik ook van lokale en regionale omroepen. Zoveel mensen luisteren bijvoorbeeld naar de radio. Deze media hebben het door allerlei bezuinigingen lastig, daarom benadruk ik graag hun grote meerwaarde en impact als luis in de pels. Bibliotheken en regionale media zijn iets van ‘thuis’.”

We gaan in 2022 richting de gemeenteverkiezingen. Wat is uw oproep?

Kristel Baele: “Durf te investeren in cultuur.” Zonder cultuur verdwijnt het ‘samen’ uit de samenleving. Door cultuur ontmoet je elkaar, geef je mensen een stem en kun je je talent ontwikkelen. Durf te investeren…en doe het samen. We kennen in Nederland drie bestuurslagen. Helaas gaat er veel tijd en energie verloren in het ‘tegen elkaar afzetten’. Als Raad voor Cultuur doen we veel werkbezoeken en we zien dat het goed gaat in die regio’s waar deze bestuurslagen goed met elkaar samenwerken. Waar over grenzen wordt gekeken, waar nagedacht wordt over de lange termijn en waar partijpolitiek geen rol heeft. Durf dat.”


Covid-19 zal uiteindelijk tweesprong in onze geschiedenis worden. Welke koers heeft de culturele sector gekozen?