Waterkwaliteit

Gepubliceerd op 2 maart 2017

Waterkwaliteit

Een goede waterkwaliteit van beken en rivieren, maar ook van grondwater, is belangrijk. Niet alleen natuur, landbouw en bedrijven hebben belang bij schoon water, ook voor inwoners en toeristen zorgt een goede waterkwaliteit voor een aantrekkelijke (leef)omgeving. Maatregelen zijn niet alleen gericht op vermindering van chemische stoffen, maar ook op de inrichting van beken, rivieren, meren en kanalen. Zo maken waterschappen hun stuwen passeerbaar voor vissen en laten zij de beken weer meanderen. De grotere beken, rivieren, meren en kanalen en het grondwater worden aangemerkt als ‘waterlichaam’. Daar is de Europese Kaderrichtlijn Water op van toepassing. Wij hebben echter ook kleine waardevolle wateren, zoals vennen en bronnetjes. Deze hebben een grote waarde voor natuur.

Europese Kaderrichtlijn water

De Europese Kaderrichtlijn Water beoogt de bescherming van oppervlakte- en grondwater en een duurzaam gebruik van water. Het doel is een zogenoemde 'goede toestand' van de waterlichamen. Om in vaktermen te spreken: een 'goede chemische toestand' én een 'goede ecologische toestand'. Er wordt gekeken naar biologie, verontreinigingen en de inrichting van beek of rivier. De provincies stellen de doelen, de typering van de wateren en de huidige staat vast. Vaak zijn maatregelen zoals meandering van beken nodig om de doelen te halen. De waterschappen zorgen voor de uitvoering van maatregelen in het oppervlaktewater. De provincies zijn eindverantwoordelijk voor maatregelen in het grondwater. De provincies zijn ook verantwoordelijk voor het natuurbeleid, dat vaak mede afhankelijk is van het waterbeheer. Hiervoor is monitoring en onderzoek naar watermaatregelen nodig.