Niet minder huishoudelijk afval, wel beter gescheiden

Gepubliceerd op 9 januari 2020

In Overijssel produceerden we het afgelopen jaar bijna 446 kilo huishoudelijk afval per persoon. Door afval goed te scheiden kunnen we materialen zoveel mogelijk recyclen en hergebruiken. Overijsselse gemeenten stimuleren inwoners om afval zo veel mogelijk te scheiden. Het deel dat gescheiden ingezameld wordt, is in de afgelopen 5 jaar van 61% naar 76% gestegen (2013-2018). Overijssel heeft daarmee het hoogste gemiddelde scheidingspercentage van alle provincies.

Aandeel gescheiden afval in Olst-Wijhe met 88,7% het hoogst

De hoeveelheid restafval die per inwoner wordt ingezameld verschilt sterk per gemeente. In Zwolle lag de hoeveelheid restafval in 2018 op 184 kilo per persoon, ruim 4 keer hoger dan Zwartewaterland met 40 kilo per persoon. In de gemeente Olst-Wijhe is het aandeel afval dat gescheiden wordt aangeboden met 88,7% het hoogst. In Zwolle is het aandeel gescheiden afval met 62% het laagst (figuur 3). De scheidingskampioen van Nederland is de gemeente Reusel-De Mierden (Noord-Brabant). Hier werd gemiddeld 7 kilo restafval per inwoner aangeboden (2018).

Verschillende tarieven zorgen voor betere afvalscheiding

Gedifferentieerde tarieven (Diftar) stimuleren betere scheiding van afval met een financiële prikkel. Inwoners betalen voor de hoeveelheid afval die wordt aangeboden (bijvoorbeeld per zak of op gewicht). Een voorbeeld is het 'durezaksysteem'. Inwoners kunnen het restafval dan alleen aanbieden in een officiële, dure zak die aan te schaffen is bij de gemeente. Gemeente die het Diftarsysteem hanteren scheiden gemiddeld genomen huishoudelijk afval beter dan gemeenten die een vast tarief hanteren. De 4 gemeenten (Zwolle, Almelo, Borne en Rijssen-Holten) die een vast tarief hanteren hebben per inwoner het meeste restafval (zie figuur 4). De hoeveelheid gescheiden ingezameld afval in Tubbergen en Dinkelland is niet bekend.

Gemeenten hebben niet altijd (direct) invloed op het afvalscheidingsgedrag van burgers. De plek waar mensen wonen (in de stad of in het buitengebied) speelt ook een rol. Daar waar meer mensen dicht op elkaar wonen (verstedelijking), neemt de totale hoeveelheid huishoudelijk afval af, maar neemt de hoeveelheid restafval toe (figuur 5).

Samenstelling huishoudelijk restafval

Bijna alle Overijsselse gemeenten voeren onderzoek uit om te achterhalen welke herbruikbare materialen zich nog in het restafval bevinden (figuur 6). Het Overijsselse huishoudelijk restafval bestond in 2018 gemiddeld voor 26% uit GFT-afval, voor 11% uit PMD en voor 10% uit papier. Samen vormen deze 3 afvalstromen bijna de helft van het restafval. Andere hoofdcomponenten zijn textiel (5%) en glas (4%). Voor ongeveer een kwart van het restafval is niet goed vast te stellen tot welke categorie het behoort.

Provinciaal beleid

De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de inzameling van huishoudelijk afval. De provincie ondersteunt dat door het stimuleren van de circulaire economie bij bedrijven in Overijssel. In een circulaire economie proberen we afval zoveel mogelijk te voorkomen en waar dat niet mogelijk is materialen uit afval opnieuw en op een hoogwaardige manier te (her-)gebruiken. Zo hebben we minder nieuwe grondstoffen en materialen nodig. Dit spaart het milieu en maakt ons wat grondstoffen betreft minder afhankelijk van het buitenland. Kijk voor meer informatie op www.overijssel.nl/duurzaam.

Bronvermelding