header_vecht1
header_sluis
header_vistrap

Van stinksloot naar prachtrivier

Gepubliceerd op 19 augustus 2016

De boerderijen, verspreid door het land, boomgroepen, dorpen, geknotte torens, kerken en olmen, in grootsch verband

"Het water kan hier noe gelukkig weg."

Cees Jochemsen heeft zijn elektrische fiets tegen de picknicktafel geparkeerd. Hij zit hier toch elke week wel een keer of wat te mijmeren, bij de sluis Vechterweerd. Lekker rustig. Ruim 63 jaar geleden pachtte vader Jochemsen een stuk land van de baron, bij kasteel Rechteren. Het was in het jaar van de watersnoodramp, die Nederland op haar kwetsbaarst liet zien. Dat het water van de Overijsselse Vecht soms tegen de boerderij van Jochemsen klotste gaf wel eens te denken. “Maar dat is allemaal verleedn tied. Het water kan hier noe gelukkig weg. Zeg, wat bin dat voor lui doar?”

Worst en ooievaars

antjelegtuit

“Kijk daar, mijn eigen Vechtarmpje…” wijst Antje Kingma richting een glinsterende stroom die rond haar camping Boerhoes meandert. Waterveiligheid stond voorop toen het programma Ruimte voor de Vecht zeven jaar geleden van start ging. Er werden zeven nevengeulen en een groene geul gegraven, bergen rivierzand werden verzet en beddingen ‘ontgrond’ om het water de ruimte te geven. Bij Hardenberg kwam een nieuwe sluis en een Vechtpark met waterbergingscapaciteit.

Rompslomp

Bij Dalfsen kreeg het water ruim baan en ook bij Ommen mag het straks weer stromen. “Ik noem dit project altijd als voorbeeld, voor wat je samen voor elkaar kunt krijgen. Waar je allemaal blij van wordt, ook in de portemonnee,” zegt de recreatieonderneemster die haar omgeving zag veranderen. Nu komen de gasten af op de fraaie natuur, het water, de vogels. Voor een nachtje “Bedde en bruggien” of voor de theetuin. Of voor de een trendy workshop: “Koken met Kerels”. De kerels ontleden in één dag een Vechtdal-scharrelvarken. Ze maken er worsten, hammen en koteletjes van en voelen zich eindelijk weer man. Niets staat de toekomst van Boerhoes in de weg. Of het moeten de ooievaars zijn, die zich in dramatisch tempo vermenigvuldigen en zich tegoed doen aan de weidevogels. Zo is er altijd wel wat, in de natuur.

Natuur werd als tweede programmalijn meegenomen in het Vechtdal. Het ‘grote graven’ werd aangegrepen om de natuur een flinke boost te geven. Er werd gesleuteld aan de waterdynamiek, vissoorten en plantenzaden kwamen terug en stenige oevers maakten plaats voor strandjes en steile oevers met nieuwe biotopen. De Ecologische Hoofdstructuur kwam op stoom; van de geplande 129 ha is inmiddels 36 ha ingericht. Veel boeren maakten er al een enorme omslag. Boerenzoon Arjan Schiphorst zette eerst een makelaarsbedrijf op en nu dat goed loopt steekt hij meer tijd in z’n tweesterren-vleesvee en botanisch grasland. Bij de uitkijktoren De Stokte legt hij uit: “Ik wilde heel graag meedoen, met het weer beleefbaar maken van de Vecht, voor mens en dier.” Boeren zijn hier niet alleen maar leveranciers van grond; ze houden zich bezig met een veel breder spectrum, gericht op natuurbeheer, op zorg(boerderijen), recreatie en de waterhuishouding. “Boeren en natuur, het gaat hier niet altijd hand in hand, maar wél harmonieus. We zijn van agrarisch landschap veranderd in rivierlandschap en dat hebben we toch samen gedaan,” benadrukt Schiphorst. Overheidsregeltjes, formulieren en administratieve romplomp, daar hebben ze in het Vechtdal wel een beetje last van. “Soms wou je dat het allemaal wat sneller ging.”

Onder regie van de provincie Overijssel schuilt een mega-samenwerkingsverband van organisaties die stuk voor stuk hun belangen in het gebied moeten behartigen. Niet alleen de gemeenten Zwolle, Dalfsen, Ommen, Hardenberg, maar ook twee waterschappen; Vechtstromen en Drents Overijsselse Delta, Staatsbosbeheer, de LTO, VNO/NCW en tal van maatschappelijke organisaties zijn betrokken bij Ruimte voor de Vecht. “Dat maakt het soms gecompliceerd en daar moeten we allemaal héél goed naar kijken.” zegt commissaris Ank Bijleveld-Schouten in gesprek met de Vechtdallers.

Drijvend tupperware

over de sluis

In het uitvoeringsprogramma 2016-2018 ligt de nadruk op het benutten en beleven van de Vecht en het Vechtdal. Er komt een ‘Tientorenplan’ voor hoogtepunten langs de Vecht en aanvullende recreatieve infrastructuur. De Vecht moet ‘vermarkt’ worden, maar fysiek ook nog zichtbaarder. Op veel plaatsen wordt de rivier nu nog aan het oog onttrokken. In 2050 moet de Vecht uiteindelijk een “beleefbare, halfnatuurlijke laaglandrivier” zijn. Over natuur en half-natuur verschillen de meningen nog wel. Bij de stuw van Junne, de plek waar volgend jaar begonnen wordt met de bouw van een unieke vlindersluis, lopen de standpunten uiteen. Recreatieondernemers willen een bevaarbare Vecht voor boten met een diepgang van 1.10 meter. “Het huidige vaarbesluit hanteert een vaardiepte van 50 cm., stroomopwaarts vanaf de brug Ommen. Daar kunnen we eigenlijk niks mee, “ zegt Klaas Jan Boessekool, voorzitter van de Ondernemersvereniging Ommen. “Voor de regionale economie is een impuls in de waterrecreatie hard nodig!”

Vechtdalgevoel

In de betrekkelijk korte tijd dat het programma loopt heeft zich ook een metamorfose voltrokken in het “Vechtdalgevoel” De bewoners, voorheen gewone Sallanders, voelen zich de laatste jaren steeds meer verbonden met hun regio. Voelde in 2011 zich 45% “Vechtdaller”; vier jaar later gaat al 57% van de bevolking prat op het Vechtdalgevoel, zo wijst onderzoek uit. Wonen in deze omgeving krijgt gemiddeld een rapportcijfer 8.1. De Vechtdalanjer werd een symbool voor het gebied. De plaatsen Dalfsen, Ommen en Hardenberg keerden zich weer met het gezicht naar de rivier. De aanleg van haventjes, de verplaatsing van dorpspleinen naar de oevers, nieuwe steigers, fiets- en wandelroutes, promenades en uitzichtpunten én de ontwikkeling van de horeca brachten leven in de brouwerij. Het aantal banen in de recreatiesector steeg tussen 2009 en 2014 met 8%.