Meer aandacht voor Integriteit

Gepubliceerd op 14 november 2018

In het nieuws komen we geregeld integriteitsschendingen en uitwassen van ondermijnende activiteiten bij de overheid tegen. Bureau Berenschot heeft in opdracht van de provincie het bestaande integriteitsbeleid binnen de provinciale organisatie en de Overijsselse gemeenten in kaart gebracht.

Wat zijn in Overijssel de ervaringen met integriteitsbeleid?

Voorkomen en genezen

Integriteitsbeleid is van belang om uitwassen als belangenverstrengeling, misbruik van positie, corruptie en fraude te voorkomen en tegen te gaan. Onderdeel van het beleid zijn regels en procedures. De cultuur in een organisatie en in de politieke arena is daarbij bepalend. In een cultuur van openheid, waarin men dilemma’s kan bespreken, kant men elkaar makkelijker aanspreken op gedrag en handelen. Integriteit vraagt om een heldere verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Daarmee wordt het overheidshandelen transparant en controleerbaar. Dit alles vormt samen de integriteitsinfrastructuur binnen gemeenten en provincies.

Grote gemeenten positiever over eigen integriteitsinfrastructuur

In het algemeen zijn de Overijsselse gemeenten neutraal tot tevreden over hun integriteitsinfrastructuur. Grote gemeenten oordelen gemiddeld gezien positiever over hun infrastructuur dan kleine gemeenten. Eén grote gemeente oordeelt neutraal over haar eigen infrastructuur. Kleine gemeenten zijn wat kritischer. Daarvan zijn er acht (zeer) tevreden, oordelen zeven neutraal en twee zijn ontevreden. Gemeenten oordelen doorgaans positief over de open houding en bespreekbaarheid van het thema. Daarnaast geven gemeenten aan positief te zijn over hun bewustzijn ten aanzien van integriteit en de aanwezigheid van regels/procedures.

Gedragscodes in kleinere gemeenten vaker verouderd

Zoals de wet voorschrijft, hebben de provincie Overijssel en alle gemeenten in Overijssel een gedragscode voor politieke ambtsdragers (= bestuurders en gekozen volksvertegenwoordigers van gemeenten, provincies en waterschappen). Inhoud en opbouw van de codes komt redelijk overeen. Sommige van deze gedragscodes zijn echter (sterk) verouderd. De provincie en een derde van de gemeenten hebben de gedragscode in de huidige raadsperiode vernieuwd. Vier gemeenten hebben een gedragscode ouder dan 10 jaar. Gedragscodes van grote gemeenten zijn in het algemeen actueler. Van hen heeft 43% de code in de huidige raadsperiode geactualiseerd. In de kleine gemeenten is dit 21%.

Aandacht voor integriteit bij benoeming bestuurders

Op één na, besteedden alle gemeenten en de provincie aandacht aan integriteit bij de benoeming van bestuurders (= burgemeesters, wethouders, Commissarissen van de Koning, gedeputeerden, voorzitter en leden van het dagelijks bestuur van een waterschap). in 2014 en 2015. In driekwart van de gemeenten en de provincie moest de bestuurder een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) overleggen. Verder werd in driekwart van de gemeenten en de provincie in een kennismakingsgesprek met de burgemeester of Commissaris van de Koning aandacht besteed aan het onderwerp integriteit. Er werd bijvoorbeeld gesproken over de nevenfuncties of financiële belangen van een bestuurder. Driekwart van de grote gemeenten heeft een benoemingscommissie van raadsleden die de kandidaat bestuurder bevraagt op het gebied van integriteit. Bijna een kwart van de kleine gemeenten heeft ook een dergelijke commissie. Aanvullend hebben drie gemeenten en sinds kort ook de provincie door een extern bureau een integriteitstoets laten uitvoeren naar kandidaat bestuurders. Hiermee worden mogelijke risico’s op het gebied van integriteit in beeld gebracht. Met het oog op de komende verkiezingen wordt door verschillende gemeenten nagedacht over een dergelijke toets.

Nevenfuncties openbaar

Om de schijn van belangenverstrengeling tegen te gaan is het belangrijk dat algemeen bekend is welke nevenfuncties bestuurders hebben. Van de collegeleden van alle gemeenten en de provincie zijn de nevenfuncties gepubliceerd op de eigen websites. Daarnaast is het zaak dat eventuele andere financiële belangen van de bestuurders bekend zijn: een bestuurder investeert bijvoorbeeld privé´ in een lokale energiemaatschappij of een bestuurder is grootgrondbezitter in het buitengebied. Deze belangen van collegeleden zijn bij het merendeel van de gemeenten (75%) bekend. Dit geldt ook voor de provincie. De gegevens zijn doorgaans niet openbaar, maar bekend bij de burgemeester/Commissaris van de Koning dan wel het college.

Figuur 1: Bekendheid 'andere' belangen, 2017 (%)

Figuur 1 toont de bekendheid van andere belangen, gemeten in 2017.

Bron: Berenschot

7 van de bevraagde gemeenten maken declaraties openbaar

Vanuit het oogpunt van het bewaken van de onafhankelijkheid worden binnen alle colleges uitnodigingen voor excursies, evenementen of reizen besproken. Gezamenlijk wordt bepaald of het verstandig is hierop in te gaan. In driekwart van de gemeenten zijn binnen het college afspraken gemaakt over wat wel en niet gedeclareerd mag worden. Bij 80% van de gemeenten zijn er afspraken over de betalingswijze bij declaraties (bijvoorbeeld over het gebruik van creditcards, facturering via de organisatie). Ook wordt in verschillende colleges het 'vier ogen'-principe toegepast waarbij collegeleden elkaars declaraties checken. Een minderheid van de gemeenten (42%) heeft een openbaar geschenkenregister of maakt declaraties openbaar (29%).

