Veel gestelde vragen

Gepubliceerd op 4 september 2019

Op deze pagina vindt u veel gestelde vragen van amateurarcheologen.

Mogen amateurarcheologen zelfstandig opgraven?
Om op te graven is een opgravingsvergunning nodig. Opgravingsvergunningen worden verstrekt door de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE). In de praktijk krijgen alleen archeologische diensten van gemeenten, universiteiten en archeologische bedrijven een vergunning. Dat amateurarcheologen een vergunning krijgen is vrijwel uitgesloten, gezien de zware eisen die gesteld worden. Deze eisen zijn vastgelegd in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Dat betekent niet dat amateurs nooit een schop in de grond mogen zetten! Er zijn twee mogelijkheden. In de eerste plaats kunnen amateurarcheologen hun diensten aanbieden bij professioneel uitgevoerde opgravingen. Op de website van VOIA (Vereniging van Ondernemers in Archeologie), www.voia.nl voor adressen van archeologische bedrijven. In de tweede plaats kunnen amateurs toestemming krijgen voor het uitvoeren van een opgraving wanneer:

  • het gebied is vrijgegeven door een gemeentelijk, provinciaal of rijksarcheoloog. Het gaat dan meestal om een gebied met een lage archeologische waarde waar een negatief selectieadvies voor is gegeven. Dat wil zeggen dat er geen professionele opgraving meer nodig wordt geacht;
  • er sprake is van een toevalsvondst, waarbij geen andere oplossing voorhanden is aangezien de archeologische resten dezelfde dag of de dag erop worden vergraven.

De toestemming dient aangevraagd te worden bij de RCE, omdat onder de opgravingsbevoegdheid van de Rijksdienst gewerkt wordt.

Welke instantie moet ik benaderen voor het vragen van toestemming voor een opgraving?
De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed is de aangewezen instantie voor het vragen van toestemming. Op de website Archeologie in Nederland vindt u het formulier voor de aanvraag toestemming onderzoek door amateurverenigingen onder de opgravingsbevoegdheid van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Duurt twee weken te lang? Dan kunt u het beste mailen of bellen naar de contactpersoon voor Overijssel: mevrouw José Schreurs, Consulent uitvoering Monumentenwet Archeologie, e-mail: j.schreurs@cultureelerfgoed.nl, telefoon: 033 421 72 18.
Wanneer er opgegraven wordt onder toezicht van een vergunninghoudend bedrijf of gemeente, is toestemming vragen van de RCE niet nodig.

Mogen amateurarcheologen opgraven in een vrijgegeven terrein?
In de vrijgegeven gebieden mogen alleen waarnemingen en veldverkenningen gedaan worden, meer niet. Voor opgraven is een opgravingsvergunning nodig die bij de RCE kan worden aangevraagd.

Is er een overzicht van opgravingen en vrijgegeven gebieden in mijn gemeente?
Alle archeologische opgravingen worden aangemeld bij de RCE. Voor informatie kunt u contact opnemen met de consulent van regio Oost, e-mail: j.schreurs@cultureelerfgoed.nl.

Ook de gemeentelijk archeoloog of regioarcheoloog is op de hoogte van opgravingen en de vrijgegeven gebieden. Inlichtingen hierover zijn bij hen te verkrijgen. Overijssel heeft twee regioarcheologen, in dienst bij Het Oversticht:

De gemeenten Deventer, Zwolle (in samenwerking met Zwartewaterland) en Kampen hebben een eigen archeologische dienst:

Werken commerciële archeologische bedrijven samen met amateurarcheologen?

De meeste bedrijven hebben goede contacten met amateurarcheologen en werken graag samen. RAAP en ADC bijvoorbeeld hebben een raamovereenkomst met de AWN (Archeologische Werkgemeenschappen voor Nederland), met als doel bevorderen van de samenwerking en kennisuitwisseling. Ook het ARC werkt met amateurarcheologen. Adressen van bedrijven zijn te vinden op de website van VOIA: www.voia.nl.

Aan welke criteria moet archeologisch onderzoek voldoen?
Archeologisch onderzoek moet voldoen aan bepaalde voorwaarden, die zijn vastgelegd in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Op de website van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer is de laatste versie van de KNA te downloaden, via de website van de SIKB: www.sikb.nl. De KNA bestaat uit een reeks protocollen, beginnend met een Programma van Eisen tot aan de aanlevering van de documentatie en vondsten aan een depot. De KNA is ook in schriftelijke vorm bij de SIKB op te vragen. Daar zijn wel kosten aan verbonden.

