Bodemsanering: wie doet wat?

Gepubliceerd op 21 november 2017

De taken van de provincie binnen het stedelijk gebied zijn afhankelijk van het feit of sprake is van rechtstreekse dan wel niet-rechtstreekse gemeenten.

Uitvoering van bodemsaneringRechtstreekse gemeenten

De rechtstreekse gemeenten in Overijssel zijn Almelo, Deventer, Enschede, Hengelo en Zwolle. Deze gemeenten zijn zelf bevoegd gezag voor de Wet bodembescherming. De rechtstreekse gemeenten ontvangen hun budget om bodemsaneringen uit te voeren rechtstreeks van het Rijk.

Niet rechtstreekse gemeenten

Alle overige gemeenten zijn de niet-rechtstreekse gemeenten. De provincie Overijssel is hier bevoegd gezag voor de Wet bodembescherming. De provincie is hier verantwoordelijk voor de beschikbare bodemsaneringsbudgetten. Daarnaast heeft de provincie tot taak om verantwoordelijke eigenaren van deze verontreinigde locaties op grond van de Wet bodembescherming aan te spreken om de verontreiniging aan te pakken.

Risicogebieden

De provincie houdt zelf de verantwoordelijkheid voor locaties waar mensen risico lopen. Hierbij geldt wel dat zoveel mogelijk de verantwoordelijke partijen worden aangesproken.
Voor overige spoedlocaties en voor locaties die niet voldoen aan bodemkwaliteitsklasse Wonen kan door de niet-rechtstreekse gemeenten subsidie worden aangevraagd als op de locaties stedelijke vernieuwing gepland is.

Spoedlocaties

Voor de spoedlocaties waar geen stedelijke vernieuwing gepland is, pakt de provincie de verontreiniging aan. Ook hierbij geldt dat de provincie er eerst voor zorgt dat verantwoordelijke partijen verontreinigingen in de bodem saneren.