Het nieuwe boeren in Overijssel: productiever, schoner en duurzamer

Gepubliceerd op 14 augustus 2017

"De consument van nu wil weten waar zijn voedsel vandaan komt. Wie het maakt, en hoe!"

‘We zagen in Frankrijk hoe belangrijk het is dat je het verhaal vertelt: hoe je je melk produceert’

Heleen-Rogier-Lansink-1

In november 2016 maakten Heleen Lansink en Rogier, haar man, een inspiratiereis naar Frankrijk en Italië met acht andere boeren en betrokkenen. Op uitnodiging van de provincie. Het maakte veel indruk. Wat gaan ze doen met al die indrukken? Veel, zo blijkt.

Negentig koeien hebben ze, en vijftig stuks jongvee. Op vijftig hectare boeren ze. Moderne, hardwerkende ondernemers in St. Isidorushoeve, een dorpje bij Haaksbergen in Twente. Heleen is eigenlijk docent van beroep, maar ze stapte in volle overtuiging in het boerenbedrijf van haar man.

Direct contact met de klant

Terwijl haar man nog even in de stal bezig is, vertelt Heleen honderduit. ‘Die Franse ondernemers hadden allemaal rechtstreeks contact met hun klant. Ze staan op de markt, zoals de olijfolieproducenten, ze verkopen vlees vanaf de boerderij, zoals de varkenshouders. En de boeren staan gewoon bij toerbeurt een dag in de winkel van hun coöperatie. Ze vertellen het verhaal van hun product, dus de klant weet precies wat hij koopt en van wie. Bij de Italiaanse coöperatie die we gezien hebben, hadden ze honderd hectare, maar niet zo veel rendement. Ze leefden er met dertig gezinnen van. Ze verkochten waardevolle producten zoals wijn en worst in hun boerderijwinkel. Het grootste deel van de oogst was voor eigen consumptie. Wat ze daar doen en wat ik echt mooi vind: alleen produceren wat je zelf lokaal gebruikt. Dat kunnen we ons echt niet voorstellen hier in Nederland met onze efficiëntie. Ook het tegengaan van de leegloop op het platteland was een van de effecten van de coöperatie. Dat vind ik interessant. Ik wil graag de ambassadeur zijn: vertellen wat we doen, samen met de burger zoeken naar oplossingen.’

Moeilijk

‘We hebben het de laatste twee jaar best moeilijk gehad. De uitnodiging van de provincie hebben we aangegrepen. Ons inkomen staat de laatste twee jaar fors onder druk zoals bij veel andere collega’s in de sector. De melkprijs is zo’n 10 cent per liter gezakt. In 2015 en 2016 hebben we met onze omvang ongeveer €85.000 minder melkgeld gekregen. Zo wordt je motivatie en overtuiging wel zwaar op de proef gesteld. Grote schommelingen in melkprijzen, regelgeving die voortdurend verandert. Maar ja, wij zijn boer uit overtuiging. Zeven dagen in de week aan het werk, één week vakantie per jaar. Toch vinden wij het prachtig!’

Grote openheid

Heleen doet de administratie. Rogier is met stalwerk 50-55 uur per week bezig. Kalvende koeien helpen, gras oogsten in de zomer, de melkproductie in de gaten houden. In 2006 zijn ze samen begonnen op deze boerderij, het bedrijf van Rogiers vader. Ze produceren 850.000 liter melk per jaar. Als de prijs 10 cent per liter zakt, kost hen dat een hoop geld. Daarom zoeken ze naar nieuwe wegen, in samenwerking met de provincie. Ze zijn enthousiaste deelnemers aan het Agro&Food-programma. Kenmerkend is hun grote openheid. ‘Wij hebben de burger nodig om te kunnen produceren. We willen meer uitleggen, liefst door direct contact met de consument. Die wil zien wie zijn voedsel maakt. Ik vertel altijd graag ons verhaal. Daarom komen hier vaak mensen langs om te kijken hoe wij produceren.’

