Waterveiligheid & Wateroverlast

Gepubliceerd op 27 juli 2017

Primaire en regionale keringen

Primaire en regionale waterkeringen beschermen Overijssel tegen overstromingen. Het onderscheid tussen primair en regionaal ligt in het beschermingsniveau. Kaderstelling, financiering en uitvoering van maatregelen voor de primaire keringen liggen bij het Rijk en de waterschappen. De provincie heeft de goedkeuringsbevoegdheid van verbeteringsplannen voor de primaire keringen, vanuit ruimtelijke consequenties en landschappelijke-, natuur- en cultuurhistorische waarden. Voor de regionale keringen stelt de provincie de tracés en de normen vast. Waterschappen toetsen de keringen aan deze normen en zorgen ervoor dat zij op orde zijn.

Ruimtelijke inrichting

Het wordt steeds belangrijker om rekening te houden met de gevolgen van een overstroming. Dat kan bij de inrichting van steden en dorpen, door maatregelen die de gevolgen van een overstroming beperken. Denk aan aangepast bouwen (zoals op terpen) of het niet bouwen van woningen in risicovolle gebieden en aan evacuatieroutes. De provincie Overijssel stimuleert de gedachtevorming daarover, ondermeer door een  overstromingsrisicoparagraaf in bestemmingsplannen verplicht te stellen. Ook worden pilots ondersteund, bijvoorbeeld rond vitale en kwetsbare functies als ziekenhuizen en energievoorziening.

Crisis beheersing

Gemeenten en veiligheidsregio’s zijn verantwoordelijk voor de rampenbestrijding en voor het vergroten van de zelfredzaamheid van bewoners en grondeigenaren. De provincie heeft daar geen rol in. Wel kan de Commissaris van de Koning in haar rol als ‘rijksheer’ bij rampen stimuleren en ingrijpen om de samenwerking in de veiligheidsregio te verbeteren.

Regionale wateroverlast

Als sloten en beken van het waterschap het overtollige water niet snel genoeg kunnen afvoeren kan wateroverlast optreden. In de provinciale omgevingsverordening is de normering voor regionale wateroverlast vastgelegd. Daarmee wordt afgebakend wat van het waterschap mag worden verwacht om overlast te voorkomen (de zorgplicht) en wordt aan de andere kant de eigen verantwoordelijkheid van grondeigenaren duidelijk. Uitgangspunt voor de normering is het grondgebruik, zoals natuur, grasland, akkerbouw en bebouwd gebied. Voor gebieden die belangrijk zijn om het te veel aan water op te vangen zoals uiterwaarden en beekdalen, gelden lagere normen.