Verwachte bevolkingsontwikkelingen

Gepubliceerd op 20 december 2018

Naar verwachting zal Overijssel in de toekomst verder vergrijzen. De huishoudens zullen kleiner zijn en meer inwoners zullen een migratieachtergrond hebben. De ingrijpende demografische ontwikkelingen hebben recent veel aandacht getrokken. Tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen op 19 en 21 september 2018 zijn zorgen uitgesproken over de toekomstige bevolkingsgroei en de gevolgen daarvan.

Bevolking vergrijst, huishoudens worden kleiner

In Nederland is de bevolking in de periode 1990-2018 met 15% toegenomen (figuur 1). Deze groei zet in de toekomst in een wat lager tempo door, blijkt uit de Primos prognose 2018. In de periode 2018-2040 wordt een bevolkingstoename van 6% verwacht.

In Overijssel was de bevolkingsgroei in het verleden ongeveer gelijk aan de groei in Nederland. In de periode 1990-2018 is de bevolking in Overijssel met 13% toegenomen. De toekomst ziet er in vergelijking met Nederland anders uit. Volgens de voorspellingen groeit het aantal inwoners nog tot 2023. Daarna slaat de groei om in een krimp. Verwacht wordt dat de bevolking tussen 2018 en 2040 met 2% gaat dalen.

De samenstelling van de bevolking verandert. In Nederland en in Overijssel is het aantal ouderen tussen 1990 en 2018 met 70% toegenomen. De verwachting is dat het aantal 65-plussers tussen 2018-2040 in Overijssel met 44% verder toeneemt. In Nederland is de verwachte stijging 48%. Ook verwachten we een daling van het aantal werkenden. Het aantal inwoners tussen de 15-65 jaar neemt naar verwachting tussen 2018-2040 met 14% af. In Nederland is de verwachte daling 6% (figuur 2).

Figuur 1 Bevolking 1990-2050 Nederland en Overijssel, realisatiecijfers en prognose

Figuur 1 Bevolking 1990-2050 Nederland en Overijssel, realisatiecijfers en prognose

Bron: CBS, bewerkt door ABF Research, Primos 2018

Download het gegevensbestand van figuur 1 (ods, 5,9 kB)

Figuur 2 Leeftijdsopbouw 1990-2050 Nederland en Overijssel, realisatiecijfers en prognose

Figuur 2 Leeftijdsopbouw 1990-2050 Nederland en Overijssel, realisatiecijfers en prognose

Bron: CBS, bewerkt door ABF Research, Primos 2018

Download het gegevensbestand van figuur 2 (ods, 8,7 kB)

Kleinere huishoudens

De huishoudens worden kleiner. Het gemiddelde aantal personen per huishouden in Overijssel is tussen 1995 en 2018 gedaald van 2,54 naar 2,31 en in Nederland van 2,38 naar 2,19. De verwachting is dat het gemiddeld aantal personen per huishouden verder gaat dalen. In 2040 naar 2,20 in Overijssel en 2,11 in Nederland (figuur 3).

Figuur 3 Personen per huishouden 1995-2050, Nederland en Overijssel, realisatiecijfers en prognose

Figuur 3 Personen per huishouden 1995-2050, Nederland en Overijssel, realisatiecijfers en prognose

Bron: CBS, bewerkt door ABF Research, Primos 2018

Download het gegevensbestand van figuur 3 (ods, 6,5 kB)

Gevolgen voor arbeidsmarkt en woningmarkt

De verwachte verandering in de samenstelling van de bevolking heeft belangrijke gevolgen voor de arbeidsmarkt en de woningmarkt. Het aantal werkenden zal afnemen. Tegelijk zal de druk op de woningmarkt groter worden. Omdat huishoudens steeds kleiner worden zijn er, zelfs bij lichte daling van het aantal inwoners, meer woningen nodig. Woningtekorten en een afname van het aantal werkenden kunnen dus tegelijkertijd voorkomen.

Regio's staan voor verschillende uitdagingen

In de periode 2018-2040 wordt in Overijssel een bevolkingsdaling van 2% verwacht. In Nederland een bevolkingsgroei van 6%. De groeicijfers wijken in andere provincies nog meer af van de landelijke ontwikkelingen. Naar verwachting gaat de bevolking in Flevoland tussen 2018 en 2040 met 21% groeien en in Limburg met 8% dalen.

Binnen Overijssel is er ook verschil in de groeicijfers. In Kampen is de verwachting dat tussen 2018-2040 het aantal inwoners met 7% stijgt. In Hof van Twente wordt een bevolkingsdaling van 8% verwacht (figuur 4). Vooral een aantal gemeenten in Twente zullen te maken krijgen met een grotere daling van de bevolkingsaantallen. Door de verschillen in groeicijfers verschilt de opgave enorm per regio. Sommige regio’s zullen met een bevolkingsdaling te maken krijgen. Dat betekent een afnemend niveau van voorzieningen, leegstaande panden en (eventueel) woningen. Andere regio’s staan voor een grote bouwopgave en zullen toenemende druk op de infrastructuur laten zien.

