FAQ techniek

Gepubliceerd op 26 februari 2016

Technische vragen

Vraag 1: Wanneer is een gebied dat met stoom gesaneerd is klaar?

Als de concentraties verontreiniging in het opgepompte warme grondwater voldoende zijn afgenomen, worden grondmonsters genomen die in een laboratorium worden geanalyseerd. Daarmee wordt bepaald hoeveel verontreiniging nog vastzit aan de grond. Zodra blijkt dat ook die waardes voldoende zijn gedaald wordt de stoom uitgezet. Daarna wordt de damwandkuip weer gevuld met water. Uiteindelijk vindt een definitieve controle plaats op het moment dat de damwandkuip volledig is gevuld en de temperatuur van de bodem is gedaald tot ca. 20 graden Celsius.

Vraag 2: Kan de verontreiniging zich verspreiden vanuit de stoomvakken naar buiten?

Nee. Voordat we met het stomen begonnen is eerst een dichte damwand rond het stoomvak geplaatst. Hierdoor is de verontreiniging niet buiten het vak getreden.

Vraag  3: Door het stomen is de consistentie van de bodem veranderd. Wat gebeurt er als je de damwanden weghaalt?

Dan gebeurt er helemaal niets. Voordat de damwanden worden weggehaald, wordt de damwandkuip weer gevuld met water en doorspoeld om de bodem weer af te koelen. De bodem heeft door het stomen alleen maar meer stabiliteit gekregen.

Vraag  4: Tot hoeveel graden wordt de bodem opgewarmd om de verontreiniging los te kunnen weken?

De verontreinigde bodem wordt opgewarmd tot ongeveer 100 graden Celsius. Dit proces speelt zich af binnen een gesloten damwandkuip waar het water zover mogelijk wordt uitgepompt. Door het injecteren van stoom wordt de bodem opgewarmd. Dit proces van opwarmen in een onverzadigde zone gaat redelijk snel. Toch moet de bodem enkele maanden op temperatuur worden gehouden om het puur product lost te weken van de bodem. Intussen wordt de verontreiniging in gasvorm of via het grondwater onderin de kuip afgevoerd naar respectievelijk de luchtreiniger of de waterzuivering.

Vraag 5: Vak A1 wordt biologisch nabehandeld met behulp van persluchtinjectie. Zorgt deze nabehandeling ook voor uitstoot?

Nee, er is geen zichtbare uitstoot. De biologische afbraak vindt plaats door kleine organismen die al van nature in de bodem voorkomen. Door zuurstof toe te voegen gaat de biologische afbraak van de verontreiniging sneller dan onder normale omstandigheden. Deze biologische organismen scheiden water en CO2 uit. Vergelijkbaar met de stoffen die mensen uitscheiden als gevolg van ademen.

Vraag 6: Waarom staan er op grote afstand van de sanering nog peilbuizen?

Met behulp van deze peilbuizen kunnen we meten tot hoever de verontreiniging zit. We willen niet alleen weten waar de bodem nog verontreinigd is, maar juist ook waar de verontreiniging niet meer zit. Met deze informatie kan de grens van de verontreiniging worden bepaald.

Vraag 7: Waar komt de grond vandaan voor het ophogen van de saneringslocatie?

Dat is op dit moment nog niet bekend. De grond die aangeleverd moet worden dient te voldoen aan verschillende eisen en wordt geleverd met een kwaliteitscertificaat. De gemeente kan, als handhaver, besluiten om nog een extra controle uit te voeren op de kwaliteit van de geleverde grond.