Volkscultuur

Gepubliceerd op 7 december 2017

Volkscultuur zijn alle gezamelijke, vaak traditionele, gebruiken op basis van een traditie. De traditie kan een gebruik zijn op basis van bijvoorbeeld regionale of lokale identiteiten. Voorbeelden van uitingen van volkscultuur zijn het bezoeken van dorpsfeesten, het bereiden van streekgerechten en het beoefenen van oude ambachten. De provincie vindt het belangrijk dat er voldoende cultuuraanbod in Overijssel aanwezig is. Daarom heeft de provincie onderzoek gedaan naar de tevredenheid van Overijsselaars over het cultuuraanbod.

In Overijssel bloeit de volkscultuur

In Overijssel (42%) wordt meer dan in de rest van Nederland ( 38%) aan volkscultuur gedaan. In 2016 hebben vier op de tien inwoners van 18 jaar en ouder in Overijssel blijk gegeven van volkscultuur. Dit is een flinke stijging in vergelijking tot 2014 en 2015. Toen was dit percentage nog 33%. Deze toename komt met name doordat de inwoners van Overijssel meer dorpsfeesten en braderieën bezoeken, meer streekgerechten bereiden, oogstfeesten bezoeken en midwinterhoorn blazen.

De top 3

De meest voorkomende uitingen van volkscultuur bestaan uit het bezoeken van een dorpsfeest of braderie (33%), het maken van streekgerechten (12%) en het beoefenen van oude ambachten (7%).

Verschillen in deelname aan volkscultuur

Opvallend is dat jongeren tussen de 18 en 34 jaar vaker aan volkscultuuruitingen doen dan 55 plussers. Zij bezoeken vaker braderieën en dorpsfeesten.

Er is ook een duidelijk verschil tussen landelijke en stedelijke gebieden. Van de mensen uit de landelijke gemeenten geeft 49% aan deel te hebben genomen aan uitingen van volkscultuur, in de stedelijke gemeenten is dit 38%.

Er zijn geen grote verschillen in deelname aan volkscultuuruitingen tussen Twente en West-Overijssel. Wel bezoeken West-Overijselaars vaker bloemencorso’s en oogstfeesten dan Twentenaren.

Aantal leden oudheidkundige genootschappen groeit licht

9% van de Overijsselaars is lid van een vereniging voor lokale of regionale geschiedenis of van een oudheidkundig genootschap.

Dit groeit licht door de jaren heen en is iets hoger dan het landelijk gemiddelde (8%). In 2016 blijft geschiedenis wederom een zaak van de ouderen. Van de mensen onder de 35 jaar geeft 4% aan lid te zijn van een voorgenoemde vereniging of genootschap. In de leeftijdscategorie 35-54 jaar geeft 3% aan lid te zijn. Bij 55 plussers is dit aanzienlijk meer, namelijk 19%.

De leden zijn vooral te vinden in de landelijke gebieden. Hier geeft 13% aan lid te zijn. In de stedelijke gebieden is dit 7%.