Minder leegstand in centrale winkelgebieden Overijssel

Gepubliceerd op 5 maart 2019

Leegstand in centrale winkelgebieden neemt sinds 2015 af in Overijssel. Inwoners ervaren ook minder leegstand. De leegstandsdaling komt gedeeltelijk door nieuwe bedrijven die leegstaande panden betrekken (2015-2017). Een andere reden is dat panden, die anders mogelijk leeg zouden staan, gesloopt worden of een andere bestemming krijgen.

infographic leegstand in centrale winkelgebieden neemt af

Leegstand in centrale winkelgebieden neemt in Overijssel de laatste jaren af

Tussen 2011 en 2015 nam winkelleegstand in centrale winkelgebieden in Overijsel toe. Deze toename werd gevolgd door afname in de periode 2015-2018 en stabilisering daarna. In Nederland was de toename in de periode 2011-2015 minder fors en na 2015 is de leegstand in de centrale winkelgebieden relatief stabiel gebleven (figuur 1).

Over het algemeen verschilt de ontwikkeling van centrale winkelgebieden niet veel van de ontwikkeling van de totale winkelleegstand. De totale winkelleegstand is in Overijssel tussen 2015 en 2019 afgenomen van 8,9 naar 7,6%. Toch is het interessant om specifiek de leegstand in de centrale winkelgebieden (meestal zijn het winkelgebieden in stadscentra) tegen het licht te houden. Een centraal winkelgebied is namelijk het visitekaartje van een woonplaats. Leegstand in centrale winkelgebieden draagt voor een belangrijk deel bij aan de belevenis van de stad van inwoners en bezoekers.

Aantal winkels daalt

Hoe komen de ontwikkelingen van de winkelleegstand in centrale winkelgebieden tot stand? Na de crisis trok de economie aan en werd er weer meer gewinkeld. Het consumentenvertrouwen en de koopbereidheid namen toe. Het aantal winkels is in de centrale winkelgebieden in Overijssel tussen 2015 en 2017 met 0,9% toegenomen. De winkelleegstand daalde doordat nieuwe bedrijven de bestaande panden betrokken. Na 2017 is dat niet meer het geval, het aantal winkels neemt af.

Ondanks de economische opleving na de crisis hebben fysieke winkels met ongunstige langetermijnontwikkelingen te maken. Ze krijgen te lijden onder de populariteit van webwinkels. De vergrijzende bevolking is minder geneigd tot winkelen (Trendbureau 2013). Om het effect van deze trends op winkelleegstand te temperen worden panden uit de voorraad gehaald. De leegstand is afgenomen deels omdat minder aantrekkelijke panden gesloopt worden of een andere bestemming krijgen.

Figuur 2 laat zien wat er met panden die in januari 2018 leegstonden is gebeurd. 1 jaar later was 14% van deze panden gesloopt of heeft een nieuwe bestemming gekregen. 10% was ingevuld door detailhandel en 18% door horeca of diensten. 59% van de panden staat nog steeds leeg. Over een langere periode 2015-2019 zien we een verschuiving in het gebruik van panden. Panden worden steeds vaker gebruikt voor horeca en minder voor winkels. Het aantal winkelpanden is tussen 2015 en 2019 met 6% afgenomen en het aantal horeca-panden met 9% toegenomen.

Winkelleegstand hoogst in hoofdwinkelgebieden

De winkelleegstand is tussen 2015 en 2018 in alle verschillende centrale winkelgebieden afgenomen. De periode 2018-2019 was minder goed voor kleinere winkelgebieden. Er blijven verschillen bestaan. Uit figuur 3 blijkt dat er in grotere winkelgebieden ook meer leegstand is. Locatus, de organisatie die de informatie over (leegstaande) winkels verzamelt, meldt in 2017 dat hetzelfde voor heel Nederland geldt: de middelgrote steden waar ook de Overijsselse hoofdwinkelgebieden zich bevinden (denk hierbij aan bijvoorbeeld Almelo, Enschede, Kampen, Nijverdal, Steenwijk en Zwolle) hebben meer leegstand dan kleinere gebieden.

Binnen de groottecategorieën bestaan grote verschillen tussen de leegstandscijfers van verschillende centrale winkelgebieden. In Overijssel zijn er immers woonplaatsen met heel verschillende soorten binnensteden. Bijvoorbeeld historische steden (Kampen, Zwolle en Deventer) en nieuwere steden (Hengelo en Almelo). In winkelgebieden met meer dan 25 winkels was de winkelleegstand in 2019 het hoogst in Centrum Oldenzaal (20%), Centrum Almelo (20%) en Centrum Hengelo (20%) en het laagst in Centrum Schalkhaar (0%), Centrum Hellendoorn (3%) en Centrum Dalfsen (4%) (figuur 4).

