Provincie verkent mogelijkheden om mee te werken aan het ondergronds brengen van hoogspanningsleidingen in vier gemeenten

Gepubliceerd op 4 november 2019

De provincie Overijssel doet een verkenning om mee te kunnen werken aan het ondergronds brengen van hoogspanningsleidingen in de gemeenten Almelo, Enschede, Deventer en Raalte. Deze intentie is uitgesproken richting de colleges van de vier gemeenten. Voorwaarde voor deelname is dat Provinciale Staten instemmen, en dat de gemeenten de lead pakken en ieder ook 50% van de decentrale bijdrage voor hun rekening nemen.

Bewoond gebied

Het gaat in de vier gemeenten om hoogspanningsleidingen die door bewoond gebied lopen. Er zijn signalen dat het wonen onder of vlakbij deze leidingen tot gezondheidsproblemen kan leiden. Hoewel wetenschappers hier geen helder uitsluitsel over bieden, wil de overheid en netwerkbeheerder TENNET uit voorzorg meewerken aan het verplaatsen of ondergrond brengen van deze leidingen. Daarnaast biedt het verleggen van leidingen koppelkansen, bijvoorbeeld in ruimtelijke ontwikkeling, sociale kwaliteit, leefbaarheid of energietransitie.

Wet VET (Voortgang Energie Transitie)

Het aanleggen en onderhouden van hoogspanningsleidingen is een taak van netbeheerder TENNET, die dit werk uitvoert in opdracht van het Rijk. Na vaststelling van de Wet Voortgang Energie Transitie in 2018 is het voor decentrale overheden mogelijk om het initiatief te nemen voor verplaatsing of het ondergronds brengen van een hoogspanningsleiding. 20% van de kosten hiervoor moeten door de gemeente en/of provincie worden betaald. De vier betrokken gemeenten zijn in het kader van de Wet VET expliciet aangewezen door het Rijk.

Gedeputeerde De Bree: “We zijn hierover al enige tijd in gesprek met de betreffende gemeenten. De intentie die wij nu uitspreken maakt het mogelijk om in de gemeenten serieus te gaan kijken naar de zogeheten verkabeling van deze leidingen. Dit draagt bij aan een aantrekkelijke leefomgeving voor de inwoners van de vier gemeenten. Het is nu aan de gemeenten om al dan niet met uitgewerkte plannen te komen. Zij moeten daarvoor zelf voldoende middelen vrij willen maken. Uiteraard zetten we het goede overleg met de gemeente hierover voort, en proberen zo snel mogelijk met voorstellen naar de gemeenteraden en Provinciale Staten te komen.”