“We moeten op zoek naar het grote geld in Brussel en Den Haag”

Gepubliceerd op 15 juni 2021

Wie zijn onze bestuurders en waar zijn ze mee bezig? Twee jaar na de Provinciale Statenverkiezingen is het tijd voor een tussenstand. Het college zit immers op de helft van de rit. Naast een persoonlijk gesprek met alle bestuurders kijken we ook naar de inhoud van de Perspectiefnota 2022. Vandaag geven we het woord aan Eddy van Hijum: portefeuillehouder Economie, Financiën en Europa.

Ik bemoei me graag overal mee. Vooral als iets extra geld kost. Maar dat is misschien ook niet zo gek wanneer je portefeuillehouder financiën bent.” Volgens Eddy van Hijum staat de provincie er, ondanks de coronacrisis, goed voor. Als is het nu wel zaak de belangen van Overijssel voortdurend in Den Haag en Brussel onder de aandacht te blijven brengen. “Om ervoor te zorgen dat het grote geld van de herstelfondsen ook in onze provincie landt.

Van Hijum loopt inmiddels al wat jaren in de politiek mee. Hij begon in 1998 als gemeenteraadslid voor het CDA in Zwolle en werd daarna Kamerlid. Inmiddels is dit het zesde jaar voor hem als gedeputeerde bij de provincie Overijssel.

“Het mooie van politiek en het bestuurlijke werk is voor mij de inhoud”, vertelt hij. “Dat je iets kunt betekenen voor de samenleving, op een onderwerp dat je zelf ook interessant vindt. Zo vind ik het boeiend te snappen hoe de economie werkt en wat je rol als overheid is om bijvoorbeeld de werkgelegenheid vooruit te helpen. Vooral ook in een nationale en internationale omgeving die snel verandert. En de zoektocht is dan om samen met bedrijven en kennisinstellingen echt iets te betekenen.”

Stevig economisch fundament

Hoe de economie er in Overijssel op dit moment voor staat? “We mogen niet klagen, maar natuurlijk heeft de coronacrisis ook de nodige sporen achtergelaten bij het bedrijfsleven in Oost-Nederland.” Of zoals in de Perspectiefnota staat ‘Vergeleken met het begin van deze coalitieperiode staat onze economie er nu anders voor. De veerkracht van de economie is door de coronacrisis enorm op de proef gesteld. We zijn trots om te merken dat we in Overijssel inderdaad een stevige economisch fundament hebben’.

“De economie is bij ons met vier procent gekrompen”

“We zijn echt een provincie van midden- en kleinbedrijven (MKB), van familiebedrijven”, benadrukt Van Hijum. En die hebben een flinke knauw gehad. “De economie is bij ons met vier procent gekrompen het afgelopen jaar. Gelukkig investeerde het kabinet fors om de gevolgen van de coronacrisis op te vangen, voor inkomensterugval.”

De provincie Overijssel probeerde met eigen, nieuwe regelingen aanvullende steun te bieden. “Bijvoorbeeld op het gebied van digitalisering, waardoor bedrijven net iets meer omzet konden draaien of in staat werden gesteld om nieuwe doelgroepen te bereiken. Dat heeft echt veel bedrijven geholpen. Anderzijds hebben wij ons ingespannen om de belangen van onze bedrijven beter onder de aandacht in Den Haag te krijgen, dus lobbywerk.”

Plek opeisen in Brussel en Den Haag

Nu er een herstelfase aanbreekt staat de provincie opnieuw voor de vraag welke rol daarbij moet worden ingenomen. Volgens Van Hijum liggen er grote kansen en verwijst naar de Perspectiefnota. ‘Voor alle bedrijven geldt dat de coronacrisis tot een nieuw bewustzijn leidt: over kwetsbaarheid van de productieketens, mogelijkheden van werken op afstand, het bereiken van de klant en het belang van gezondheid en brede welvaart. Het economisch perspectief na corona bij zowel bedrijfsleven als overheden is daarom gericht op herstel, innovatie en verduurzaming. Dit sluit ook aan op de focus in Europese en nationale fondsen (groen en digitaal).’

“Oost-Nederland heeft veel kennis en kunde”

“We staan aan de vooravond van allerlei grote maatschappelijke transities, zoals op het gebied van klimaat en energie. En wij hebben in Oost-Nederland veel kennis en kunde in huis om daar een belangrijke rol bij te spelen. “

Het is daarom van groot belang dat wij op een zelfbewuste manier een plek in Den Haag en Brussel opeisen. Samen ook met andere provincies ook. Wij hebben gezamenlijk een herstelplan opgesteld. Nu is het de kunst om regionale initiatieven aan het grote geld, de grote herstelfondsen, in Brussel en Den Haag kunnen verbinden.”

Op welk gebied we ons in Oost-Nederland zelfbewuster kunnen positioneren is ook terug te lezen in de Perspectiefnota. ‘Voor de concurrentiekracht van onze regio’s richten we onze inzet op het versnellen van de transitie naar een duurzame en digitale economie. Met onze maakindustrie, landbouw, bouwsector en technologisch hoogwaardige kennis beschikt Overijssel over unieke uitgangspunten om voorop te lopen in een groen, digitaal en veerkrachtig herstel van de economie. Concreet denken we daarbij aan het versnellen van de eiwittransitie, circulair bouwen, slim en schoon (energie) produceren en inzet op digitalisering waaronder cybersecurity.’


Niet alles is meer mogelijk

Maximale benutting van Rijks- en EU-middelen vraagt aan onze kant om cofinanciering’, staat ook in de nota. Van Hijum maakt daarbij wel een belangrijke kanttekening, want niet alles is meer mogelijk.

Overijssel verkeert in de gelukkige omstandigheid dat we dankzij de verkoop van de aandelen Essent een grote pot incidenteel geld op de bank hebben gekregen. De politiek heeft ooit besloten om dat geld verstandig te investeren: in infrastructuur en fondsen voor energie en economie. Maar langzaam komt er een einde aan die berg financiële middelen, dus moeten we steeds scherper keuzes gaan maken.”

Of zoals in de Perspectiefnota staat ‘We zullen met het oog op ons budgettair perspectief ook bewust moeten kiezen in de samenwerkingsverbanden die we financieel ondersteunen en de structurele verwachtingen die we wekken bij incidentele intensiveringen’