De enige revolutie in onze geschiedenis. Ze heet dan ook de Bataafse revolutie of de fluwelen revolutie. Een typisch Nederlandse revolutie: een revolutie in naam om een revolutie in werkelijkheid te voorkomen.
De enige revolutie in onze geschiedenis. Ze heet dan ook de Bataafse revolutie of de fluwelen revolutie. Een typisch Nederlandse revolutie: een revolutie in naam om een revolutie in werkelijkheid te voorkomen. Een revolutie zonder bloedvergieten. Al eind januari 1795 waren Hattem, Kampen en Zwolle revolutionair. Deventer, Vollenhove en Steenwijk volgden en eind mei was de hele provincie Bataafs en werd democratisch geregeerd door de provisionele representanten des volks. De oude grondwet, de Unie van Utrecht werd terzijde geschoven en een nieuwe constitutie moest opgesteld worden.
De provincie Holland stelde een centralistische regering voor. Gelderland en Overijssel wilden continuering van de statenbond. Twee keer heeft Daendels een staatsgreep gepleegd voordat in 1798 een centralistische staat ontstond en de staten van Overijssel ophielden te bestaan. De oude provinciegrenzen werden zelfs weggepoetst. Er kwamen naar Frans voorbeeld departementen en Overijssel werd met delen van Friesland en Gelderland het Departement der Oude IJssel. In 1801 werden weliswaar de oude provinciegrenzen hersteld, maar het centralisme bleef. In 1805 werd Rutger Jan Schimmelpenninck, geboren in Deventer, naar wens van Napoleon president van de Bataafse Republiek met de oude titel raadpensionaris. In 1806 werd Schimmelpenninck echter al weer terzijde geschoven en benoemde Napoleon zijn broer Lodewijk Napoleon tot koning van Holland. De goede Louis Napoleon probeerde Nederlands te praten en sprak in Amsterdam: Ik ben konijn van Holland. In 1810 werd ook de broer aan de kant geschoven. En Holland werd deel van het Franse keizerrijk onder Napoleon Bonaparte.
In 1813, na Waterloo, kwam de zoon van de laatste stadhouder en van Wilhelmina van Pruissen bij Scheveningen aan land en werd onze koning Willem I. De oude ridderschappen in de provincies werden in ere hersteld en in de provinciale staten waren voortaan drie soorten leden: vertegenwoordigers der ridderschappen, vertegenwoordigers van de voorheen stemhebbende steden, en vertegenwoordigers van het platteland. De adel werd in het nieuwe koninkrijk geformaliseerd. Er kwamen drie soorten edellieden: graven - families die een rijksgraventitel of de titel comte de l'Empire verworven hadden, in Overijssel alleen Van Rechteren en Bentinck of Schimmelpenninck en Van Heerdt; baronnen - alle overige families, waarvan leden vóór 1795 in de ridderschap gezeten hadden; en een nieuwe adellijke titel: de jonkheren - het vroegere stedelijke patriciaat. Vanzelfsprekend waren er uitzonderingen, zoals de ridderschapsfamilie Van Coevorden. Die zou ook de baronnentitel krijgen, maar was in de Franse tijd zodanig verpauperd, dat ze het helemaal niet betalen kon. Pas kort geleden hebben takken van deze oudste adellijke familie van ons land de baronnentitel gekregen.