BIBOB, bestuurlijke aanpak georganiseerde misdaad

Gepubliceerd op 1 september 2014

Hoe kan de provincie Overijssel voorkomen dat door het verlenen van een vergunning, het verstrekken van subsidie of het verlenen van een overheidsopdracht (aanbesteding) ongewild criminele activiteiten mogelijk worden gemaakt.

BIBOB

Op grond van de wet BIBOB is het mogelijk diepgaand onderzoek te doen naar de achtergrond van de persoon of onderneming, die een vergunning aanvraagt. De Wet BIBOB geeft de overheden een juridische basis om onderzoek te doen naar aanvragers en houders van vergunningen en subsidies. Dit heeft gevolgen voor overheden én aanvragers. Aanvragers moeten meer vragen beantwoorden en meer gegevens overleggen. De overheid moet vervolgens deze gegevens goed analyseren om te kunnen vaststellen of er sprake is van een bonafide of malafide aanvrager.

Een effectieve bestrijding van georganiseerde misdaad en financieel-economische criminaliteit vergt een geïntegreerde aanpak, waarbij de strafrechtelijke opsporing en vervolging aansluiten op preventieve en bestuurlijke handhavende maatregelen. Deze aanpak bestaat o.a. uit preventieve, bestuursrechtelijke, fiscale én strafrechtelijke interventies of maatregelen die in gezamenlijkheid nodig zijn om tot een sluitende aanpak te komen. Uitgangspunt daarbij is dat binnen zo'n gezamenlijke aanpak verschillende organisaties en handhavingsdiensten ieder vanuit hun eigen verantwoordelijkheid en bevoegdheid participeren. Juist de gecombineerde inzet die ieder hun eigen taak en specifieke expertise hebben, levert meerwaarde op.

Beleidsregel BIBOB Overijssel 2006

Op 17 januari 2006 hebben Gedeputeerde Staten van Overijssel beleid vastgesteld voor integriteitsbeoordelingen van aanbestedingen en milieuvergunningen (BIBOB)
Daarbij is vastgesteld dat de inzet van de Wet-BIBOB toegepast wordt op (wegen)bouw en bodemsanering bij Europese aanbestedingen en tot de afvalbranche bij milieuvergunningen. De indicatoren om een BIBOB-advies aan te vragen hebben onder andere betrekking  op de bedrijfsstructuur; de financiering van het bedrijf; de omgeving waar de gegadigde of aanvrager zijn activiteiten ontplooit; persoonlijke omstandigheden van degenen die het voor het zeggen hebben in het bedrijf en andere omstandigheden die doen vermoeden dat met de aanbesteding of milieuvergunning criminele activiteiten kunnen worden gefaciliteerd.
beleidsregel BIBOB provincie Overijssel

RIEC Oost-Nederland

Door georganiseerde criminaliteit niet alleen strafrechtelijk te bestrijden, maar ook fiscaal en bestuurlijk, wordt geprobeerd te voorkomen dat de overheid ongewild criminelen van dienst is (bijvoorbeeld door opdrachten te gunnen, subsidies of vergunningen te verlenen) en er een vermenging van de onderwereld met de bovenwereld optreedt. Het RIEC ondersteunt de gemeenten en provincies bij de toepassing van de Wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur (BIBOB). Het projectmanagement is gekoppeld aan het Regionaal Coördinatiepunt Fraudebestrijding en het steunpunt BIBOB (is onderdeel van het RIEC). De regionale driehoeken van de betrokken regio's zijn verantwoordelijk voor RIEC Oost-Nederland. De provincie Overijssel neemt deel aan het RIEC Oost-Nederland.

Slechts een deel van de georganiseerde criminaliteit is via deze wet te bestrijden, doordat de BIBOB-wetgeving alleen op bepaalde branches en activiteiten van toepassing is (bij horeca-, bouw-, afval- en transportvergunningen, in de transportbranche, bij woningbouwcorporaties, coffeeshops, bordelen, speelautomatenhallen en smart- en growshops). Naast het toepassen van de BIBOB-wetgeving zullen de centra daarom een vergelijkbare werkwijze toepassen in andere branches en bij andere bedrijfsactiviteiten. Het gaat steeds om het uitwisselen van informatie tussen de verschillende overheden en overheidsdiensten, waardoor vervolgens de juiste aanpak kan worden gekozen. Bestuurlijke aanpak kan alleen dan slagen als er voldoende capaciteit, kennis en kunde beschikbaar is. Geconstateerd wordt dat het voor gemeenten (en provincie) niet altijd eenvoudig is om deze randvoorwaarden binnen haar werkpakket op een voldoende kwantitatieve en kwalitatieve wijze in te vullen. Om de voornoemde problemen op te lossen, starten pilots Regionale Informatie- en ExpertiseCentra (RIEC). Deze centra die mede gefinancierd worden door het Rijk krijgen primair de taak de informatie- en handelingspositie van het bestuur (zowel reactief als proactief) te versterken. De taak van een RIEC bestaat uit:

  • Het vormen van een informatieknooppunt waarbinnen de informatie van verschillende handhavings- en opsporingsdiensten naast elkaar wordt gelegd. De oprichting van de expertisecentra zal niet ten koste gaan van de huidige praktijk van de directe informatiestromen richting burgemeester.
  • Het ter ondersteuning van gemeenten gevraagd en ongevraagd verrichten van analyses die een beeld geven van de lokale verwevenheid tussen de onder- en bovenwereld en de wijze waarop dit tot uitdrukking komt.
  • Het periodiek adviseren van het lokaal bestuur (o.a. via de beheersdriehoek) en haar veiligheidspartners over ontwikkelingen die zich met betrekking tot de verwevenheid tussen de onder- en bovenwereld in een gemeente c.q. regio afspelen.
  • Het informeren van de veiligheidspartners over relevante informatie die binnen het bestuur aanwezig is.
  • Het aan de hand van concrete casussen periodiek adviseren van het lokaal bestuur (o.a. via de beheersdriehoek) over de mogelijke interventiestrategieën om de verwevenheid tussen de boven- en onderwereld zowel preventief als repressief tegen te gaan.
  • Het ontwikkelen van instrumenten die de aanpak als hiervoor bedoeld onder punt 5 kunnen ondersteunen, in het bijzonder gericht op de aanpak van problemen die zich voordoen in sectoren en branches die niet onder de wet BIBOB vallen.
  • Het ondersteunen van gemeenten bij de inzet van terzake relevante bestaande instrumenten, zoals de mogelijkheden die de wet BIBOB biedt.
  • Het opbouwen van expertise op het terrein van de verwevenheid tussen de onder- en bovenwereld.
  • Het uitbrengen van adviezen aan de betrokken departementen over ontwikkelingen en instrumenten die van belang zijn voor het tegengaan van de verbinding tussen de boven- en onderwereld.
  • Het ondersteunen bij de implementatie van andere aspecten uit dit programma.

Meer informatie over de bestuurlijke aanpak georganiseerde misdaad:
brief ministers justitie en bzk aan Tweede Kamer dd 7-4-2009
programma Bestuurlijke aanpak georganiseerde misdaad dd maart 2008