Waar kan ik een vondst melden?

Een vondst melden is volgens de Monumentenwet wettelijk verplicht gesteld. Vondsten kunt u melden bij de provinciaal archeoloog in Het Oversticht, telefoon: 038 421 32 57.

Mag ik een bodemvondst houden?
Als het een toevalsvondst betreft wel. Volgens de Schatvindersregeling in het Burgerlijk Wetboek is de vondst het gedeelde eigendom van de vinder en de grondeigenaar, indien een vondst niet gedaan is tijdens een opgraving en wanneer de eigenaar niet bekend is (zoals vaak het geval is bij oude vondsten!). Toevalsvondsten gedaan door een particulier hoeven dus niet worden afgestaan aan een gemeentelijk of provinciaal depot, maar wel aangemeld bij de RCE of de provinciaal archeoloog. Ook via de website van het depot Overijssel kan een vondst aangemeld worden via het vondstmeldingsformulier.

Vondsten gedaan tijdens een opgraving door een vergunninghoudende gemeente of bedrijf, worden uiteindelijk overgedragen aan een gemeentelijk of provinciaal depot. Scheepsarcheologische vondsten gaan naar de RCE-Lelystad. Zeer bijzondere archeologische vondsten worden ondergebracht bij musea die tevens een depotfunctie hebben, zoals het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden of het Valkhofmuseum in Nijmegen.

Moet elke vondst aangemeld worden bij Archis?
Bij de zoveelste recente scherf kunt u zich afvragen of het wel nut heeft de vondst de melden en te bewaren. Toch is het raadzaam eerst met de regioarcheoloog, provinciaal archeoloog of de RCE te overleggen. Een depot kan wel eens vondsten weigeren wanneer er sprake is van recent bulkmateriaal.

Hoe moeten vondsten en gegevens worden aangeleverd aan een archeologisch depot?
Vondsten gedaan in de provincie Overijssel, met uitzondering van gemeenten Deventer, Kampen en Zwolle, kunnen overgedragen worden aan het Provinciaal Depot voor Bodemvondsten te Deventer. Neem voorafgaand aan de deponering contact op met de depotbeheerder en meldt de volgende gegevens:

  • uw gegevens (naam, adres, telefoon enzovoorts);
  • hoeveelheid dozen met vondstmateriaal;
  • soort materiaal; keramiek, baksteen, natuursteen, bot, enzovoorts ;
  • indien mogelijk een coördinaat van de vindplaats;
  • adres, plaatsnaam en gemeente van de vindplaats;
  • vondstenlijst;
  • dozenlijst;
  • veldtekening;
  • rapportage, analoog of digitaal op cd-rom.

Vondsten moeten aangeleverd worden in zuurvrije plastic zakken en /of zuurvrije standaarddepotdozen. Amateurarcheologen kunnen voorafgaand aan de deponering in overleg dozen, plastic zakken en splitslijsten (voor het determineren van de vondsten) verkrijgen bij het provinciaal depot Overijssel. Voor vondsten binnen de gemeenten Deventer, Kampen en Zwolle kunt u contact opnemen met de daar gevestigde depots. Zie adressen en links.

Wat is/doet een regioarcheoloog?
De regioarcheoloog adviseert gemeenten bij hun archeologiebeleid en bij bouwaanvragen. Ook particulieren en amateurarcheologen kunnen met vragen terecht bij de regioarcheoloog. Reden voor de introductie van de regioarcheoloog ligt in de nieuwe Wet op de archeologische monumentenzorg, onderdeel van de monumentenwet. De verantwoordelijkheid voor archeologie is hierdoor geheel bij gemeenten komen te liggen. Omdat niet elke gemeente een archeoloog in dienst heeft kan een regioarcheoloog kan deze taak vervullen. In Overijssel zijn 3 regioarcheologen werkzaam, te bereiken via Het Oversticht op telefoon: 038 421 32 57.

