Overzicht van alle statenleden en Overijsselse bestuurders.
Na het vertrek van de Franse troepen en het herstel van het Nederlandse bestuur in 1813 duurde het nog tot 29 augustus 1814 dat provinciale staten van Overijssel voor het eerst sinds 1798 weer vergaderden.
Behalve in de periode 1941 tot 1946 als gevolg van de nazi-bezetting hebben provinciale staten steeds gefunctioneerd, Maar wel op verschillende juridische bases.
Bij het herstel van de provinciale organisatie in 1814 werd de Overijsselse ridderschap in ere hersteld, kregen de drie IJsselsteden Zwolle, Deventer en Kampen opnieuw regeringsmacht, maar kwam de landelijke stand daar als nieuwe bestuursvertegenwoordiging bij. De provincie was voor de landelijke stand verdeeld in zes districten.
Alle drie de standen benoemden 21 statenleden. Aanvankelijk was de zittingsduur van de statenleden onbeperkt, maar in 1825 werd de zittingsduur op zes jaar vastgesteld, waarbij om de twee jaar een derde deel van de statenleden aftrad.
Elke stand koos uit haar midden tot 1825 drie gedeputeerden, daarna twee gedeputeerden en daarnaast één gedeputeerde ter vrije keuze van de staten. In totaal dus zeven gedeputeerden.
De gouverneur werd door de Koning benoemd. De gouverneur was zowel voorzitter van provinciale staten als van gedeputeerde staten. De griffier van de staten werd door de staten benoemd en was secretaris van de beide besturen.
Overzicht statenleden in alfabetische volgorde 1814-1850 (PDF - 33 kB)
Overzicht statenleden in chronologische volgorde 1814-1850 (PDF - 34 kB)
Als gevolg van de grondwet van 1848 en de provinciale wet van 1850 werd de samenstelling van het provinciaal bestuur ingrijpend gewijzigd. Johan Rudolf Thorbecke schafte het onderscheid tussen steden en plattelandsgemeenten af en voerde een beperkt kiesrecht voor mannen in. Aan de politieke rol van de ridderschap kwam een eind.
De provincie werd verdeeld in twaalf kiesdistricten. De gekozen statenleden zaten zes jaar, waarbij om de drie jaar de helft van hen aftrad.
Er waren zes gedeputeerden, gekozen door en uit de staten, daarenboven één lid op grond van artikel 89 van de provinciale wet. Dit laatste lid kon bij staken van stemmen worden opgeroepen om de beslissende stem uit te brengen. Hij werd daartoe jaarlijks door de staten benoemd.
De commissaris des Konings kwam in de plaats van de gouverneur en de positie van de griffier der staten bleef gelijk.
Overzicht statenleden in alfabetische volgorde 1850-1919 (PDF - 32 kB)
Overzicht statenleden in chronologische volgorde 1850-1919 (PDF - 33 kB)
Na de herziening van de grondwet en de kieswet in 1919 werd het algemeen kiesrecht ingevoerd, waardoor meerderjarige mannen en vrouwen kiesgerechtigd werden en tot statenlid gekozen konden worden. Voortaan werden de statenleden voor een politieke groepering gekozen en niet meer voor een district. De zittingsduur was voortaan vier jaar. In 1941 werden de statenleden door de bezetter ontslagen.
Als in de vorige periode waren er zes gedeputeerden, gekozen door en uit de staten, daarenboven één buitengewoon lid. De gedeputeerden konden in de oorlog aanblijven, maar de meeste van hen werden na verloop van tijd door de bezetter ontslagen of namen zelf ontslag. De bezetter benoemde in 1943 een bestuursraad (soort gedeputeerde).
De commissaris der Koninging werd in 1941 vervangen door een commissaris der provincie, benoemd door de rijkscommissaris voor het bezette Nederlandse gebied, dr. A. Seyss Inquart.
Op 14 april 1945 werden de nog in leven zijnde gedeputeerden en de commissaris der Koningin in hun functie hersteld.
Overzicht statenleden in alfabetische volgorde 1919-1946 (PDF - 23 kB)
Overzicht statenleden in chronologische volgorde 1919-1946 (PDF - 23 kB)
Op 19 juni 1946 kwamen provinciale staten in het bevrijde Nederland weer bijeen. Aanvankelijk bedroeg het aantal statenleden 47, vanaf 1962 waren dat er 59 en sinds 1978 zijn er – net als in 1814 – 63 statenleden.
Tot 1962 kwam in de opzet van gedeptuurde staten geen verandering, dus zes gedeputeerden en één buitengewone gedeputeerde, sinds 1962 heeft de commissaris der Koningin een beslissende stem.
Deze periode wordt afgesloten met de invoering van het duale stelsel. De leden van gedeputeerde staten werden tot dan gekozen door en uit de leden van provinciale staten; ze bleven dus ook lid van provinciale staten. Sindsdien maken de gedeputeerden geen deel meer uit van provinciale staten en zijn de staten vrij om ook buiten de gekozen leden anderen tot gedeputeerden te benoemen.
Overzicht statenleden in alfabetische volgorde 1946-2003 (PDF - 45 kB)
Overzicht statenleden in chronologische volgorde 1946-2003 (PDF - 43 kB)
Aanvulling: Gerhardus Bernardus Holst. Geboren te Losser 11-05-1862 Overleden te Enschede 12-01-1922.