Figuur 4 Leegstand per centraal winkelgebied, januari 2019, centrale winkelgebieden met meer dan 25 verkooppunten

Figuur 4 Leegstand per centraal winkelgebied, januari 2019, centrale winkelgebieden met meer dan 25 verkooppunten

Winkelleegstand neemt af in beleving inwoners

Winkelleegstand is voor inwoners de meest zichtbare vorm van leegstand. In 2018 vond 69% van de respondenten van het Overijssels Burgerpanel dat winkelleegstand in hun woonplaats voorkomt. In de beleving van de bewoners komt leegstand van kantoren, bedrijven, openbare gebouwen, woningen en leegstand in het buitengebied veel minder vaak voor (figuur 5). In vergelijking tot deze vormen van leegstand is winkelleegstand ook als grootste probleem ervaren. 51% van de respondenten van het Burgerpanel vindt dat winkelleegstand in hun woonplaats voorkomt en een probleem is. Toch is de dalende winkelleegstand in Overijssel door de inwoners niet onopgemerkt gebleven. Tussen 2016 en 2018 is het aandeel Overijsselaars die vinden dat winkelleegstand in hun woonplaats voorkomt van 52,2% naar 50,7% afgenomen. In 2016 vond nog 20,1% van de inwoners dat winkelleegstand voorkomt en een probleem is, in 2018 was dat 18,0%.

Provincie zet zich in voor vitale binnensteden

De provincie Overijssel zet verschillende instrumenten in voor vitale en leefbare binnensteden en centra. De provincie sluit aan bij initiatieven, helpt om het DNA van de stad te bepalen of geeft een zetje waar processen niet op eigen kracht verder komen. Een paar voorbeelden waar Provincie Overijssel aan (mee) werkt:

  • Het programma Stadsbeweging is opgezet om samen met inwoners, organisaties, overheden, vastgoedeigenaren en ondernemers de stads- en dorpscentra weer vitaal en toekomstbestendig te maken. Het programma ondersteunt gemeenten bij het maken van de juiste keuzes voor hun binnenstad of dorpskern. Dit is belangrijk want daarmee worden de stads- en dorpscentra weer aantrekkelijk voor inwoners, investeerders, ondernemers en andere (financiële) partijen. Afspraken die de Stadsbeweging maakt met een stad of dorp worden opgenomen in een stads- of centrumarrangement. Hierin staan niet alleen concrete projecten of acties vermeld (zoals een stadscafé of een centrummanager), maar ook grotere ontwikkelingen op langere termijn. Belangrijk onderdeel is ook het faciliteren van een visie en het bepalen van het DNA van de stad.
  • Bij de ontwikkeling naar een vitale binnenstad, kan de Stadsbeweging de samenwerking zoeken met de HerstructureringsMaatschappij Overijssel (HMO). Dat doet zij in nauwe samenwerking met de gemeente en ondernemers. De HMO is niet alleen gespecialiseerd in gebiedsontwikkeling van bedrijventerreinen en kantoorlocaties, maar ook van binnensteden. Zij geeft advies, investeert en financiert.
  • Verder heeft de provincie RetailDeals met alle Overijsselse gemeenten afgesloten. Dat zijn afspraken over de aanpak van de binnensteden en terugdringing van het teveel aan winkelruimten.

Bronverwijzing en begrippen

Bronverwijzing

  • Centraal Bureau voor de Statistiek (2018), Consumentenvertrouwen, economisch klimaat en koopbereidheid; gecorrigeerd, februari 2019, https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83693NED/line?dl=1989A
  • Locatus (2017), Hoe ziet de Top 100 van Nederlandse winkelgebieden er uit?, juni 2017, https://locatus.com/blog/hoe-ziet-top-100-nederlandse-winkelgebieden-er/
  • Locatus (2018), Leegstand in centrale winkelgebieden
  • Provincie Overijssel (2018), Burgerpanel
  • Trendbureau Overijssel (2013), Toekomstverkenning binnensteden Overijssel. Verkenning van relevante trends en mogelijke toekomstscenario’s, Zwolle, september 2013, https://www.trendbureauoverijssel.nl/download/rapport-binnensteden-2013/?wpdmdl=880

Begrippen

  • Centraal winkelgebied -  is het belangrijkste winkelgebied in een woonplaats.
  • Binnensteden - op basis van grootte zijn de winkelgebieden ingedeeld naar binnensteden (bijvoorbeeld Amsterdam, Rotterdam, den Haag, Utrecht, Groningen en Maastricht). Binnensteden bestaan niet in Overijssel.
  • Hoofdwinkelgebieden -  bijvoorbeeld Almelo, Enschede, Kampen, Nijverdal, Steenwijk en Zwolle.
  • Kernverzorgende centra groot - bijvoorbeeld Borne, Dedemsvaart, Losser en Ommen.
  • Kernverzorgende centra klein - bijvoorbeeld Balkbrug, Dalfsen en Overdinkel.
  • Winkel - In de Locatus-data wordt onder winkel verstaan: een verkooppunt in de detailhandel, horeca of consument gerichte dienstverlening.