Wat is een gemeentelijke archeologische verwachtingskaart?
In de nieuwe wetgeving is de gemeente verantwoordelijk voor het archeologiebeleid. Om beter te kunnen bepalen of er in een plangebied archeologisch onderzoek nodig is, kan men de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart raadplegen. Op de gemeentelijke verwachtingskaart zijn archeologische gebieden in kaart gebracht met een hoge, midden of lage archeologische verwachting en bekende archeologische vindplaatsen. Elke gemeente heeft een archeologische verwachtingskaart of zou er een moeten hebben gezien het huidige beleid. Zodra de kaart is vastgesteld, is het een openbaar document en dus voor iedereen inzichtelijk.

Op de websites van de gemeenten Oldenzaal, Steenwijkerland en Twenterand zijn de archeologische verwachtingskaarten in te zien.

Wat is er veranderd met de Wet op de archeologische monumentenzorg?
Op 1 september 2007 is de wet en het besluit op de archeologische monumentenzorg in werking getreden. De wet is de Nederlandse vertaalslag van het Verdrag van Malta, ondertekend door de Europese lidstaten in 1992. De belangrijkste punten op een rijtje:

  1. Archeologische sporen van waarde worden zoveel mogelijk in de grond bewaard, ‘in situ’ zoals dat heet.
  2. Archeologisch vooronderzoek bij een bodemverstoring waar ook een milieueffectrapport voor wordt geschreven is voortaan verplicht.
  3. De verstoorder betaalt. Onder verstoorder wordt verstaan de aanvrager van vergunning tot sloop of aanleg. Verstoorder kan ook de gemeente zijn, wanneer deze bij bestemmingsplan archeologisch onderzoek wil laten verrichten. Bij excessief hoge kosten voor een opgraving kan het Rijk subsidie verstrekken aan gemeenten en provincies. Om particulieren te ontzien, is archeologisch onderzoek bij een bodemverstoring kleiner dan 100 m2 niet verplicht. Gemeenten hebben echter de bevoegdheid om hier een uitzondering op te maken.
  4. Gemeenten en beleidsmakers dienen bij het vaststellen van nieuwe bestemmingsplannen de archeologische waarden en verwachtingen in kaart te brengen aan te geven hoe ze hier mee omgaan.
  5. Op grond van de wet is het doen van opgravingen zonder een opgravingsvergunning verboden. Onder het doen van opgravingen wordt eveneens het doen van booronderzoek verstaan. Een opgravingsvergunning moet aangevraagd worden bij de RCE.

Nog meer informatie vindt u in het boekje ‘In kort bestek’, een uitgave van RCE, VOIA en Erfgoed Nederland, te bestellen op de website van Erfgoed Nederland: www.erfgoednederland.nl.

Wat is het Verdrag van Malta?
Het Europese Verdrag van Malta, ook wel Conventie van Valletta genoemd, beoogt het cultureel erfgoed dat zich in de bodem bevindt beter te beschermen. Op 16 april 1992 werd de verdragstekst door de leden van de Europese ministerraad te Valetta ondertekend. Daarmee is het verdrag de opvolger van een eerder Europees verdrag uit 1969 waarin vooral de bescherming van archeologische monumenten werd geregeld. Uitgangspunt van het nieuwe verdrag is dat het archeologische erfgoed al voordat het tot monument is verklaard, integrale bescherming nodig heeft en krijgt. Daarom wordt in het Verdrag voorgesteld om steeds vooraf onderzoek te laten doen naar de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden.

Wat is de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed?
De RCE, voorheen de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek en daarna de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten, is het landelijke overheidsorgaan voor de archeologie in Nederland. Alle vondstmeldingen en aanvragen voor opgravingen, opgravingsvergunningen enzovoorts gaan via de RCE. De RCE heeft een grote landelijke database, Archis II, voor alle vondstmeldingen.

Wat is/doet de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB)?
De SIKB is een netwerkorganisatie die alle spelers -bedrijfsleven en overheid- bij elkaar brengt om samen de kwaliteit van de uitvoering van archeologie en het (water-)bodembeheer te verbeteren. Kort gezegd werken ze aan de professionalisering van de archeologie, onder andere door het beheren van kwaliteitsrichtlijnen zoals de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie en leidraden voor archeologisch onderzoek. Via de website worden ook digitale Handreikingen Archeologie en checklists beschikbaar gesteld. E-mail: info@sikb.nl, website: www.sikb.nl