2017-07 Korstmossen in Overijssel wijzen op minder ammoniak in de lucht en opwarming van klimaat

Gepubliceerd op 13 juni 2017

Korstmossen vormen belangrijke indicatoren voor verzuring, vermesting en klimaatverandering. De luchtkwaliteit wat betreft ammoniak is de laatste jaren steeds beter geworden. De ammoniakvervuiling neemt sinds de jaren negentig in het agrarisch gebied af. In stedelijk gebied blijkt dat de stikstofvervuiling niet afneemt. In de grote bos- en natuurgebieden moet het twee jaar geleden gestarte landelijke programma aanpak stikstof (PAS) de komende jaren gaan zorgen voor een daling van de ammoniakvervuiling. Natuurgebieden worden door het PAS ook minder gevoelig gemaakt voor stikstofdepositie. Een belangrijke maatregel hiervoor is vernatting.

Wat zijn korstmossen

Korstmossen (of lichenen) vormen een samenleving tussen een schimmel en een alg. Ze groeien vooral op extreme standplaatsen: op kaal zand in de heide en de duinen, op steen van bestratingen en daken en op de schors van bomen. Zij leven van de stoffen die in de lucht zitten. In Nederland zijn ruim 750 soorten korstmossen gevonden (Aptroot et al., 2004), waarvan 175 soorten op bomen langs wegen in Overijssel (Van Herk 2015).

Verandering in milieu zichtbaar in korstmossen

Korstmossen reageren sterk op veranderingen in het milieu. De uitstoot van zwaveldioxide, die in de jaren zeventig van de vorige eeuw het hoogtepunt bereikte, heeft veel soorten doen verdwijnen. Een deel van die soorten keerde terug toen de luchtkwaliteit verbeterde. In de Gelderse Vallei werd eind jaren zeventig voor het eerst een ammoniak-probleem aan de korstmossen gesignaleerd. Stikstofminnende soorten waren vooral rond boerderijen sterk toegenomen (Van der Knaap, 1980). Dit was nog voordat de overheid het probleem herkende en onderkende en voordat luchtmetingen van ammoniak beschikbaar waren.

Korstmossen in beeld gebracht

Drie belangrijke milieuthema’s: verzuring (door zuurvormende stoffen), vermesting (door stifkstofhoudende vluchtige stoffen zoals ammoniak en stikstofoxiden) en klimaatverandering kunnen met korstmossen zichtbaar worden gemaakt en gemonitord.

Afbeelding 1: Bosschildemos (Flavoparmelia caperata) is een van de soorten korstmossen die op de opwarming reageert

Afbeelding 1 Bosschildemos (Flavoparmelia caperata)

Bron: C.M. van Herk (2015)

­In 1986 werd in Overijssel gestart met korstmossenonderzoek (Van Dijk, 1988). Hoofddoel was het vaststellen van de mate waarin Overijssel met ammoniak verontreinigd was. In 1994, 1999 en 2005 werd dit onderzoek herhaald (zie afbeelding 2). Nadien is ook gebleken dat korstmossen reageren op klimaatverandering (Van Herk et al., 2006). Zuidelijke, warmteminnende soorten zijn de laatste 20 jaar in Overijssel sterk toegenomen; sommige noordelijke soorten blijken juist afgenomen.

Afbeelding 2: Overzicht van de ligging van de onderzochte meetpuntenIn West-Overijssel zijn minder punten aanwezig, omdat daar minder eiken voorkomen. Vrijstaande eiken vormen basis van het onderzoek. van het korstmossenonderzoek in Overijssel op vrijstaande eiken langs wegen

  • kleine rondjes betreffen punten die tijdens één of meer rondes in 1986/1989, 1994, 1999 en/of 2005 onderzocht zijn
  • grote rondjes betreffen punten die in 2015 zijn wederom zijn onderzocht (180 locaties)

Afbeelding 2: Overzicht van de ligging* van de onderzochte meetpunten van het korstmossenonderzoek in Overijssel op vrijstaande eiken langs wegen

Bron: C.M. van Herk (2015)

Vervuiling door vermesting

Korstmossen blijken goede indicatoren voor ammoniakvervuiling (vermesting)De korstmossen reageren op de zuurgraad van de boomschors die verandert onder invloed van ammoniak.. Met voor ammoniak gevoelige soorten is de verspreiding en intensiteit van de vervuiling te meten. De sterkste vervuiling treedt nog steeds op in delen van Twente en Salland. Over het algemeen blijkt uit het korstmossenmeetnet dat er hogere waarden voor stikstof worden gemeten in gebieden met een hoge veedichtheid. Figuur 1 laat zien dat sinds eind jaren negentig de ammoniakvervuiling afneemt in gebieden in Overijssel die zijn aangemerkt als agrarisch. Het gaat om een afname van 28%. Korstmossen hebben tijd nodig om te reageren op veranderingen in de luchtkwaliteit (reactietijd van 4–6 jaar). Dit betekent dat de afname al voor 1999 is ingezet.

