Volkscultuur geliefd bij Overijsselaar

Gepubliceerd op 17 april 2018

Volkscultuur is een verzamelnaam voor traditionele gewoontes van groepen mensen. In Overijssel bestaan veel tradities en bijbehorende activiteiten. Voorbeelden hiervan zijn volksdansen, klederdracht, dorpsfeesten bezoeken en dialectcursussen.

In Overijssel (42%) doen mensen meer aan volkscultuur dan in de rest van Nederland (38%). In 2016 deden 4 op de 10 Overijsselaars van 18 jaar en ouder mee aan volkscultuur. Dat is een flinke stijging vergeleken met 2014 en 2015. Toen was dit percentage nog 33% (3 op de 10 inwoners). Deze groei komt vooral doordat de inwoners van Overijssel meer braderieën, dorps- en oogstfeesten bezoeken, meer streekgerechten koken en de midwinterhoorn blazen.

De top 3 in volkscultuur

  1. Dorpsfeest bezoeken – 33%
  2. Streekgerechten maken en eten – 12%
  3. Oude ambachten beoefenen – 7%

Verschillen in deelname aan volkscultuur

Jong en oud

Overijsselaars tussen de 18 en 34 jaar doen vaker mee aan activiteiten met volkscultuur dan 55-plussers. De teller staat hoger bij de jongere groep omdat die vaker braderieën en dorpsfeesten bezoekt.

Stad en platteland

Er is een duidelijk verschil tussen landelijke en stedelijke gebieden. Van de mensen uit de landelijke gemeenten zegt 49% mee te doen aan activiteiten van volkscultuur, in de stedelijke gemeenten is dit 38%.

Oost en west

Er zijn geen grote verschillen in deelname aan volkscultuur tussen Twente en West-Overijssel. Wel bezoeken West-Overijselaars vaker bloemencorso’s en oogstfeesten dan Twentenaren.

Geschiedenis meer populair in landelijk gebied

9% van de Overijsselaars is lid van een vereniging voor lokale of regionale geschiedenis of van een oudheidkundig genootschap (archeologie). Dit aantal groeide een klein beetje, door de jaren heen. De leden zijn vooral te vinden in de landelijke gebieden, hier zegt 13% lid te zijn. In de stedelijke gebieden is dit 7%.

Jong of oud

In 2016 blijft geschiedenis, net als in de jaren daarvoor, een zaak van de ouderen. Van de mensen onder de 35 jaar meldt 4% lid te zijn van een vereniging of genootschap. In de leeftijdscategorie 35-54 jaar gaat het om 3%. Bij 55-plussers is dit veel hoger, namelijk 19%.