Arbeidsmarkt in beweging

Gepubliceerd op 20 november 2017

De werkgelegenheid trekt aan. Achter deze algemene trend gaan veel kleine ontwikkelingen schuil. Wat zijn deze ontwikkelingen en hoe leiden ze samen tot de huidige situatie op de arbeidsmarkt?

In dit artikel is de situatie voor de (gedeeltelijk) Overijsselse arbeidsmarktregio’sDe definities van het UWV zijn gebruikt om arbeidsmarktregio's af te bakenen. Drie arbeidsmarktregio's - Regio Zwolle, Twente en Stedendriehoek/ Noordwest Veluwe vallen (gedeeltelijk) binnen de grenzen van Provincie Overijssel en heel Nederland in kaart gebracht.

Kaart 1: Arbeidsmarktregio’s in en buiten Overijssel volgens de definities van het UWV, 2017

Kaart 1: Arbeidsmarktregio’s in en buiten Overijssel volgens de definities van het UWV, 2017

Bron: UWV

Economie herstelt zich na de crisis

Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) schat dat de werkgelegenheid in 2018 landelijk met 1,8% toeneemt. In Regio Zwolle groeit het aantal banen in 2018 naar verwachting met 1,7% en in Twente en Stedendriehoek/Noordwest Veluwe met 1,4%. De werkgelegenheidsgroei wordt in vrijwel alle sectoren verwacht. De (gedeeltelijk) conjunctuurgevoelige sectoren (zoals bouw en industrie), waarin tijdens de crisis landelijk veel banen zijn verdwenen, zullen in de Overijsselse arbeidsmarktregio’s in 2018 weer in absolute zin banen creëren.

De arbeidsmarkt wordt krapper. Dat is te zien aan de ontwikkelingen in arbeidsmarktspanning in figuur 1. De spanning wordt uitgedrukt als de verhouding tussen openstaande vacatures en kortdurend werkzoekendenDit zijn mensen met een WW-uitkering die korter dan een half jaar werkloos zijn.. Als de arbeidsmarkt krap is, ervaren de werkzoekenden minder competitie. De bedrijven hebben dan meer moeite met het invullen van vacatures.

Alle drie Overijsselse arbeidsmarktregio’s hadden in het tweede kwartaal van 2016 een ruime arbeidsmarkt en in het tweede kwartaal van 2017 een arbeidsmarkt met gemiddelde spanning. Toch zijn niet alle mensen die kunnen en willen werken als baanzoekenden opgenomen, waarschuwt de Nederlandsche Bank. Denk hierbij bijvoorbeeld aan langdurig werklozen en werknemers of zelfstandigen zonder personeel (ZZP’ers) die meer uren willen werken. Daarom is het arbeidspotentieel dat de groeiende economie kan benutten waarschijnlijk nog groot.

Figuur 1: Spanning op de arbeidsmarkt in Nederland, tweede kwartaal 2017 en tweede kwartaal 2016 (indicator, totaal alle beroepen)

Spanning arbeidsmarkt

Bron: UWV

Technologisering verschuift de structuur van werkgelegenheid

Er zijn ook arbeidsmarktontwikkelingen die zich vooral op lange termijn afspelen. Zo spelen automatisering en robotisering een steeds prominentere rol op de arbeidsmarkt. Ze dragen bij aan het verdwijnen van oude beroepen, het ontstaan van nieuwe beroepen en aan veranderingen van de vaardigheidseisen van arbeidskrachten. Automatisering en robotisering hebben vooral een groot effect op het middensegment van de arbeidsmarkt. Daar zijn veel banen die veel precisie vereisen maar routinematig zijn: precies datgene waar computers goed in zijn. Deze ontwikkeling is duidelijk zichtbaar op de arbeidsmarkt van de oostelijke arbeidsmarktregio’s. Vooral de werkzoekenden in administratieve beroepen, waarbij de werkzaamheden makkelijk door computers uitgevoerd kunnen worden, hebben moeite bij het vinden van een baan. Van de beroepen die veel voorkomen onder werkzoekenden hebben vooral receptionisten, administratief medewerkers secretariaat, kantoorassistenten en (directie)secretaressen een slechte concurrentiepositie. Ook de baanzoekers met achtergrond in welzijn, koeriers en conciërges ervaren veel concurrentie bij het solliciteren. Het is ook niet verrassend dat moeilijk vervulbare vacatures vooral in ICT te vinden zijn. Maar ook in techniek, bouw en zorg is het lastig om geschikt personeel te vinden.

Ook al verdwijnen de banen vooral in het middensegment, laagopgeleiden zijn het vaakst werkloos. Zo is de werkloosheid van hoogopgeleiden landelijk 4%, van middelbaaropgeleiden 6% en van laagopgeleiden 9%.

Vergrijzing leidt tot arbeidstekorten

De bevolking vergrijst. Mensen leven langer en er worden minder kinderen geboren. Daarnaast wordt de gemiddelde leeftijd van de werkenden hoger doordat jongeren later gaan werken en oudere werknemers langer doorwerken. Hierdoor zullen hoogstwaarschijnlijk arbeidstekorten ontstaan. Binnen afzienbare tijd verlaten 15.000 60-plussers de arbeidsmarkt van Twente. In Stedendriehoek/Noordwest Veluwe gaat het om 16.000 mensen en in Regio Zwolle om 13.000 mensen. 'Openbaar bestuur', 'onderwijs' en 'vervoer en opslag' zijn in deze regio’s de meest vergrijsde sectoren. 'Zorg en welzijn' en 'industrie' zijn in relatieve termen minder vergrijsd, maar in absolute termen gaan wel veel werkenden van deze sectoren in de nabije toekomst met pensioen.

Flexibilisering in opmars

De flexibilisering op de arbeidsmarkt neemt toe. In 2004 was 73% van de werkzame bevolking in Nederland in vaste dienst, in 2010 was het percentage 67 en in 2016 61. Vooral op de laagste beroepsniveaus komt flexwerk vaak voor. Werkenden met een tijdelijk contract hebben een vier keer grotere kans om werkloos te raken dan werkenden met een vaste aanstelling. Zo vangt vooral de flexibele schil de conjunctuurschokken op.

Hoewel flexibilisering een belangrijke structurele ontwikkeling is, wordt deze momenteel geremd door het herstel van de arbeidsmarkt. Het aantal vaste banen is in de loop van 2016 toegenomen terwijl de groei van het aantal ZZP’ers stokte.


Meer informatie