De melktap

Friesland Campina neemt al hun melk af. Dat geeft een stabiele basis. Toch wilden ze hun focus uitbreiden door rechtstreeks contact met de klant. Zo kwamen ze op het idee van een melktap: voorbijgangers gooien hun geld in een automaat en kunnen zoveel verse melk tappen als ze willen. Het is zogenaamde ‘rauwe melk’, ongepasteuriseerd. De regels schrijven voor dat hun melk niet anders dan vanaf het eigen erf verkocht mag worden. ‘Over vier weken komt de melktap. We zetten er een klein huisje bij waar de tap in komt te staan. Eén bekertje melk drinken kan ook. Misschien kunnen we de buren er ook bij betrekken en wat meer producten aanbieden. Een heel klein coöperatietje. We hebben in Frankrijk gezien hoe belangrijk het is dat je het verhaal vertelt, hoe je je melk produceert. Wat voor keuzes je maakt. Dat willen de mensen weten. Maar ze horen het tot nu toe niet voldoende, laten zich leiden door de media die vaak een verkeerd beeld schetsen. Ik wil dat graag vertellen aan iedereen die het maar horen wil.’

Duurzaam

‘Wij proberen zoveel mogelijk kringlopen sluitend te maken op ons bedrijf. Bijvoorbeeld door het gebruik van bio-bedding. We scheiden onze eigen mest en de vezels die achterblijven, kunnen we gebruiken voor de bedden van de koeien waardoor ze lekker kunnen liggen. Ook zijn we grondgebonden: onze mest kunnen we plaatsen op onze eigen grond. De maatschappij betrekken bij onze bedrijfsvoering zien we als zeer relevant en ook als een duurzame keuze. Alleen op die manier houden wij het vol.’

Rol van de provincie

‘Tja, die kennisvouchers, daar denken we wel over na. Via de provincie kunnen we wel wat ondersteuning gebruiken. Er moest uitgezocht worden welke doelgroepen we willen bedienen. Wie komt er naar de tap en waarom? En de vraag of dat past bij onze motivatie en ideeën. Daar krijgen we hulp bij van de provincie. Met een kennisvoucher zouden we ook willen laten onderzoeken  wat er precies in onze melk zit, wat voor gezonde bacteriën erin zitten. Waarom mogen we onze rauwe melk niet in de stad verkopen, welke regels zijn daarvoor, zou er een uitzondering mogelijk zijn? Dat uitzoeken zou ook kunnen met een kennisvoucher misschien. Hoe dan ook: de zichtbaarheid van de boer en zijn product moet groter worden. Dat is goed voor de boer en de burger.’

Toekomst

‘We hopen in de toekomst een melkveebedrijf te runnen met zo veel mogelijk sluitende kringlopen. En dat het behapbaar blijft als familiebedrijf. We willen een goede balans tussen arbeid en privé waarbij een belangrijke rol is weggelegd voor de informatievoorziening richting de burger. Het zijn roerige tijden. We hopen dat er verschillende ondernemers blijven bestaan binnen de melkveehouderij die op hun eigen manier kunnen blijven ondernemen, waarbij er een evenwichtige samenwerking ontstaat tussen burger, boer, natuur, fabriek, adviseurs en supermarkt. Waarbij een eerlijke boterham te verdienen valt voor de boer.’

Meer informatie via https://www.facebook.com/demelktapperij/. Heleen Lansink blogt zelf zeer lezenswaardig op The Milk Story. U kunt haar volgen via http://www.milkstory.nl/zoeken/heleen%20lansink

Overijssel investeert in Agro&Food

In de provincie Overijssel wordt maar liefst 70% van de grond onderhouden door de agrarische sector. De Agro&Food sector is van groot belang voor de regionale economie. De wereld verandert; steeds meer mensen moeten worden gevoed, en steeds vaker worden vraagtekens gezet bij de manier waarop. Dierenwelzijn, milieu, duurzaamheid: de traditionele manier van ‘boeren’ heeft de langste tijd gehad. Overijssel gaat mee met de globale megatrends op het gebied van landbouw en landgebruik. Productiviteitsontwikkeling, ketendenken, ecologische vernieuwing, voeding en gezondheid, biobased economy: hoe ziet de praktijk er uit?

