Waar gaat de Omgevingsverordening over en wat zijn de uitgangpunten?
Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de verordening. Meer dan in voorgaande verordeningen is het uitgangspunt van de Omgevingsverordening dat er niet meer geregeld wordt dan nodig is voor het belang zoals dat in de Omgevingsvisie is verwoord. Gemeenten krijgen zoveel mogelijk ruimte om daaraan een nadere invulling te geven. Wat elders geregeld wordt - bijvoorbeeld door het Rijk - wordt niet nog eens dubbel geregeld in deze verordening. Daarmee voorkomt de provincie extra regeldruk.
Het uitgangspunt ‘decentraal wat kan, centraal wat moet' is ook toegepast bij de flexibiliteitsbepalingen in deze verordening. Waar mogelijk zijn afwijkingsmogelijkheden toegepast in plaats van ontheffingsbepalingen. Ook heeft de provincie zoveel mogelijk gekozen voor positief geformuleerde voorwaarden.
Digitale kaarten
Bij de Omgevingsverordening hoort een eigen set kaarten. De papieren kaarten zijn gemaakt op een schaal van 1:100.000. De provincie biedt daarnaast deze kaarten voor het eerst ook digitaal aan, waardoor de bezoeker verder kan inzoomen en meer details kan bekijken. De kaarten laten bijvoorbeeld zien welke gebiedskenmerken de provincie belangrijk vindt bij de ontwikkeling van Overijssel en waar ze ontwikkelingsperspectieven ziet voor natuur, landbouw, verkeer, steden en dorpen etc.
Bij de vaststelling van de Omgevingsvisie en -verordening op 1 juli 2009 is een evaluatiemoment afgesproken. In de periode april - mei 2011 is gewerkt aan het uitvoeren van deze evaluatie. Alle gemeenten en waterschappen in Overijssel hebben hun ervaringen gedeeld. Download een pdf van het evaluatierapport.