De trend in de bos- en natuurgebieden is anders. Hier neemt de ammoniakvervuiling nog niet af. Het uitblijven van een verbetering in bos- en natuurgebieden wordt bevestigd door ammoniak-metingen in het kader van het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden (RIVM). De reden hiervan is niet helemaal duidelijk. Het twee jaar geleden gestarte landelijke programma aanpak stikstof (PAS) moet de komende jaren gaan zorgen voor een daling van de ammoniakvervuiling. Natuurgebieden worden door het PAS ook minder gevoelig gemaakt voor stikstofdepositie. Een belangrijke maatregel hiervoor is vernatting.

Ammoniak is grotendeels afkomstig uit de landbouw, maar 9% van de vervuiling heeft te maken met stikstof die auto’s uitstoten. Dat verklaart de toename van op stikstof reagerende korstmossen in het stedelijk gebied. De ammoniak uitstoot van auto’s heeft te maken met het gebruik van katalysatoren.

Figuur 1: Indicatie voor ammoniakvervuiling (vermesting) gebaseerd op het aantal soorten en de mate van voorkomen van korstmossen in bos, agrarisch gebied en in stedelijk gebied, 1986/1989, 1994, 1999, 2005 en 2015 (op de y-as staat de zogenaamde NIW = Nitrofiele Indicatie Waarde, een graadmeter voor ammoniak vervuiling)

Figuur 1: Indicatie voor ammoniakvervuiling (vermesting) gebaseerd op het aantal soorten en de mate van voorkomen van korstmossen in bos, landelijk gebied en in stedelijk gebied, 1986/1989, 1994, 1999, 2005 en 2015 (NIWNitrofiele Indicatie Waarde, een graadmeter voor ammoniak)

Bron: C.M. van Herk (2015)

Bekijk hier de cijfers bij figuur 1 (pdf, 53 kB)

Opwarming

Al begin jaren negentig gaven korstmossen aan dat opwarming speelt. Metingen laten sindsdien zien dat de opwarming onverminderd doorzet (figuur 2). Korstmossen laten ook zien dat het klimaat geleidelijk zachter en vochtiger is geworden.

Figuur 2: De indicatiewaardeOp de verticale as staat het gemiddeld temperatuurgetal; een waarde die direct samenhangt met opwarming en die gebaseerd is op de optimale temperatuur waarbij soorten voorkomen. van korstmossen voor opwarming voor alle meetpunten in Overijssel, 1986/1989, 1994, 1999, 2005 en 2015.

De indicatiewaarde van korstmossen voor opwarming voor alle meetpunten in Overijssel, 1986/1989, 1994, 1999, 2005 en 2015 (gemiddelde-temperatuurgetal)

Bron: C.M. van Herk (2015)

Bekijk hier de cijfers bij figuur 2 (pdf, 53 kB)

Provinciaal beleid

Overijssel is een prachtige omgeving om te wonen, werken en recreëren. In de ontwikkelopgave Natura 2000 investeert de provincie in het robuust maken van de natuur en het mogelijk maken van economische ontwikkeling. Enerzijds wordt ingezet om uitstoot van stikstof terug te dringen en anderzijds worden maatregelen genomen om natuurwaarden te herstellen, te behouden en te versterken en voldoende economische ontwikkelingsruimte te creëren.

Wilt u meer weten over de Ontwikkelopgave Natura 2000? Kijk op de website: Ontwikkelopgave Natura 2000/Natuurnetwerk Nederland.

Bronnen:

  • Aptroot, A., C.M. van Herk, L.B. Sparrius, & L. Spier, 2004, Checklist van de Nederlandse korstmossen en korstmosparasieten, Buxbaumiella 69: 17-55, 2004
  • Dijk, H.W.J. van, 1988, Epifytische korstmossen, zure regen en ammoniak, basisrapport, provincie Overijssel, Hoofdgroep ROI, Zwolle, 1988
  • Herk, C.M. van, 2006, Korstmossen in Overijssel: milieuindicatie, natuurwaarde, veranderingen 1989-2005, LON in opdracht van provincie Overijssel, Zwolle, 2006
  • Herk, C.M. van, 2015, Monitoring van korstmossen in de provincie Overijssel 1989-2015, LON in opdracht van provincie Overijssel, 2015
  • Knaap, W.O. van der, 1980, Onderzoek naar epifytische lichenen en mossen in de provincie Utrecht in 1979, Provinciale Waterstaat Utrecht, afdeling Ecologie. Rapport no. 29, Utrecht, 1980
  • PBL, 2017, Lerende evaluatie van het Natuurpact. Naar nieuwe verbindingen tussen natuur, beleid en samenleving, Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag, 2017

Nieuwsbrief Overijssels Feit