Deze coalitieperiode zet de provincie zich in voor een transitie van sociaal beleid naar sociale kwaliteit bij de kerntaken. Dat betekent dat wij als provincie aandacht hebben voor het wegnemen van ongewenste sociale aspecten bij de uitvoering van de kerntaken. Uitgangspunt is dat er geen autonoom sociaal beleid wordt gevoerd, maar dat inzet wordt gepleegd op sociale kwaliteit ter versterking van de uitvoering van de provinciale kerntaken.
In het sociaal domein beperkt de rol van de provincie zich verder tot het signaleren en agenderen van vraagstukken en tekortkomingen, en uitvoering geven aan de wettelijke taak binnen de WMO. Deze taak richt zich op de tweedelijnsondersteuning van gemeenten binnen de negen aandachtsvelden van de WMO.