Figuur 4 kaart bevolkingsgroei 2018-2050, gemeenten in Overijssel

Figuur 4 Bevolkingsgroei 2018-2050, gemeenten in Overijssel

Bron: Primos 2018

Zonder migratie zou Nederland krimpen

Nederlanders krijgen te weinig kinderen om de bevolkingsgrootte zonder migratie op peil te houden. Het aantal kinderen per vrouw ligt in de periode 2000-2017 tussen de 1,6 en 1,8 in Nederland en tussen de 1,7 en 2,0 in Overijssel. Om de bevolking om hetzelfde peil te houden moet het aantal kinderen per vrouw in een ontwikkeld land zoals Nederland 2,1 bedragen. Daarom neemt de natuurlijke aanwas af, dit is het aantal geboorten min het aantal sterfgevallen.

In Nederland en Overijssel wordt de groei van de bevolking vooral veroorzaakt door migratie. Zonder de inwoners met een eerste- en tweede-generatie-migratieachtergrond zou Nederland in 2018 13,2 miljoen inwoners tellen. Overijssel zou dan geen 1,15 miljoen inwoners hebben maar 0,98 miljoen. In 2018 had 23% van de bevolking in Nederland een eerste- of tweede-generatie-migratieachtergrond. In Overijssel was dat 15%. Het aantal personen met een migratieachtergrond ligt in Overijssel in de stedelijke gemeenten hoger dan in de landelijke gemeenten.

Het aantal inwoners met een Nederlandse achtergrond is tot nu toe met enkele schommelingen nog gegroeid, maar dat gaat volgens de prognose in de toekomst dalen. Tussen 2018 en 2040 wordt in Overijssel een afname van 5,5% verwacht en in Nederland een afname van 2,5% (figuur 6).

Figuur 5 Natuurlijke aanwas per 1.000 inwoners 2006-2017, Nederland en Overijssel

Figuur 5 Natuurlijke aanwas inwoners 2006-2017, Nederland en Overijssel

Figuur 6 Bevolking met Nederlandse en migratieachtergrond 2006-2050, Nederland en Overijssel, realisatiecijfers en prognose

Figuur 6 Bevolking met Nederlandse en migratieachtergrond 2006-2050, Nederland en Overijssel, realisatiecijfers en prognose

Download het gegevensbestand van figuur 6 (ods, 6,2 kB)

Bron: CBS, bewerkt door ABF Research, Primos 2018

Voorspellingen

Het geschetste toekomstbeeld is op basis van aannames die als meest waarschijnlijk worden beschouwd. Toch blijven de schattingen onzeker en er zijn verschillende scenario’s mogelijk. Het Centraal Bureau voor de Statistiek geeft aan dat Nederland in 2050 met 95% zekerheid tussen de 16,5 en 20,3 miljoen inwoners zal tellen. Het Centraal Planbureau en het Planbureau voor de Leefomgeving schetsen twee mogelijke toekomstbeelden. In scenario hoog neemt de bevolking in de periode 2015-2050 met 14% toe van 16,9 miljoen naar ongeveer 19,3 miljoen. In scenario laag neemt de bevolking met 3% af naar ongeveer 16,4 miljoen. Vooral de schommelende migratiecijfers dragen aan de onzekerheid bij.

Toelichting begrippen

  • Primos prognose

Primos is een prognosemodel dat jaarlijks inzicht geeft in de bevolkings- en huishoudensontwikkeling tot 2050. ABF Research voert het onderzoek uit in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

  • Infrastructuur

Het geheel van voorzieningen dat nodig is om een land goed te laten functioneren.

  • Migratieachtergrond

Kenmerk dat weergeeft met welk land een persoon verbonden is op basis van het geboorteland van de ouders of van zichzelf.

  • Persoon met een eerste generatie migratieachtergrond

Persoon die in het buitenland is geboren en van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren.

  • Een persoon met een tweede generatie migratieachtergrond

Persoon die in Nederland is geboren en van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren

  • Scenario hoog en scenario laag

Het Centraal Planbureau en het Planbureau voor de Leefomgeving schetsen twee plausibele toekomstbeelden. Scenario hoog combineert een hoge economische groei van 2 procent per jaar met een relatief sterke bevolkingsaanwas. En in scenario laag gaat een gematigde economische groei van 1% per jaar samen met een beperkte demografische ontwikkeling.

Bronnen: CBS en Centraal Planbureau, Planbureau voor de Leefomgeving (2015), Nederland in 2030 en 2050: Twee referentiescenario’s, den Haag

Bronvermelding

ABF Research (2018), Primos 2018, Delft

Centraal Bureau voor de Statistiek, Bevolkingsstatistieken, Den Haag, Heerlen

Centraal Planbureau, Planbureau voor de Leefomgeving (2015), Nederland in 2030 en 2050: Twee referentiescenario’s, den Haag