geschiedenis en achtergrond

Gepubliceerd op 28 januari 2019

Wetgeving en planvorming

In 1983 is door de toenmalige landbouworganisaties voor het gebied Enter een verzoek om landinrichting ingediend. De aanleiding hiervoor was de slechte landbouwkundige verkaveling en knelpunten in de waterhuishouding en de ontsluiting. In 1990 heeft Gedeputeerde Staten van Overijssel een landinrichtingscommissie geïnstalleerd en in 1999 heeft deze commissie het voorontwerp-landinrichtingsplan gepubliceerd.

Wijzigingen plan

Nieuwe wetgeving maakte een aanpassing van het plan noodzakelijk. Enter is opgenomen in het Reconstructieplan Salland Twente, waarin het beleid op hoofdlijnen is beschreven. Voor een vertaling van dit beleid naar Enter diende daarom het voorontwerp-landinrichtingsplan verder ontwikkeld te worden tot een uitwerkingsplan. Sindsdien is in Enter, in plaats van de Landinrichtingswet 1985, de Reconstructiewet van toepassing.

In november 2004 is het Ontwerp-uitwerkingsplan aangeboden aan Gedeputeerde Staten van Overijssel. Het plan heeft ter visie heeft gelegen en na het verstrijken van de inspraaktermijn zijn de reacties verwerkt en in november 2006 is de Reactienota Ontwerp-uitwerkingsplan Enter gepubliceerd. In februari 2007 hebben Provinciale Staten van Overijssel het Uitwerkingsplan Enter vastgesteld. Tegen dit plan zijn bij de Hoge Raad een aantal bezwaren ingediend en op 30 juli 2008 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan, waarmee enkele planonderdelen alsnog zijn komen te vervallen.

Wet inrichting landelijk gebied

Op 1 januari 2007 is de wetgeving op het gebied van landinrichting opnieuw gewijzigd. Met het inwerking treden van de Wet Inrichting Landelijk Gebied (Wilg) en het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) zijn de Landinrichtingswet 1985 en de Reconstructiewet niet langer van kracht. Deze wijziging heeft ook grote gevolgen gehad voor de planuitwerking Enter.

Het Investeringsbudget Landelijk Gebied is een uitkering waarmee het rijk middelen beschikbaar stelt aan provincies om doelen in het landelijk gebied te realiseren. Over de inzet van het geld maakt elke provincie afzonderlijk afspraken met het rijk voor een periode van zeven jaar. De provincie heeft de volledige zeggenschap over het beschikbare geld en voert de regie over de uitvoering. Daarbij bepaalt elke provincie ook wie zij inschakelt voor de uitvoering en op welke manier. Dienst Landelijk Gebied (DLG) ondersteunt de provincies bij het realiseren van hun beleidsdoelen. DLG is per 1 maart 2015 opgeheven. De taken zijn overgenomen door de provincie. Met de Wet Inrichting Landelijk Gebied worden de afspraken verankerd die de provincies en het rijk maken over het ILG.

Met de invoering van de Wilg moest de term 'uitwerkingsplan' gewijzigd worden in 'inrichtingsplan' en is er niet langer sprake van een landinrichtingscommissie, maar van uitvoeringscommissie.

Robuuste Verbindingszone

Vanaf eind 2007 tot begin 2009 is de uitvoeringscommissie Enter niet actief geweest. De directe aanleiding is de reactie van de provincie Overijssel op de ingediende zienswijze door LTO Noord op het Natuurgebiedsplan Overijssel. Een onderdeel hiervan is de realisatie van de Robuuste Verbindingszone (RVZ). Mede in het licht van de geringe grondmobiliteit en de gewenste structuurverbetering en schaalvergroting voor de landbouw vinden de LTO Noord-afdelingen het niet gepast dat zoveel extra ruimte voor natuurrealisatie wordt gevraagd.

Over deze zienswijze is overleg geweest met de provincie. Dit heeft echter niet tot een overeenstemming geleid. De LTO Noord-afdelingen hebben daarom in november 2007 besloten voorlopig niet meer mee te werken aan de landinrichting Enter. Door de betrokken partijen is sindsdien hard gewerkt aan een oplossing en sinds begin 2009 bestaat er weer voldoende draagvlak bij de leden van LTO Noord om de draad weer op te pakken.