Agro & Food goed voor 80.000 banen

De Overijsselse SP- fractie zette al in 2013 reductie van antibioticagebruik op de agenda. Dat leidde tot interessante nieuwe marktconcepten en internationale samenwerking tussen melkveehouders en veeartsen. De provincie zet de inspanning voor gezondheid en antibioticareductie in de komende periode door. De Partij voor de Dieren riep in mei 2016 op om de eiwittranisitie te ondersteunen; de ontwikkeling van plantaardige eiwitten als alternatief voor vlees. Overijsselse bedrijven zoals Vivera in Holten zijn daar goed in en de eiwittransitie leidt tot nieuwe waardevolle voedselketens. De PVV tenslotte heeft de werkgelegenheid in de levensmiddelensector in de schijnwerpers gezet. Die sector is op alle schaalniveaus -van groot tot heel kleinschalig- aanwezig in Overijssel. Bijvoorbeeld het internationaal vermaarde Ben&Jerry’s maar ook familiebedrijven al ijsboerderij de Vreugdehoeve produceren bijzonder ijs en daar horen interessante banen bij.

De sector Agro&Food is een belangrijke werkgever in Overijssel. In 2015 was die goed voor ruim 80.000 banen; zo’n 15% van de totale werkgelegenheid in de provincie. De werkgelegenheid in de sector laat de laatste jaren een lichte stijging zien. Dat is vooral te danken aan de Agro&Food-gerelateerde handel. De innovatieve keten zoekt voortdurend naar productiemethoden die de kwaliteit van de ruimte, de bodem, het water en de lucht verbeteren en naar gesloten kringlopen. De Overijsselse sector loopt landelijk op kop met de Uitvoeringsagenda Duurzame veehouderij voor 2023 en de Agenda Verduurzaming Voedsel 2020.

Opvallende initiatieven

Een greep uit de duurzame initiatieven die in de achterliggende jaren zijn ontwikkeld in de provincie op het gebied van gezond produceren:

Meer Achtergronden

Duiding & achtergrond in boeiende longreads: wat leeft er in Overijssel?

Foto's Buffalo Farm Twente

Neem een kijkje op de Buffalo Farm Twente in Denekamp.

DSC01412 DSC01429 DSC01452

Agro & Food

Overijssel investeert fors in een nog sterkere regionale economie; concurrerender, innovatiever en duurzamer. De Agro&Food sector is een belangrijk onderdeel van de economie en verduurzaming van de sector is een issue. Met het uitvoeringsprogramma Agro&Food wordt de kracht van ondernemers, kennisinstellingen en overheden gebundeld. Het doel: een volledig duurzame, zichzelf vernieuwende Agro&Food sector. Om die omslag te stimuleren investeert de provincie in:

Innovatie d.m.v. kennisvouchers

De provincie kan kennisvouchers verstrekken aan een onderneming of ondernemingen voor een kennisvraag (vraag naar kennis of onderzoek) voor een innovatie gericht op versterking en verduurzaming van de Overijsselse Agro&Food sector. Bijvoorbeeld onderzoek dat gericht is op het terugdringen van het antibioticagebruik in de veehouderij.

Innovatie d.m.v. Proof of Concept ontwikkeling

Agro&food ondernemers die een goede businesscase in de markt willen zetten, kunnen voor financiering bij de provincie terecht. Provincie Overijssel kan een bijdrage leveren aan de proof of concept ontwikkeling innovatie Agro&Food. Subsidie is niet vanzelfsprekend de manier is om een goede businesscase verder te helpen. Gekeken wordt of een project verder kan komen met een lening of een garantstelling. Maar soms is dat niet realistisch en is subsidie de manier. De provincie vraagt een externe commissie om de kwaliteit van de businesscases te beoordelen. Aanvragers worden uitgenodigd om hun project persoonlijk toe te lichten in de commissie.

Ondersteuning van ondernemers via kennisloketten

Innovatieloket  Kennispoort heeft een centrale rol in de uitvoering van het programma. Kennispoort helpt ondernemers bij de ontwikkeling van een businesscase en de aanvraag van een kennisvoucher en brengt ondernemers met een vergelijkbare vraag bij elkaar. Via het innovatieloket kan de provincie een zogenaamde ketenregisseur inzetten. Die brengt partijen uit een bepaalde productketen bijeen om samen een lijn van "grond tot mond" te maken.

Heleen-Rogier-Lansink-3

Heleen-Rogier-Lansink-5