Meer aandacht voor integriteit bij gemeenteraadsverkiezingen 2018

Bij de komende gemeenteraadsverkiezingen in 2018 staat het thema integriteit volgens betrokkenen prominenter op de agenda. Tweederde van de gemeenten en de provincie geven aan de nieuwe ‘Handreiking Integriteitstoetsing kandidaten decentrale partijen’ van het Ministerie van Binnenlandse Zaken onder de aandacht van de politieke partijen te gaan brengen. Deze handreiking was in 2014 nog niet beschikbaar. Daarnaast wil een kwart van de gemeenten dat kandidaat-volksvertegenwoordigers (= raadsleden, statenleden en leden van het algemeen bestuur van een waterschap)  een intern onderzoek krijgen over nevenfuncties en privé-belangen. In 2014 gebeurde dit in 10% van de gemeenten.

Merendeel colleges spreekt elkaar aan op integriteit

Bij het merendeel van de gemeenten (71%) en de provincie is het voorgekomen dat collegeleden elkaar hebben aangesproken op zaken die verband houden met bestuurlijke integriteit. Een kwart van de gemeenten geeft aan dat dit (bijna) nooit is voorgekomen. De kennis over integriteit binnen het college wordt door alle grote gemeenten als goed beoordeeld. Kleine gemeenten zijn kritischer. Van de kleine gemeenten geeft 41% aan de kennis van het college hierover gemiddeld te vinden. Overige kleine gemeenten zijn positiever. Waar het gaat om een gedeeld normbesef komt hetzelfde beeld naar voren. Grote gemeenten zijn positiever over de mate waarin collegeleden een zelfde beeld hebben bij de betekenis van integriteit dan in kleine gemeenten het geval is.

Figuur 2: Oordeel over kennis collegeleden ten aanzien van bestuurlijke integriteit, 2017 (%)

Figuur 2 toont het oordeel over kennis collegeleden ten aanzien van bestuurlijke integriteit, gemeten in 2017.

Bron: Berenschot

Raadsleden spreken elkaar aan op integriteit

In de huidige bestuursperiode hebben raadsleden elkaar in de meeste gemeenten af en toe aangesproken op hun bestuurlijke integriteit. In drie gemeenten was dit zelfs relatief vaak aan de orde, terwijl in eenderde van de gemeenten dit (bijna) nooit is voorgekomen. Enkele betrokkenen geven aan dat raadsleden wel naar collega’s, maar niet naar zichzelf kijken. De kennis van raadsleden op het gebied van integriteit wordt in zowel grote als kleine gemeenten als gemiddeld bestempeld. Wat betreft de aanwezigheid van een gedeeld normbesef onder raadsleden lijkt dit in grote gemeenten meer aanwezig te zijn dan in kleine gemeenten.

Figuur 3: Oordeel over aanwezigheid gedeeld normbesef binnen de gemeenteraad ten aanzien van bestuurlijke integriteit, 2017 (%)

Figuur 3 toont het oordeel over aanwezigheid gedeeld normbesef binnen de gemeenteraad ten aanzien van bestuurlijke integriteit, 2017 (%)

Bron: Berenschot

Integriteit bevorderd door openheid en transparantie

Openheid en transparantie zijn volgens betrokkenen sleutelwoorden als het aankomt op integriteit. De bestuurscultuur is hierbij bepalend. Waar in de ene gemeente geen open dialoog mogelijk is, heerst in een andere gemeente een cultuur van elkaar actief aanspreken en scherp houden op het gebied van integriteit. Zij geven aan dat een open politiek klimaat gestimuleerd kan worden door regelmatig aandacht te besteden aan het thema integriteit.

Ook ondermijning op de agenda

Naast integriteit wordt ondermijning - als gevolg van georganiseerde criminaliteit - door de provincie en gemeenten gezien als een belangrijk thema. Zij hebben in de huidige bestuursperiode dan ook aandacht besteed aan de thema’s agressie en geweld tegen politieke ambtsdragers (92%) en aan ondermijning (54%). In een derde van de gemeenten was aandacht voor het thema ondermijning en bestuurlijke weerbaarheid. Het gaat hierbij om maatregelen om ondermijnende effecten van georganiseerde criminaliteit tegen te gaan.

Extra middelen tegen ondermijning

Provinciale Staten van Overijssel hebben structureel extra financiële middelen beschikbaar gesteld om ondermijning tegen te gaan en de eigen organisatie weerbaarder te maken. Hier wordt door de provincie uitvoering aan gegeven door onder andere de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) breder toe te passen in de eigen organisatie en gemeenten te helpen om aandacht te geven aan de bestrijding van ondermijning. Dit wordt gedaan door het Twentse programma tegen ondermijning financieel te ondersteunen. Ook door het mede mogelijk te maken dat Overijsselse gemeenten ondermijningsbeelden kunnen laten opstellen. Een ondermijningsbeeld is een bundeling van signalen en fenomenen van criminele aanwezigheid en activiteiten binnen een bepaald geografisch gebied, in dit geval een gemeente, door RIEC ON opgesteld.

Alle door de deelnemende organisaties aan Berenschot verstrekte informatie is vertrouwelijk ter beschikking gesteld en niet met de provincie Overijssel gedeeld naar op individueel niveau herleidbare wijze.

Bronnen: